Visie

Rechtspraak informatierecht week 47

bureau Brandeis publiceert wekelijks een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht.

Week 47: 20 november – 24 november 2017:

  • HR 17 november 2017 (Art. 81 lid 1 RO; Advocatentuchtrecht; Bevoegdheid Deken disciplinair onderzoek in te stellen naar onbehoorlijke uitlatingen van advocaat; Kantoorbezoek, kantoor aan huis; Voldoet art. 46 Advocatenwet als wettelijke grondslag voor inbreuk op vrijheid van meningsuiting? Art. 7 Gw; art. 10 EVRM)
  • Raad van State 9 november 2017 (gepubliceerd op 22 november 2017)(Beroep tegen het besluit van de Kiesraad van 30 oktober 2017, waarbij het definitieve verzoek tot het houden van een raadgevend referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 is toegelaten, is niet-ontvankelijk; Belanghebbendebegrip)
  • HR Conclusie A-G Langemeijer 2 juni 2017 (gepubliceerd op 17 november 2017)(Art. 81 lid 1 RO; Advocatentuchtrecht; Bevoegdheid Deken disciplinair onderzoek in te stellen naar onbehoorlijke uitlatingen van advocaat; Kantoorbezoek, kantoor aan huis; Voldoet art. 46 Advocatenwet als wettelijke grondslag voor inbreuk op vrijheid van meningsuiting? Art. 7 Gw; art. 10 EVRM)
  • Gerechtshof Den Haag 27 juni 2017 (gepubliceerd op 20 november 2017)(Boek ‘De gekooide recherche’; Vraag of er sprake is van een schending van het ambtsgeheim, schending van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en/of schending van de Wet bescherming persoonsgegevens; Afwijzing prejudiciële vragen)
  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 november 2017 (Strafrecht; Vrijheid van meningsuiting; Publicatie van artikelen en een afbeelding op een website en op Twitter; Veroordeling van verdachte ter zake van laster, meermalen smaadschrift en meermalen belediging veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden)

 

  • Rechtbank Den Haag 10 november 2017 (gepubliceerd op 23 november 2017)(Vrijheid van meningsuiting; Vordering tot rectificatie uitlatingen advocaat afgewezen; Belangenafweging; Bestreden uitlatingen onaangenaam en beschuldigend, maar niet onnodig grievend, kwetsend en daarmee onrechtmatig)
  • Rechtbank Amsterdam 21 november 2017 (Vrijheid van meningsuiting; Onrechtmatige publicatie; Afwijzing vordering tot rectificatie van artikelen over de voormalige directeur van twee aan elkaar gelieerde rechtspersonen. De artikelen, verschenen in het FD en RTLZ; De termen “fraude” en “frauduleus” komen voor rekening van de journalist; De uitlatingen die de personen tegen die de vordering is gericht hebben gedaan, vinden voldoende steun in de feiten en zijn gerechtvaardigd; BUMA / STEMRA)
  • Rechtbank Amsterdam 22 november 2017 (NEE/NEE en NEE/JA-stickers; Wet milieubeheer; Afvalstoffenverordening; Gemeente bevoegd om opt-in systeem in plaats van opt-out systeem voor ongeadresseerd reclamedrukwerk in te voeren; Geen strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur; Geen strijd met artikel 1 EP, Richtlijn oneerlijke handelspraktijken en Postwet)
  • Rechtbank Rotterdam 15 november 2017 (gepubliceerd op 21 november 2017)(Vrijheid van meningsuiting; Onrechtmatige publicatie; Afwijzing vordering; Uitlatingen tijdens een radio-uitzending; Geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit de feitelijke onjuistheid van de verweten beschuldigingen blijkt; Met niet noemen naam wordt binnen de grenzen van vrijheid van meningsuiting gebleven)

 

 

Visie

Rechtspraak informatierecht week 46

  • bureau Brandeis publiceert wekelijks een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht.

Week 46: 13 november – 17 november 2017

  • HvJEU Conclusie A-G Bobek 14 november 2017 (C-498/16, Schrems/Facebook)(Begrip “consument”; Consumentenovereenkomst; Facebookaccount; Vordering in het kader van het recht op privacy en gegevensbescherming; Cessie van vorderingen; Collectief verhaal)
  • Rechtbank Den Haag 10 november 2017 (gepubliceerd op 13 november 2017)(Auteursrecht op kledingontwerpen; Geen auteursrecht op basis van artikel 8 Auteurswet of artikel 3.29 BVIE)
  • Rechtbank Den Haag 16 november 2017 (Merkenrecht; Auteursrecht; Naar voorlopig oordeel maakt het op de coin pocket aangebrachte label van Calvin Klein geen inbreuk op merk- of auteursrechten ter zake van de coin pocket strip van Diesel)
  • Rechtbank Midden-Nederland 3 november 2017 (gepubliceerd op 16 november 2017)(Inbreuk op handelsnaamrecht; Landelijke bekendheid; Aard van de ondernemingen; Overlap in werkgebied; Volledige overeenstemming van de kenmerkende onderdelen van de handelsnamen van partijen)
Visie

Rechtspraak informatierecht week 45

bureau Brandeis publiceert wekelijks een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht.

Week 45: 6 november – 10 november 2017

  • Hoge Raad 10 november 2017 (Vrijheid van meningsuiting; Blogger; Onrechtmatige publicatie in weblog? Verantwoordelijkheid provider; Google; De aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden; Artikel 81 lid 1 RO; Conclusie A-G Langemeijer)
  • Hof Den Haag 7 november 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 9 november 2017)(Merkenrecht; Benelux-publiek; Betekenis Spaanse woord Hoya; Hola Banana)
  • Rechtbank Den Haag 8 november 2017 (Vrijheid van meningsuiting; Toewijzing rectificatie; Uitlatingen over het misbruik maken van subsidiegeld hebben een onvoldoende feitelijke grondslag)
  • Rechtbank Den Haag 8 november 2017 (Uniemerk; Oneerlijke Handelspraktijken; Bestuurdersaansprakelijkheid; Verbod jegens gelieerde vennootschappen wegens reële dreiging voortzetting onrechtmatig handelen; Onttrekking van partij voldoet niet aan voorgeschreven vormen)
  • Rechtbank Den Haag 8 november 2017 (gepubliceerd op 10 november 2017)(Drie-strepenmerk Adidas, volgend op kortgedingprocedure uit 1997 waarin tot aan de HR is geprocedeerd; Oordeel dat dit merk groot onderscheidend vermogen heeft en het door H&M gebruikte 2-strepenteken zorgt voor verwarringsgevaar; Stakingsbevel toegewezen op grond van art. 2.20 lid 1 sub b BVIE)
  • Rechtbank Den Haag 7 november 2017 (gepubliceerd op 10 november 2017)(Wob-verzoeken; Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (“Wiv”); Aanleggen digitaal schaduwarchief van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten; Wiv; Misbruik van recht; Beroep niet-ontvankelijk)
  • Rechtbank Rotterdam 6 november 2017 (gepubliceerd op 9 november 2017)(Beperkt verbod om rechts- en bewarende maatregelen te treffen, gelet op de belangenafweging, toegewezen; Bevoegdheid; Geëxpireerd octrooi, uniemerken, auteursrechten; Slaafse nabootsing; Artikel 1019h Rv; Liquidatietarief; Leidingdoorvoermodules)
Visie

Rechtspraak informatierecht week 44

bureau Brandeis publiceert wekelijks een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht.

Week 44: 30 oktober – 3 november 2017

  • Gerechtshof Amsterdam 31 oktober 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 1 november 2017 (Reclamerecht; ‘Certificaat’; ‘Keurmerk’)
  • Gerechtshof Amsterdam 31 oktober 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 1 november 2017)(Persoonlijkheidsrechten architect; Aantasting zuidgevel; Nadeel aan de eer of naam van architect als maker)
  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 oktober 2017 (Strafrecht; Facebook; Vrijspraak van Smaadschrift; Niet bewezen is dat verdachte ‘een bepaald feit’ ten laste heeft gelegd waardoor de eer en goede naam van de aangever is aangerand, zoals bedoeld in artikel 261 Sr)
  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 september 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 2 november 2017)(Proceskosten; Onvoldoende aanleiding om tot matiging over te gaan)
  • Rechtbank Den Haag 1 november 2017 (gepubliceerd op 3 november 2017)(Vervallenverklaring recht van gedaagde op internationale merkregistratie van woordmerk SPIRIT, voor zover betrekking hebbend op de Benelux, en doorhaling in Benelux merkenregister; Verstek)
  • Rechtbank Amsterdam 1 november 2017 (Vrijheid van meningsuiting; Uitingen vinden voldoende steun in de feiten en van een onrechtmatige hetze tegen eiser is evenmin gebleken; De publicaties volgen steeds op eigen acties van eiser, ofwel acties in de media ofwel juridische acties; derhalve steeds een (door eiser zelf gecreëerde) aanleiding voor publicaties; Telegraaf; Loterijverlies)
  • Rechtbank Amsterdam 26 oktober 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 1 november 2017)(CvTA had BUMA/Stemra om zienswijze moeten vragen)
  • Rechtbank Amsterdam 18 oktober 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 2 november 2017)(Onrechtmatige plaatsing valse Google Reviews; verstrekken NAW-gegevens; Toewijzing materiële schade (€ 2.702,-), buitengerechtelijke kosten (€ 11.000,-), proceskosten (€ 2.910,75), Nakosten; Afwijzing verbod toekomstige publicaties, immateriële schade (verklaring voor recht is reeds afdoende))
  • Rechtbank Rotterdam 2 oktober 2017 (gepubliceerd op 1 november 2017)(Rectificatie afgewezen; Mededeling niet onjuist of onvolledig; Proportionaliteitsvraag leent zich niet voor kort geding)
  • Rechtbank Midden-Nederland 27 oktober 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 30 oktober 2017)(Auteursrechtinbreuk; Naburige rechten; Aanbieden van verkorte hyperlinks naar illegale streams; Openbaarmaking; IPTV; Stichting BREIN)
Visie

