Mimosa

bureau Brandeis
25 sep 2023

Mette Maria van Dijk, schrijfster van debuutroman Mimosa wordt bedreigd, vanwege haar roman. Wat is er aan de hand? Mette (zelf woonachtig in de Bijlmer begrijp ik) schrijft in haar boek dat de hoofdpersoon graag in de Bijlmer wil wonen omdat ze dan met al haar zwarte buurmannen kan neuken.

Onder andere deze passage heeft tot woedende reacties geleid en zelfs tot een aantal fysieke bedreigingen. Haar wordt verweten “een stereotyperende negatieve karakterisering van de Bijlmer en zijn bewoners, cultureel exotisme en wit privilege”. Das een mondvol. Nu kan ik ongeveer volgen wat met het eerste deel bedoeld wordt. Zoals de fabel luidt dat alle zwarte mannen goed kunnen basketballen, zo zouden ze ook allemaal een immens geslachtsdeel hebben en een onverzadigbare lust. Zelden was het woord “gelul” beter op zijn plaats. En dat je je daaraan stoort dat snap ik.

Dan cultureel exotisme, ik kende de uitdrukking niet, maar ik kom dan ook onder een steen vandaan, excuus. Ik heb het moeten opzoeken en het staat voor het type literatuur waarvan de stof ontleend is aan verre vreemde landen. Zonder nadere toelichting snap ik deze niet, immers het gaat om de buurmannen, dichterbij kan haast niet zou ik denken.

En dan wit privilege, dat is het voordeel dat witte mensen zouden hebben boven andere kleurtjes omdat ze wit zijn. Er zijn ontegenzeggelijk allerlei (onterechte) voordelen aan wit zijn boven andere kleuren. Je hebt meer kans op goede scholing, huisvesting en carrière.  Maar juist aan het doen met zwarte buurmannen lijkt me nou niet een voordeel kleven voor witte mensen, waarom zouden die daar een streepje voor hebben?

Maar de werkelijke vraag die hier voorligt is natuurlijk deze. Allereerst val niet een schrijver lastig om wat zij schrijft (de hoofdfiguur is niet de schrijfster) en bedreigen is de overtreffende trap van lastig vallen natuurlijk. Maar kan een schrijver dan zo maar alles schrijven? Nee, er zit een grens aan de vrijheid van meningsuiting, maar of dit een juridische grens over gaat vraag ik me af. Immers onder de vrijheid van meningsuiting valt sinds jaar en dag “the right to offend, shock and disturb”. Ontegenzeggelijk wordt hier gegeneraliseerd en blijkbaar ook in de ogen van velen beledigd.  Aan de andere kant hebben we artikel 1 van de Grondwet dat zegt dat niemand gediscrimineerd mag worden om zijn ras of geslacht. Een rechter voor deze vraag gesteld zal moeten wegen welk recht het zwaarste weegt.

Naar
boven