Rechtspraak informatierecht week 43

bureau Brandeis publiceert wekelijks een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht.

Week 43: 23 oktober 2017 t/m 27 oktober 2017

  • Conclusie Advocaat-Generaal Y. Bot HvJ EU 24 oktober 2017 (C-210/16)(Bescherming natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en het vrije verkeer van die gegevens; Bevel tot deactivering van een fanpagina op Facebook; Begrip ‚voor de verwerking verantwoordelijke’; Verantwoordelijkheid van de beheerder van een fanpagina; Gezamenlijke verantwoordelijkheid; Omvang van de bevoegdheden om in te grijpen van de toezichthoudende autoriteiten”)
  • Rechtbank Rotterdam 11 oktober 2017 (gepubliceerd op 23 oktober 2017)(Telefoniemarkt; Slamming; Onrechtmatig handelen; Misleidende reclame)
  • Rechtbank Midden-Nederland 25 oktober 2017 (gepubliceerd op 27 oktober 2017)(Geen ontoelaatbare schending van eer en goede naam door berichten op Facebook)
  • Rechtbank Limburg 11 oktober 2017 (gepubliceerd op 24 oktober 2017)(Vals facebookprofiel; Intieme persoonlijke gegevens; Oplichting; Immateriële schadevergoeding van € 5.000,-; Inbreuk persoonlijke levenssfeer; Portretrecht; Onrechtmatige daad; Overige schade van € 36.380,10)
Visie

Rechtspraak informatierecht week 42

bureau Brandeis publiceert wekelijks een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht.

Week 42: 16 oktober 2017 t/m 20 oktober 2017

    • HvJ EU 17 oktober 2017 (C-194/16, Bolagsupplysningen/Svensk Handel)(Bijzondere bevoegdheid ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad; Schending van de rechten van een rechtspersoon door de publicatie op internet van beweerdelijk onjuiste gegevens over hem en door het niet verwijderen van op hem betrekking hebbende reacties; Plaats waar de schade is ingetreden Centrum van de belangen van deze person)
    • HvJ EU 19 oktober 2017 (C-231/16, Merck)(Merkenrecht; Begrip ‚dezelfde handelingen’; Gebruik van de term ‚Merck’ in domeinnamen en op sociale media; Op een nationaal merk gebaseerde vordering, gevolgd door een op een Uniemerk gebaseerde vordering; Onbevoegdverklaring; Omvang)
    • HvJ EU 19 oktober 2017 (C-425/16, Raimund/Aigner)(Merken; Vordering wegens inbreuk; Vermoeden van geldigheid; Reconventionele vordering tot nietigverklaring; Verhouding tussen een vordering wegens inbreuk en een reconventionele vordering tot nietigverklaring; Procedurele autonomie)
    • Conclusie A-G Saugmandsgaard OE 19 oktober 2017 (C-395/16, Doceram/CeramTec)(Gemeenschapsmodellen; Uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die uitsluitend door de technische functie daarvan worden bepaald; Afbakening van dat begrip; Beoordelingscriteria)
    • EHRM 19 oktober 2017 (Verlagsgruppe Droemer Knaur GmbH & Co. KG v. Germany (no. 35030/13))(No violation of Article 10)
    • Hof Den Haag 3 oktober 2017 (gepubliceerd op 19 oktober 2017)(Verzoek om inzage/afschrift persoonsgegevens op grond van art. 35 Wbp; Omvat dit recht op kennisneming ook een op verzoek van aansprakelijkheidsverzekeraar opgestelde medische analyse?)
    • Hof Den Bosch 17 oktober 2017 (gepubliceerd op 18 oktober 2017)(Auteursrecht; Streamen van sportwedstrijden; P2P; Winstoogmerk; Kennis van auteursrechtinbreuk verondersteld)
    • Hof Arnhem-Leeuwarden 17 oktober 2017 (gepubliceerd op 18 oktober 2017)(Vrijheid van meningsuiting; Spoedappel, weging van botsende grondrechten; Uitzendverbod wordt bekrachtigd, rectificatie is gelet op de aandacht die de zaak reeds in de media heeft gehad, niet langer gerechtvaardigd; Ook ontbreekt daarbij het spoedeisende belang)

 

 

Visie

Rechtspraak informatierecht week 41

bureau Brandeis publiceert wekelijks een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht.

Week 41: 9 oktober 2017 t/m 13 oktober 2017

  • Gerechtshof Amsterdam 13 oktober 2017 (Strafrecht; Privacy; Onderzoek smartphones; Beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte; De data bevatten niet zodanige informatie dat een min of meer volledig beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het persoonlijke leven van de verdachte)

 

  • Rechtbank Midden-Nederland 9 oktober 2017 (gepubliceerd op 10 oktober 2017)(Vrijheid van meningsuiting; Uitgezonden item EenVandaag onrechtmatig; Verwijdering item van website EenVandaag en toewijzing van beperkte rectificatie; Feitelijke onjuistheden; Ontbreken kritische vraag verslaggeefster; Geen hoor en wederhoor)
  • Rechtbank Midden-Nederland 27 september 2017 (gepubliceerd op 13 oktober 2017)(Vrijheid van meningsuiting; Onrechtmatige perspublicatie; tv-uitzending; preventief verbod; Vrienden van Trump)
  • NAI Arbitrage 24 juli 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 11 oktober 2017)(Collectieve vergoeding ‘hoofdmakers’ voor video on demand afgerond)

 

 

Visie

Rechtspraak informatierecht week 40

bureau Brandeis publiceert wekelijks een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht.

Week 40: 2 oktober 2017 t/m 6 oktober 2017

  1. EHRM 3 oktober 2017 (Dmitriyevskiy v. Russia)(Violation of Article 10; Criminal conviction of editor for publication of statements by Chechen leaders was unjustified)
  2. EHRM 3 oktober 2017 (Novaya Gazeta and Milashina v. Russia)(Violation of Article 10; Defamation proceedings following reports on investigation into Kursk catastrophe violated journalist’s and publisher’s right to freedom of expression)
  3. EHRM 5 oktober 2017 (Becker v. Norway)(Violation of Article 10; Ordering a journalist to give evidence on a source was not justified, even though the source himself had come forward to the police)
  4. HvJ EU 5 oktober 2017 (C-341/16, Hanssen Beleggingen / Tanja Prast-Knipping)(Merkenrecht; Bevoegdheid van de gerechten van de woonplaats van de verweerder; Exclusieve bevoegdheid voor de registratie en de geldigheid van intellectuele-eigendomstitels; Geding om te bepalen of een persoon terecht als merkhouder is geregistreerd”)
  5. ABRvS 4 oktober 2017 (Privacy; Verzoek ogv artikel 35 lid 2 Wbp; Geweigerd op grond van artikel 43 Wbp; Noodzakelijkheid; Werkwijze en handhavingsstrategie; Belastingdienst; Hoger beroep ongegrond)
  6. Rechtbank Den Haag 29 september 2017 (gepubliceerd op 4 oktober 2017)(Handelsnaamrecht; Verwarringsgevaar; Overeenstemmende handelsnaam voor onderneming van dezelfde aard in hetzelfde gebied; Chiropractie)
  7. Rechtbank Den Haag 6 oktober 2017 (Merkenrecht; Auteursrecht; Machinerichtlijn; Revisie; Uitputting; Gegronde reden voor verzet; Spoedeisend belang)
  8. Rechtbank Den Haag 4 oktober 2017 (gepubliceerd op 6 oktober 2017)(Auteursrecht; Leenrecht; Bibliotheek van de Gemeente “voor het publiek toegankelijke instelling” in de zin van artikel 12 lid 3 Aw)
  9. Rechtbank Amsterdam 5 oktober 2017 (gepubliceerd op 6 oktober 2017)(Merkenrecht; Auteursrecht;Een echtpaar dat een restaurant in Amsterdam exploiteert en ook pizza’s bezorgt hoeft het logo voorlopig niet aan te passen)
  10. Rechtbank Rotterdam 4 oktober 2017 (gepubliceerd op 5 oktober 2017)(IE; Begroting schade ten gevolge van IE-inbreuk pp grond van art. 13 lid 1 sub b Handhavingsrichtlijn na eerder tussenvonnis (ECLI:NL:RBROT:2017:1583); Proceskostenveroordeling ex art. 1019h RV; Bezwaar tegen uitvoerbaar-bij-voorraadverklaring verworpen)
  11. Rechtbank Midden-Nederland 27 september 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 2 oktober 2017)(Vrijheid van meningsuiting; Zembla-uitzending over zakenvrienden Trump mag uitgezonden worden)
Visie

Rechtspraak informatierecht week 39

bureau Brandeis publiceert wekelijks een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht.

Week 39: 25 september 2017 t/m 29 september 2017

  1. HvJEU 27 september 2017 (Verwerking persoonsgegevens; Vaststelling van een lijst van persoonsgegevens; Belastingheffing
  2. HvJEU 27 september 2017 (C-24/16 en C-25/16)(Modelrecht; Inbreukvordering; Nintendo; “Illustratie”; Bevoegdheid medeverweerder; Territoriale bevoegdheid)
  3. Advocaat-Generaal H. Saugmandsgaard OE HvJEU 28 september 2017 (Modelrecht; “Onderdeel van een samengesteld voortbrengsel”; Autovelgen; Vorm afhankelijk van de uiterlijke kenmerken van het samengestelde voortbrengsel; Zorgvuldigheidsplicht inzake de inachtneming van de gebruiksvoorwaarden door de gebruikers in het vervolg van de keten”)
  4. Hoge Raad 29 september 2017 (Vrijheid van meningsuiting; TV-uitzending; Opnames met verborgen camera; Vordering tot afgifte van volledige beeld- en geluidmateriaal terecht afgewezen)
  5. ABRvS 27 september 2017 (Kansspelen; Speelautomatenhal; Schaarse vergunning; Persoons- en locatiegebonden; Verplaatsing locatie)
  6. Gerechtshof Den Haag 27 september 2017 (Vrijheid van meningsuiting; Art. 261 Sr; Smaadschrift Dringende maatschappelijke behoefte voor een veroordeling; Veroordeling tot een geldboete van € 250,00, subsidiair 5 dagen hechtenis, alsmede 1 week gevangenisstraf voorwaardelijk, proeftijd van 2 jaren)
  7. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 september 2017 (gepubliceerd op 28 september 2017)(Vrijheid van meningsuiting; Publicatieverbod; Prior restraint; Aan te leggen maatstaf; Voornemen publicatie over een Nederlandse man van Turkse afkomst die in Turkije is aangehouden in verband met sympathieën voor de Gülenbeweging en aan wie vervolgens niet wordt toegestaan dat land te verlaten; angst voor represailles tegen zijn in Nederland verblijvende gezinsleden)
  8. Rechtbank Amsterdam 26 september 2017 (Vrijheid van meningsuiting; Gedaagde mocht in een vraaggesprek in het televisieprogramma RTL Boulevard een publicist kierewiet noemen; Daarmee heeft gedaagde niet onrechtmatig gehandeld)
  9. Rechtbank Amsterdam 20 september (gepubliceerd op IE-Forum op 26 september 2017)(Meer aandacht voor de ene architect in publicatie is redactionele keuze en geen inbreuk op persoonlijkheidsrechten)
  10. Rechtbank Midden-Nederland 25 augustus 2017 (gepubliceerd op 29 september 2017)(Inbreuk op privacy door opnames met camera’s en een drone; Geen rechtvaardigingsgrond; Verbod om opnames te maken)
  11. Rechtbank Rotterdam 27 september 2017 (Telecom; Mededinging; TV via het kopernetwerk; Geen sprake van een machtspositie van KPN; Geen onrechtmatig handelen onafhankelijk van de gesloten overeenkomsten; Succesvol beroep op het exoneratiebeding; De vordering wordt afgewezen)

 

 

Visie

Rechtspraak informatierecht week 38

bureau Brandeis publiceert wekelijks een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht.

Week 38: 18 september 2017 t/m 22 september 2017.

  1. Raad van State 20 september 2017 (Privacy; Hoger beroep van Autoriteit Persoonsgegevens is gegrond; Combineren voordeelurenabonnement alleen met persoonlijke OV-chipkaart en niet met een anonieme OV-chipkaart ; Verzoek op grond van artikel 60 Wbp terecht afgewezen; NS)
  2. College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 september 2017 (UberX legaal; UberPOP verboden)
  3. Gerechtshof Den Haag 19 september 2017 (Handelsnaam Parfumswinkel; Bij louter beschrijvende handelsnamen is – bij gebreke aan inburgering – verwarringsgevaar onvoldoende voor een verbod ogv art. 5 Hnw; Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist (zie HR ‘Artiestenverloning’); ANS Trading)
  4. Gerechtshof Amsterdam 6 juni 2017 (gepubliceerd op 18 september 2017)(Auteursrecht op format van onderdeel van TV-spel; Onvoldoende aannemelijk is dat ITV rechthebbende is, dus verbod aan MC&F vernietigd; Echter ook geen verbod aan ITV, want onvoldoende spoedeisend)
  5. Gerechtshof Amsterdam 13 juni 2017 (gepubliceerd op 18 september 2017)(Vergelijkend warenonrderzoek; Uitslag van friettest 2016 in Algemeen Dagblad; De eerste rechter heeft terecht geoordeeld dat het AD niet behoeft te rectificeren; Belangrijk economisch nadeel; Deskundigheid en objectiviteit; De Persgroep; Tankstation De Pomp)
  6. Rechtbank Den Haag 14 september 2017 (gepubliceerd op 20 september 2017)(Kansspelen; Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen gericht tegen de Kansspelautoriteit; Er staat een met voldoende waarborgen omklede andere rechtsgang bij de bestuursrechter open)
  7. Rechtbank Den Haag 15 september 2017 (gepubliceerd op 21 september 2017)(Vordering wapperverbod; Aanschrijven afnemers op inbreuk verschillende IE-rechten; Geen geldige model- en auteursrechten vanwege techniekexceptie; Overige IE-rechten geen inbreuk; Daarom rectificatiebrief toegewezen; Onvoldoende dreiging dat meer brieven worden geschreven, dus verbod afgewezen; Beslag opgeheven)
  8. Rechtbank Den Haag 22 september 2017 (Auteursrecht; Vordering Brein tot voorlopige blokkade van de website The PirateBay voor abonnee’s van Ziggo en XS4ALL toegewezen, gelet op oordelen rechtbank, Hoge Raad en Hof van Justitie EU in bodemprocedure)
  9. Rechtbank Amsterdam 13 september 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 19 september 2017)(IE-procesrecht; Eiser veroordeelt in de proceskosten wegens dag van te voren intrekken kort geding IE-geschil)
  10. Rechtbank Midden-Nederland 20 september 2017 (Naburige rechten; Wie is de fonogrammenproducent in de zin van de wet op de naburige rechten? Vernietiging op grond van dwaling ter zake de managementovereenkomsten en productieovereenkomsten; Spinnin Records; Musicallstars; Martin Garrix)
  11. Rechtbank Noord-Nederland 22 september 2017 (Merkenrecht; Inzage en afgifte ex artikel 843a Rv toegewezen)
  12. Rechtbank Gelderland 13 september 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 19 september 2017)(Merkenrecht; Exclu-Floors maakt inbreuk op merk ExcluFloorS, maar mag handelsnaam blijven gebruiken)
  13. Rechtbank Oost-Brabant 13 september 2017 (gepubliceerd op 20 september 2017)(Merkenrecht; Europees beeldmerk; Verbod gebruik logo door gedaagde op grond van artikel 2:20 BVIE toegewezen; Vordering tot schadevergoeding ex artikel 2:21 BVIE afgewezen; Voldoet niet aan vereisten geldvordering in kort geding; Stichting Connekt)
  14. Rechtbank Oost-Brabant 20 september 2017 (gepubliceerd op 22 september 2017)(Partijen maken over en weer inbreuk op elkaars auteursrechten; Belangenafweging)
Visie

Rechtspraak informatierecht week 37

bureau Brandeis publiceert wekelijks een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht.

Week 37: 11 september 2017 t/m 15 september 2017.

  • Conclusie Advocaat-Generaal P. Mengozzi HvJEU 12 september 2017, C-291/16 (Schweppes)(Merkenrecht; Richtlijn 2008/95/EG; Uitputting van het aan het merk verbonden recht; Parallelle merken; Overdracht van de merken voor een deel van het grondgebied van de EER)
  • ABRvS 13 september 2017 (Wob; Informatieverzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002; Niet-ontvankelijkheid uitgesproken door de rechtbank; Hoger beroepen ongegrond)
  • College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2017 (Marktanalysebesluit vaste telefonie; Transparantie-, non-discriminatie- en toegangsverplichting; KPN; ACM; Vernietiging aangevallen uitspraak en bestreden besluit)
  • Rechtbank Den Haag 12 september 2017 (Modelrechtinbreuk vorm aardappelfriet; Inbreukverbod wordt toegewezen; Inzage in bewijsbeslag deels toegestaan en onder voorwaarden; J.R. Simplot Company; McCain Foods)
  • Rechtbank Den Haag 13 september 2017 (gepubliceerd op 15 september 2017)(Merkenrecht; Geen verwarringsgevaar; Groot begripsmatig verschil; SITA; SINA)
  • Rechtbank Amsterdam 13 september 2017 (De man die in 2013 naar eigen zeggen per ongeluk op “de rode knop” drukte bij de Postcode Loterij Miljoenenjacht, kan daar niet op terugkomen )
  • Rechtbank Amsterdam 12 september 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 14 september 2017)(Handelsnaamrecht; Direct en indirect verwarringsgevaar tussen handelsnamen Project Moore en Moore Partners)
  • Rechtbank Amsterdam 14 september 2017 (gepubliceerd op 15 september 2017)(Vrijheid van meningsuiting; De uitlatingen van de minister van Informatie van Somalië over een naar Nederland gevluchte Somalische journalist zijn niet onrechtmatig)
  • Rechtbank Rotterdam 31 augustus 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 14 september 2017)(Auteursrecht; Ex parte tegen Usenet- en BitTorrent-uploader van films en series; BREIN)
  • Rechtbank Midden-Nederland 30 augustus 2017 (gepubliceerd op 12 september 2017)(Merkinbreuk in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE; WIJ)
  • Rechtbank Noord-Nederland 6 september 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 13 september 2017)(Bedrijfsgeheimen; Onrechtmatige daad jegens Zorgvervoercentrale Nederland voor publiceren bedrijfsinformatie)
  • Rechtbank Noord-Nederland 13 september 2017 (Inbreuk op woordmerk, inbreuk op auteursrecht op een foto en de bedrukking van etalageruiten en inbreuk op handelsnaam; Geen inbreuk op beeldmerk; Yoghurt Barn; Yoghurt Farm)
  • Rechtbank Noord-Nederland 15 september 2017 (Vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM); Eerbiediging van persoonlijke levenssfeer (art. 8 EVRM); Rectificatie; door opnames te maken met een verborgen camera en het uitzenden van beelden die kunnen worden herleid tot [eiser] is een inbreuk gemaakt op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; SBS; Stegeman)
  • Rechtbank Gelderland 25 augustus 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 11 september 2017)(Auteursrecht; Renovatieplannen Paleis het Loo geen verminking op eerder uitgevoerde restauraties)

 

  • Rechtbank Limburg 13 september 2017 (Ex-werknemer; Werk gerelateerde uitlatingen op Facebook; Boete bedongen in beëindigingsovereenkomst; Persoonlijke levenssfeer; Caradon Stelrad; Vorderingen afgewezen)
Visie

Rechtspraak informatierecht week 36

bureau Brandeis publiceert wekelijks een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht.

Week 36: 4 september 2017 t/m 8 september 2017.

Rechtspraak:

  • HvJ EU 6 september 2017 (Vernietiging arrest van het Gerecht EU van 12 juni 2014 inzake de oplegging van een geldboete van 1,06 miljard euro die door de Commissie aan Intel was opgelegd wegens misbruik van machtspositie; Terugverwijzing)
  • EHRM 5 september 2017 (Privacy; Monitoren werknemers; Meldingsplicht werkgever; Schending artikel 8 EVRM)
  • EHRM 5 september 2017 (Yurtsever c. Turquie); EHRM 5 september 2017 (Özer c. Turquie);  EHRM 5 september 2017 (Camyar c. Turquie); EHRM 7 september 2017 (Karzhev v. Bulgaria); EHRM 7 september 2017 (Lacroix c. France)(Vrijheid van meningsuiting; Schending artikel 10 EVRM)
  • Rechtbank Den Haag 7 september 2017 (Kort geding tegen de Staat; Veroordeling tot vaststelling luchtkwaliteitsplan dat aan de regelgeving doet; Vereniging Milieudefensie; Stichting Adem in Rotterdam)
  • Rechtbank Den Haag 30 augustus 2017 (gepubliceerd op 7 september 2017)(Auteursrecht; Verstek; Tarieven BUMA; Grupo Esdras; Verbod)
  • Rechtbank Amsterdam 6 september 2017 (Portretrecht; Lookalike; Verstappen; Picnic; Het gebruik van een lookalike in een commercial)
  • Rechtbank Amsterdam 6 september 2017 gepubliceerd op IE-Forum op 8 september 2017)(Domeinnaamrecht; Vordering schadevergoeding niet gebruik van bulldog.com is verjaard)
  • Rechtbank Rotterdam 6 september 2017 (gepubliceerd op 8 september 2017)(Portretrecht (art. 21 Auteurswet); Toepasselijkheid filmregeling (art. 45a e.v. Auteurswet); Wet bescherming persoonsgegevens (art. 8 onder a); Vorderingen afgewezen; Rapper Apnormaal; Rapbattles op Youtube)
  • Rechtbank Noord-Holland 6 september 2017 (Abusievelijke publicatie gegevens vervoerder TenderNed door verschillende gemeenten; Grondslag Wbp afgewezen; Geen inbreuk Databankenrecht en Databankenrichtlijn; Wel onrechtmatige daad wegens schending zorgvuldigheidsnorm)
  • Rechtbank Midden-Nederland 8 augustus 2017 (gepubliceerd op 6 september 2017)(Strafrecht; Vrijheid van meningsuiting; Gedurende een zeer lange periode via publicaties op internet en via e-mails talloze malen schuldig gemaakt aan smaadschrift, eenvoudige belediging, belaging en bedreiging; Voorwaardelijke gevangenisstraf; Taakstraf)
  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 september 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 6 september 2017)(Mediarecht; Facebookrectificatie beschuldiging van oplichting liefdadigheidsbingo)
  • Rechtbank Oost-Brabant 4 september 2017 (gepubliceerd op IE-Forum op 6 september 2017)(Handelsnaamrecht; CITY in handelsnaam van hotels mag niet gemonopoliseerd worden)
  • Rechtbank Overijssel 8 september 2017 (gepubliceerd op IE-Forum)(Merkenrecht; T-shirts met nagemaakt beeldmerk BALR mogen niet meer verkocht worden)

 

 

Visie

Slaafse nabootsing

Het uiterlijk van producten, zoals bijvoorbeeld het ontwerp van een ketting, kan beschermd worden door het auteursrecht. Daarbij geldt dan wel dat de vormgeving het resultaat moet zijn van creatieve keuzes van de ontwerper en moet deze een voldoende oorspronkelijk karakter hebben. Verder biedt het (zowel het geregistreerde als niet-geregistreerde) modellenrecht bescherming tegen het ongeautoriseerd overnemen van het twee- of driedimensionale uiterlijk van een tekening of model van de ketting voor zover de tekening of het model nieuw is en een eigen karakter heeft. Daarnaast biedt het merkenrecht in beperkte mate aanvullende bescherming voor vormen van een ketting als gedeponeerd vormmerk, indien sprake is van waarneembaarheid van het merk en van een voldoende onderscheidend vermogen. Indien geen van bovengenoemde intellectuele eigendomsrechten bescherming biedt, zou aanvullend een beroep op onrechtmatige daad (slaafse nabootsing)  kunnen worden gedaan. De slaafse nabootsingsleer wordt de afgelopen jaren in rechtspraak steeds vaker met succes aangevoerd.[1] Recentelijk heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin zij de slaafse nabootsingsleer nader uiteenzet.

Wat is de leer van de slaafse nabootsing?

De slaafse nabootsingsleer zoals door de Hoge Raad voor de eerste maal is geïntroduceerd in het arrest Hyster Karry Krane[2] biedt via de weg van de onrechtmatige daad bescherming tegen nabootsing van het uiterlijk van producten waarbij men, zonder aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid van het product afbreuk te doen op bepaalde punten evengoed een andere weg had kunnen inslaan. Daarbij moet dan ook nog door dit nalaten nodeloos verwarring worden gesticht. De slaafse nabootsingsleer vindt haar beperking in het recht op vrije mededinging dat met zich meebrengt dat het een concurrent in beginsel vrij staat om voort te borduren op resultaten van inspanning, inzicht of kennis van een concurrent zelfs als daardoor tussen het product en het nagebootste product verwarring bij het publiek mocht kunnen ontstaan. Op de nabootsende concurrent rust evenwel de verplichting om bij het nabootsen alles te doen wat redelijkerwijs, zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid van het product, mogelijk en nodig is om te voorkomen dat door gelijkheid van beide producten gevaar voor verwarring ontstaat of wordt vergroot.[3]

 Hoe beoordeel je of er sprake is van nodeloos verwarringsgevaar?

Nodeloos verwarringsgevaar omvat zowel direct ( producten van twee ondernemingen worden door elkaar gehaald) als indirect verwarringsgevaar ( publiek denkt dat producten van dezelfde onderneming zijn). De totaalindruk (overeenstemmende en afwijkende elementen) van beide producten moet met elkaar worden vergeleken en er moet rekening worden gehouden met de deskundigheid (doorsnee consument of professional) van het publiek dat in aanraking komt met de producten.[4]

Verder zal diegene die een beroep doet op de slaafse nabootsingsleer moeten kunnen aantonen dat zijn product onderscheidend vermogen heeft. Dat wil zeggen of het product een eigen plaats heeft in de markt (ook wel het Umfeld, in geval van een ketting wil dat zeggen of sprake is van voldoende onderscheidend vermogen ten opzichte van reeds bestaande kettingen van concurrenten) waarvoor beslissend is de situatie ten tijde van de aanvang van de gestelde inbreuk.[5] Ten tijde van de gestelde inbreuk moet de uiterlijke verschijningsvorm van het product van eiser een eigen plaats in de markt innemen.

 Wat oordeelt de Hoge Raad?          

Wat waren de feiten? Een producent van een sieradenlijn verwijt een concurrent dat deze een sieradenlijn exploiteert die aangemerkt kan worden als een onrechtmatige slaafse nabootsing van haar eigen sieradenlijn. Zowel de rechtbank als het Hof komen tot het oordeel dat er geen sprake is van slaafse nabootsing aangezien eiser niet heeft aangetoond dat haar sieradenlijn een eigen plaats in de markt heeft.

Eiser legt haar vraag vervolgens voor aan de Hoge Raad[6] die ten aanzien van het eigen gezicht op de markt overweegt dat eerst het Umfeld in beeld moet worden gebracht waarbij vervolgens gelet moet worden op de mate van onderscheidend vermogen ten opzichte van gelijksoortige producten in de desbetreffende markt. De aard en hoeveelheid van de gelijksoortige producten op de betreffende markt spelen een rol. Dit vergt dus een andere beoordeling in geval van bijvoorbeeld pennen (relatief goedkoop product met veel gelijksoortige producten) en drones (relatief duurder product en minder vergelijkbare producten op de markt). Daarnaast introduceert de Hoge Raad[7] de regel dat als een rechthebbende niet voldoende doet om ‘namaak’ van concurrenten van de markt te verwijderen het eigen gezicht van een product kan afnemen (‘verwateren’) en daarmee het recht om op te treden tegen nodeloze verwarring verloren kan gaan. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval geldt er dus een vergaande of minder vergaande verplichting om handhavend op te treden (denk bijvoorbeeld aan het verzenden van sommatiebrieven tot aan gerechtelijke procedures) tegen concurrenten die nabootsingen op de markt brengen.

Conclusie

Hoewel een beroep op slaafse nabootsing in het onderhavige geval niet opgaat, lijkt er wel een tendens waarneembaar waarbij steeds vaker met succes een beroep wordt gedaan op het leerstuk van de slaafse nabootsing. Zeker in gevallen dat een intellectueel eigendomsrecht geen of niet langer bescherming biedt, kan het leerstuk aanvullende bescherming bieden. Daartoe is het van belang om bewust te zijn op welke productmarkt je actief bent, te weten wie je concurrenten zijn en of je wel voldoende handhavend optreedt tegen concurrenten die (nodeloos) verwarring wekken. De antwoorden op deze vragen zijn belang voor een succesvol beroep op het leerstuk van de slaafse nabootsing.

[1] Rb Den Haag 8 oktober 2014, IEF 14264 (Nickelson/Cool Cat); Hof Arnhem-Leeuwarden 24 november 2015, (All Round/Simstars); Rb. Den Haag 26 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:4379, r.o. 5.7 tot en met 5.20.

[2] Hoge Raad 26 juni 1953, NJ 1954/90 (Hyster Karry Kane).

[3] HR 8 januari 1960, NJ 1960 /415 (Scrabble), HR 20 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ6999, NJ 2011/302 (Lego).

[4] Chielen e.a.’Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht’, Kluwer: Deventer, 2017, p. 654 t/m 657.

[5] Rb Den Haag 8 oktober 2014, IEF 14264 (Nickelson/Cool Cat); Hof Arnhem-Leeuwarden 24 november 2015, (All Round/Simstars).

[6] R.o. 3.4.2 Van verwarring ten aanzien van een nagebootst product kan eerst sprake zijn indien dat product een ‘eigen gezicht’ heeft op de relevante markt, dat wil zeggen: zich in uiterlijke verschijningsvorm onderscheidt van andere, gelijksoortige producten op die markt (ook wel ‘het Umfeld’ genoemd). De mate waarin dat product zich dient te onderscheiden van die gelijksoortige producten om bij het verschijnen van nabootsingen ervan een gevaar voor verwarring te kunnen doen ontstaan, hangt onder meer af van de aard en de hoeveelheid gelijksoortige producten die zich op dat moment op de desbetreffende markt bevinden.”

[7] R.o. 3.4.3 Het eigen gezicht van een product kan afnemen, en zelfs verdwijnen (‘verwateren’) naarmate meer soortgelijke producten op de markt verschijnen en zich handhaven. Voor zover het gaat om slaafse nabootsingen van het product kan van de partij die dit product op de markt brengt, onder omstandigheden dan ook worden gevergd dat zij zich de nodige inspanningen getroost om deze nabootsingen van de markt te weren, teneinde haar product het eigen gezicht op de markt te doen behouden. Het hangt van de omstandigheden van het geval af welke mate van inspanning van de betrokken partij kan worden gevergd. Evenwel kan over het algemeen niet van deze partij worden verlangd dat zij alle concurrenten die nabootsingen op de markt brengen tegelijk en zonder onderscheid aanpakt, ongeacht bijvoorbeeld hun marktaandeel (vgl. HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3307 (The Pirate Bay)).”

Visie

Update – ACM verlaagt boetes webwinkels

Eerder schreef ik over de hoge boetes die de ACM opgelegde aan vijf webwinkels. Recent maakte de ACM bekend dat zij de boetes van twee webwinkels verlaagt in verband met de draagkracht van de eigenaren van de webwinkels.

Verlaging boete

De webwinkels www.hipvoordeheb.nl en www.kiesdejuistesportbh.nl kregen oorspronkelijk beiden een boete van € 50.000,- omdat zij onvoldoende / onjuiste informatie gaven over het herroepingsrecht. De ACM heeft deze boetes nu verlaagd, omdat de eigenaren van de websites inzage hebben gegeven in hun financiële gegevens en daaruit blijkt dat zij onvoldoende draagkracht hebben voor de opgelegde boete.

Voor het overige blijft de ACM bij haar oordeel dat de websites niet aan de regels voldeden en dat zij terecht een boete heeft opgelegd.

Boete zonder waarschuwing

Het argument van Kiesdejuistesportbh dat de ACM eerst had moeten waarschuwen, wordt niet gevolgd. Volgens  de ACM heeft zij de regels en haar voornemen tot handhaving voldoende breed bij marktpartijen onder de aandacht gebracht en is zij niet verplicht om vooraf te waarschuwen.

Informatie over draagkracht

De boete van Hipvoordeheb is verlaagd tot € 5.000,- en die van Kiesdejuistesportbh tot € 10.000,-. De ACM pleit ervoor dat partijen op tijd informatie geven over hun financiële positie, zodat zij een passende boete kan bepalen. Bekijk daarom, in geval van handhaving door de ACM, tijdig of het verstandig is om gegevens te verstrekken over de draagkracht van een partij.

Meer informatie

bureau Brandeis staat regelmatig partijen bij met vragen of geschillen over online handel. Klik hier voor meer informatie.

Visie

HvJEU: algemene bewaarplicht voor verkeersgegevens is disproportioneel

Een algemene en ongedifferentieerde plicht voor telecombedrijven om alle verkeersgegevens en locatiegegevens van al hun abonnees en gebruikers te bewaren, is in strijd met Europees recht. Dat heeft het Hof van Justitie (“HvJEU”) op 21 December 2016 bepaald in de gevoegde zaken C-203/15 Tele2 Sverige AB tegen Post-och telestyrelsen en C-698/15 Secretary of State for the Home Department tegen Tom Watson e.a.

Eerder: Digital Rights Ireland

Het arrest bouwt voort op het eerder gewezen Digital Rights Ireland arrest. In dat arrest verklaarde het HvJEU Richtlijn 2006/24/EG (dataretentie richtlijn) ongeldig, omdat een algemene bewaarplicht van gegevens zonder voldoende beperkingen disproportioneel is. Een dergelijke bewaarplicht maakt een inbreuk op het recht op eerbiediging van het privéleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens en moet daarom tot het strikt noodzakelijke beperkt worden.

Na dit arrest is in Nederland de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens (art. 13.2a; 13.2b en 13.4 Telecommunicatiewet), die de dataretentie richtlijn implementeerde, via een kort geding door de Voorzieningenrechter in Den Haag buiten werking gesteld. Diversen Europese landen hebben echter nog nationale regelgeving op grond waarvan telecomproviders gegevens moeten bewaren.

In het arrest van december 2016 gaat het HvJEU in op de vraag of dergelijke verplichtingen (na het Digital Rights Ireland) arrest eigenlijk wel toegestaan zijn. Dit naar aanleiding van vragen van de Zweedse en Britse rechter.

Geen algemene bewaarplicht

Volgens het HvJEU is een algemene en ongedifferentieerde bewaarplicht in strijd met artikel 15 van Richtlijn 2002/58/EG (e-privacyrichtlijn). Het geheel van gegevens over communicatie kan immers leiden tot zeer precieze conclusies over het privéleven van de personen van wie de gegevens zijn bewaard.

Daarom kan enkel de bestrijding van zware criminaliteit een dergelijke ernstige inbreuk op het recht op privacy rechtvaardigen. Er moet dan wel een verband zijn tussen de gegevens die bewaard moeten worden en het bestaan van een bedreiging van de openbare veiligheid. Bij een algemene ongedifferentieerde bewaarplicht worden gegevens bewaard van alle personen die gebruik maken van communicatiediensten. Hieronder zullen zich ook personen bevinden die op geen enkele wijze te maken hebben met criminele activiteiten. Daarmee gaat zo’n verplichting dus verder dan wat strikt noodzakelijk is voor het nagestreefde doel, en is derhalve niet toegestaan.

Opvallend hierbij is dat het HvJEU overweegt dat de kring van betrokkenen van wie gegevens worden bewaard onder meer kan worden afgebakend aan de hand van een geografisch criterium. Het bewaren van gegevens kan dan afgebakend worden tot “een of meer gebieden met een hoog risico op zware criminaliteit”. Betekent dit dat gegevens verzameld kunnen worden over gebruikers die woonachtig zijn in de Haagse Schilderswijk, maar niet wanneer zij in het Statenkwartier wonen? Dergelijk “geografisch profileren” leidt weer tot andere (ethische) vraagstukken.

Waarborgen

Vervolgens gaat het HvJEU in op de waarborgen die moeten worden getroffen bij het verkrijgen van toegang tot de gegevens door bevoegde nationale autoriteiten.

Volgens het HvJEU zijn onder meer de volgende waarborgen vereist:

  • De toegang moet worden beperkt tot gegevens van personen die verdacht worden van betrokkenheid bij een ernstig misdrijf;
  • In bijzondere gevallen mag ook op basis van objectieve criteria toegang worden verleend tot gegevens van andere personen indien dat nodig is voor de bescherming van vitale belangen zoals bedreiging van de nationale veiligheid en terrorisme;
  • De toegang tot gegevens moet aan voorafgaande rechterlijke controle worden onderworpen, tenzij sprake is van bijzondere spoed;
  • Bevoegde instanties waaraan toegang is verleend, moeten de betrokken personen daarvan op de hoogte stellen zodra dat gezien het opsporingsbelang mogelijk is;
  • Er moeten doeltreffende maatregelen worden getroffen om de gegevens te beschermen tegen onrechtmatige toegang en misbruik, waaronder het bewaren van de gegevens op het grondgebied van de EU en het vernietigen van de gegevens na afloop van de bewaarperiode;
  • Een onafhankelijke autoriteit moet toezien op de verwerking van persoonsgegevens.
En nu?

Het is nu aan de verwijzende rechters (in Zweden en Groot-Brittannië) om te beoordelen of de nationale wettelijke bewaarplichten aan de door het HvJEU uiteengezette eisen voldoen. De nationale rechters zullen dus uiteindelijk moeten beoordelen of de regelingen (i) niet neerkomen op een algemene ongedifferentieerde bewaarplicht en (ii) of bij het verkrijgen van toegang tot de gegevens voldoende waarborgen worden genomen. Ook andere lidstaten zullen moeten beoordelen of hun nationale regelingen voldoen.

In Nederland is de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens reeds buiten werking gesteld. In reactie daarop is de regering met een wetsvoorstel gekomen om opnieuw een bewaarplicht te introduceren. Het is nu de vraag of het wetsvoorstel ook voldoet aan de door het HvJEU geformuleerde eisen. Wij denken dat dat niet het geval is, met name omdat het wetsvoorstel nog steeds voorziet in een algemene ongedifferentieerde bewaarplicht. Op grond van het wetsvoorstel moeten telecom aanbieders immers nog steeds in het algemeen gegevens bewaren, zonder dat is voorzien in enige vorm van afbakening of beperking van de kring van personen van wie gegevens worden bewaard. Telecom bedrijven zullen daarom gegevens moeten bewaren van al hun klanten, ongeacht of zij redelijkerwijs in verband kunnen worden gebracht met ernstige criminaliteit. Dat is in strijd met het Digital Rights Ireland en Tele2 Sverige arrest van het HvJEU.

Mc Fadden

Daarnaast is de vraag hoe de uitspraak zich verhoudt tot het eerdere Mc Fadden arrest. In Mc Fadden oordeelde het HvJEU dat een winkel die gratis wifi aanbiedt, verplicht mag worden om de toegang tot zijn netwerk te beveiligen via een wachtwoord om inbreuken op intellectuele eigendomsrechten te voorkomen. Volgens het HvJEU is een dergelijke maatregel echter alleen effectief als de gebruikers daarbij verplicht zijn hun identiteit op te geven om het wachtwoord te verkrijgen en dus niet langer anoniem kunnen handelen.

Het gekke is dat het HvJEU deze maatregel alleen afweegt tegen de rechten op vrijheid van ondernemerschap en vrijheid van informatie. Het HvJEU weegt dus het recht op eerbiediging van privéleven en de bescherming van persoonsgegevens niet mee. Had het HvJEU dat wel gedaan dan was zij vermoedelijk tot een ander oordeel gekomen. Het verzamelen van identificerende gegevens die zijn verstrekt in ruil voor een wifi wachtwoord zou immers neerkomen op een algemene ongedifferentieerde bewaarplicht. Een dergelijke plicht is volgens het HvJEU in Tele2 Sverige nu juist niet toegestaan, omdat deze een te vergaande inbreuk maakt op onder meer het recht op eerbiediging van het privéleven en de bescherming van persoonsgegevens.

Belang van grondrechten

In het Tele2 Sverige arrest onderstreept het HvJEU nogmaals het belang van de eerbiediging van het privéleven en de bescherming van persoonsgegevens, zelfs wanneer het gaat om de bestrijding van ernstige criminaliteit. Het is aan de nationale rechters en wetgevers om te bezien of nationale regelingen deze grondrechten voldoende in acht nemen.

Visie

Hoge Raad oordeelt voor eerst over het recht om vergeten te worden

We kennen allemaal de verwijderingsverzoeken die Google krijgt omdat mensen niet blij zijn met wat er over ze op internet te vinden is. Het gaat inmiddels om miljoenen verzoeken. Bij elk van die verzoeken moeten het economisch belang van Google worden afgewogen tegen het privacy belang van degene die het ‘right to be forgotten’ verzoek (‘RBTF’) indient. De Hoge Raad heeft nu voor het eerst geoordeeld dat daarbij doorgaans het belang van de verzoeker zwaarder moet wegen.

Op 13 mei 2014 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (“HvJ EU”) in het baanbrekende Costeja arrest[1] voor het eerst geoordeeld dat het weergeven van persoonsgegevens in zoekresultaten een verwerking van persoonsgegevens kan opleveren. De betrokkene kan onder omstandigheden op grond van de Dataprotectierichtlijn (“Richtlijn”)[2] deze persoonsgegevens laten verwijderen. Nu heeft ook de Hoge Raad voor de eerste maal geoordeeld over het ‘recht om vergeten te worden’.

 Wat is het recht om vergeten worden?

In de Costeja-zaak oordeelde het HvJ EU dat de activiteit van een zoekmachine die erin bestaat door derden op het internet gepubliceerde of opgeslagen informatie te vinden een verwerking van persoonsgegevens in de zin van de Richtlijn oplevert. Zoekmachine exploitanten, zoals bijvoorbeeld Google en Bing, zijn verantwoordelijke voor die verwerking van persoonsgegevens.

Het HvJ EU oordeelde verder dat een zoekmachine exploitant verplicht is om bij zoekresultaten die na een zoekopdracht op de naam van een persoon wordt weergegeven, de koppelingen te verwijderen naar webpagina’s van derden waarop informatie over deze persoon is te vinden. Zelfs indien deze naam of deze informatie niet vooraf of gelijktijdig van deze webpagina’s is gewist en, in voorkomend geval, zelfs wanneer de publicatie ervan op deze webpagina’s op zich rechtmatig is.[3] Hieruit volgt dat het recht van de betrokkenen om ‘vergeten’ te worden ook geëffectueerd kan worden als een aanvankelijk rechtmatige verwerking van exacte gegevens na verloop van tijd niet langer met de Richtlijn verenigbaar is omdat deze gegevens niet langer noodzakelijk zijn voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld of verwerkt. Dit is met name het geval wanneer deze gegevens gelet op deze doeleinden en gelet op de verstreken tijd ontoereikend, niet of niet meer ter zake dienend of bovenmatig zijn.[4]

 Welke belangenafweging dient er gemaakt te worden?

Het HvJ EU oordeelde ook dat bij de belangenafweging artikel 7 (eerbiediging van het privé leven) en artikel 8 (bescherming persoonsgegevens) van het Europese Handvest[5] gewaarborgde grondrechten zijn die in beginsel voorop moeten worden gesteld. Dit zal niet het geval zijn indien de inmenging in de grondrechten van de betrokkene wegens bijzondere redenen zoals de rol die deze persoon in het openbare leven speelt, wordt gerechtvaardigd door het overwegende belang dat het publiek heeft om, door deze opneming, toegang tot de betrokken informatie te krijgen.[6]

Als gevolg van het Costeja-arrest is er een stroom aan met name lagere jurisprudentie[7] ontstaan over de vraag onder welke voorwaarden persoonsgegevens verwijderd dienen te worden door met name Google. Nu is er dus voor het eerst een arrest van de Hoge Raad.[8]

Wat zijn de feiten?

Eiser is in een aflevering van ‘Misdaadverslaggever’ van Peter R. de Vries verschenen. In de aflevering vertelt eiser, op heimelijke wijze via camera opgenomen, dat hij voornemens is om een concurrente in de escortbranche te laten liquideren. Eiser is mede op grond van de camerabeelden vervolgens veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf in eerste aanleg. Vervolgens is eiser in verschillende media genoemd waarbij steeds zijn volledige voornaam, tussenvoegsel en de eerste letter van zijn achternaam is gebruikt. Er is daarna ook een boek verschenen over deze zaak waarbij feiten en fictie door elkaar heen lopen. Eiser heeft vervolgens vastgesteld dat als zijn volledige voor- en achternaam bij Google Search worden ingetypt er zoekresultaten worden weergegeven van webpagina’s op amazon.com, books.google.nl en abebooks.com (“URL’s”) waarop informatie staat over het boek alsmede een verwijzing naar een artikel in het Algemeen Dagblad waarin wordt gesproken over veroordeling en de uitzending van ‘Misdaadverslaggever’.

Wat wil eiser bereiken?

Eiser is van mening dat de weergave van zijn persoonsgegevens in de bovengenoemde URL’s een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer oplevert en vordert verwijdering van de zoekresultaten en doet daarbij zowel een beroep op art. 36 (verwijdering en afscherming van persoonsgegevens) als op art. 40 (verzet tegen verwerking persoonsgegevens wegens bijzondere omstandigheden) van de Wet bescherming persoonsgegevens (“Wbp”).

Wat hebben de rechtbank en het Hof geoordeeld?

Eiser wordt in zowel kort geding als in hoger beroep in het ongelijk gesteld en het gerechtshof stelt daarbij vast dat eiser in beginsel het recht heeft om vergeten te worden en kan verlangen dat de op hem betrekking hebbende informatie niet meer door opneming in een resultatenlijst van een zoekmachine ter beschikking wordt gesteld aan het grote publiek. Echter, verwijdering van de zoekresultaten is in het onderhavige geval niet gerechtvaardigd omdat eiser, kort gezegd, wordt vervolgd voor een recentelijk begaan ernstig misdrijf en daarvoor in eerste aanleg al is veroordeeld en dat hem niet het recht toekomt te worden gevrijwaard van zoekresultaten waardoor het publiek eiser mogelijk in verband kan brengen met dit misdrijf.

Wat oordeelt de Hoge Raad?

De Hoge Raad stelt in lijn met het Costeja arrest vast dat bij de beoordeling van een verzoek tot verwijdering het privacybelang van de betrokkene in de regel zwaarder weegt dan het economisch belang van de zoekmachine exploitant, en dat dit anders kan zijn in bijzondere gevallen, wanneer sprake is van bijzondere redenen die de inmenging in het recht op privacy rechtvaardigen.

Ten aanzien van de vraag of er in dit geval sprake is van bijzondere redenen stelt de Hoge Raad vast dat het Hof had behoren na te gaan of het publiek er belang bij heeft dat de desbetreffende zoekresultaten worden getoond als op de volledige naam van eiser wordt gezocht.. Het Hof heeft wel vastgesteld dat indien er sprake is van een ernstig delict, het publiek een groot belang heeft om geïnformeerd te worden over dit delict alsmede dat eiser de publicaties aan zichzelf heeft te wijten en dat die omstandigheden ertoe hebben geleid dat de publicatie omtrent de veroordeling van eiser rechtmatig is geweest. De Hoge Raad merkt in dat verband eerst op dat uit het Costeja arrest volgt dat ook bij een rechtmatige publicatie de betrokkene zijn recht om vergeten te worden met succes kan effectueren. De Hoge Raad maakt vervolgens korte metten met de voornoemde overwegingen van het Hof en stelt vast dat zij niet had mogen volstaan met deze constatering maar dat het Hof de elementen zoals het belang van het publiek om informatie te verkrijgen omtrent veroordeling van eiser, de rol die eiser in het openbare leven speelt alsmede de aard en omvang van het belang van eiser in een belangenafweging had moeten betrekken.

Ook het oordeel van het Hof dat het publiek dat zoekt op de volledige voornaam en achternaam van eiser niet met zekerheid kunnen vaststellen dat of de URL’s informatie bevatten over eiser omdat daar alleen zijn voorletter, tussenvoegsel en eerste letter van zijn achternaam is vermeld, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting volgens de HR. De eiser heeft immers voldoende belang tegen de vermelding op te treden als een aanzienlijk deel van het publiek zal veronderstellen dat hij de persoon is die daarin wordt bedoeld, zo oordeelt de Hoge Raad.

 Is het oordeel van de Hoge Raad wenselijk?

In overwegingen 80, 81, 88 en 97 van het Costeja-arrest wordt door het HvJ EU een duidelijk kader geschapen dat gehanteerd moet worden bij de belangenafweging. Het Hof heeft in haar arrest in het midden gelaten of zij bovengenoemde belangenafweging heeft toegepast almede hoe zij de overige relevante omstandigheden zoals het belang van het publiek om kennis te nemen van de veroordeling van eiser en bijvoorbeeld de aard en omvang van het belang van eiser heeft gewogen in die belangenafweging. Nu dergelijke elementen ontbreken, is het onduidelijk hoe die elementen in de belangenafweging onderling hebben uitgewerkt. Mijn inziens heeft de Hoge Raad het arrest van het Hof Amsterdam dan ook met een juiste motivering vernietigd.

Verder vind ik het wel opvallend dat de Hoge Raad niet van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om de verwerking van de bijzondere strafrechtelijke gegevens door exploitanten van zoekmachines nader te duiden. Deze zaak leende zich immers bij uitstek voor een nadere uitleg van de Hoge Raad hoe om te gaan met de verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens door exploitanten van zoekmachines.

In de conclusie van Advocaat-Generaal Jääskinen voorafgaand aan het Costeja arrest is expliciet door hem overwogen dat; “voor de verwerking van de persoonsgegevens op bronpagina’s van derden die ergens “bijzondere” gegevens in de zin van artikel 8 van de richtlijn (..) zouden bevatten automatisch illegaal worden zodra niet is voldaan aan de strenge voorwaarden die dat artikel stelt aan de verwerking van zulke gegevens.” [9]

 Hoewel in lagere jurisprudentie[10] al wel eens is geoordeeld dat de verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens door middel van zoekmachines in strijd is met de Wbp, was het desondanks wenselijk geweest als de Hoge Raad de verwerking van bijzondere persoonsgegevens en art. 16 Wbp in dit verband had uitgelegd. In art. 16 Wbp wordt immers bepaald dat de verwerking van persoonsgegevens van strafrechtelijke aard in beginsel verboden is, behoudens de uitzonderingsgronden van art. 22 jo. art 23 Wbp. Op grond van de huidige uitzonderingen in de Wbp kan Google Search de verwerking van bijzondere strafrechtelijke persoonsgegevens niet rechtvaardigen, zodat de verwerking van persoonsgegevens in beginsel in strijd zou zijn met de Richtlijn en de Wbp en een illegaal karakter verkrijgen. Tegenover het illegale karakter van de verwerking van bijzondere persoonsgegevens van de exploitant van de zoekmachine, staat natuurlijk het algemene belang dat de Google middels haar zoekmachine dient. Google Search speelt in mijn ogen een essentiële rol bij het beschikbaar maken en houden van relevante informatie, waaronder ook strafgegevens kunnen vallen. Het zou mijns inziens onder voorwaarden mogelijk moeten zijn om informatie over strafrechtelijke persoonsgegevens te laten verwerken door exploitanten van zoekmachines.[11] Het lijkt niet wenselijk als Google Search in het geheel geen bijzondere persoonsgegevens zou mogen verwerken aangezien het recht op toegang tot informatie dan onevenredig zou worden geschaad.

Het is dat belang dat in deze onbelicht is gebleven. Gezien de veelheid aan RTBF verzoeken lijkt het echter een kwestie van tijd voordat deze vraag specifiek door de Hoge Raad beantwoord zal moeten worden.

Lex Keukens

[1] HvJ EU, 13 mei 2014, C-131/12, (Google Spain/AEPD en Mario Costeja González).

[2] Pbl EU, Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens’, L 336/1.

[3] HvJ EU, 13 mei 2014, C-131/12, r.o 88.

[4] HvJ EU, 13 mei 2014, C-131/12, r.o. 93 en 94.

[5] Pbl EU, Handvest van de Europese Unie, 26 oktober 2012, C 326/02.

[6] HvJ EU, 13 mei 2014, C-131/12, r.o. 97 e.v.

[7] Zie recentelijk bijvoorbeeld Rb. Midden-Nederland, 20 februari 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:805; Rb. 25 januari 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:278.

[8] HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:316.

 

[9] Conclusie van advocaat-generaal N. Jääskinen van 25 juni 2013 bij HvJ EU 13 mei 2014, nr. C-131/12, (Google Spain/AEPD en Mario Costeja González), r.o 90.

[10] Rb. Rotterdam, 14 april 2016 r.o. 4.10.4; “Nu het verzoek strafrechtelijke persoonsgegevens betreft, geldt in beginsel het verbod van verwerking van deze gegevens zoals is bepaald in artikel 16 Wbp. Voorts is niet gebleken van een van de uitzonderinggronden die limitatief en exclusief zijn opgesomd in artikel 22 Wbp op de toepassing van het verbod tot verwerking van de strafrechtelijke persoonsgegevens. Hoewel de rechtbank zich bewust is van het vergaande praktische gevolg voor de verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens door de exploitant van een zoekmachine, acht de rechtbank de conclusie onvermijdelijk dat er in dit geval sprake is van een toepasselijk verbod op de verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens. De rechtbank acht derhalve het verzoek om Google te bevelen de verwijzing naar de weblinks die voortkomen uit de zoekopdracht naar de naam van verzoeker uit de zoekresultaten te verwijderen dan wel af te schermen, reeds hierom toewijsbaar.”

[11] Zie in dit verband; Mr. F.C. van der Jagt, Computerrecht 2015/126.

Visie

Het persoonlijkheidsrecht tegen wijziging, misvorming en verminking

Persoonlijkheidsrechten

Naast de openbaarmakings- en verveelvoudigingsrechten, die tezamen ook wel exploitatierechten worden genoemd, heeft de auteur ook persoonlijkheidsrechten. De persoonlijkheidsrechten hangen nauw samen met de persoonlijke band tussen de auteur en zijn werk bestaat. De persoonlijkheidsrechten worden geregeld in art. 25 Auteurswet en nadere uitleg kan hier worden gevonden. Een belangrijk aspect van persoonlijkheidsrechten is dat deze rechten niet overdraagbaar zijn, maar bij de auteur blijven berusten.

 

Persoonlijkheidsrecht: Droit au respect

Het persoonlijkheidsrecht, zoals de Fransen het noemen; het droit au respect, is het recht van de auteur om zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de auteur of aan zijn waarde in de hoedanigheid. Dit recht is neergelegd in art. 25 lid 1 sub d Aw. Bij een beroep dit artikel komt de nadruk te liggen op het element van nadeel aan de naam of de eer van de auteur of aan zijn waarde in die hoedanigheid.[1] Uit art. 25 lid 2 sub d Aw. volgt dat geen afstand van dit persoonlijkheidsrecht worden gedaan door de auteursrechthebbende.

 

Bijsnijden foto is verminking

Recentelijk heeft de rechtbank Rotterdam[2] een vonnis gewezen waarin zij heeft geoordeeld dat het bijsnijden van een foto onder omstandigheden aangemerkt kan worden als inbreuk op de persoonlijkheidsrechten van de auteur. In het onderhavige geval betrof het een foto van een spaarpot die zonder toestemming van de auteursrechthebbende op een website is afgebeeld en die was bijgesneden. De rechtbank stelt vast dat;

 “het openbaren van de foto zonder toestemming van de rechthebbende een auteursrechtinbreuk oplevert. In aanvulling daarop overweegt de rechtbank dat bij fotografie de plaatsing van het afgebeelde object binnen het kader echt een van de (essentiële) middelen is waarmee een fotograaf zijn persoonlijk stempel op de foto kan drukken.” [3]

Het bijsnijden van een foto ten behoeve van de publicatie op een website levert daarom naar oordeel van de kantonrechter een ‘verminking’ van het origineel op. De rechter stelt vast dat schending van het persoonlijkheidsrecht leidt tot een schadevergoedingsplicht van de inbreukmakende partij.

 

Conclusie

Voor openbaarmaking en verveelvoudiging van auteursrechtelijk beschermde werken is altijd toestemming vereist van de auteursrechthebbende, behoudens het geval dat een auteursrechtelijke beperking van kracht is. Uit voornoemde vonnis van de rechtbank Rotterdam volgt maar weer dat de auteur, ongeacht of de auteursrechthebbende zijn rechten heeft overgedragen of slecht een licentie heeft gegeven, zich kan verzetten tegen verminking van zijn werk. Daarom is het aan te raden om met de auteursrechthebbende overeen te komen dat het toegestaan is om het werk zodanig te bewerken dat het aansluit bij het gebruik dat wordt beoogd. Bijvoorbeeld door overeen te komen dat een foto bijgesneden kan worden zodat de foto gepubliceerd kan worden op een website.

De advocaten van bureau Brandeis zijn gespecialiseerd in het opstellen, redigeren en beoordelen van auteurscontracten en helpen u graag verder.

 

[1] Spoor, Verkade en Visser,’ Auteursrecht, naburige rechten en databankenrecht’, Kluwer: Deventer, 2005, p. 373.

[2] Ktr. Rb. Rotterdam 13 januari 2017, 4987421 \ CV EXPL 16-16380.

[3] Ktr. Rb. Rotterdam 13 januari 2017, 4987421 \ CV EXPL 16-16380, r.o. 5.5.

Visie

ACM legt hoge boetes op aan webwinkels

De Autoriteit Consument en Markt (“ACM”) heeft hoge boetes opgelegd aan vijf webwinkels in de modebranche. De webwinkels voldeden niet aan hun verplichtingen om consumenten goed te informeren over hun recht om de overeenkomst te annuleren en om de volledige koopprijs, inclusief verzendkosten, terug te betalen bij annulering.

Herroepingsrecht

Wanneer een consument online iets koopt, heeft hij in beginsel het recht om de aankoop gedurende 14 dagen na ontvangst van de producten te annuleren. Dit wordt ook wel het “herroepingsrecht” genoemd. Dit recht mag niet worden beperkt, tenzij de wet dat uitdrukkelijk toestaat.

Boetes

Eind 2014 heeft de ACM aangekondigd de regels met betrekking tot het herroepingsrecht actief te gaan handhaven. Dat is nu gebeurd. De ACM heeft in totaal €590.000,- aan boetes opgelegd aan vijf webwinkels: Bever, Cool Cat, Hipvoordeheb, Kiesdejuistesportbh.nl en Shoebaloo. De boetes varieerden van €50.000,- tot €220.000,- per overtreder.

Waar ging het mis?

Om te beginnen voldeden de webwinkels niet aan hun informatieplicht. Webwinkels moeten consumenten duidelijk informeren over hun herroepingsrecht. Dit moet op een eenvoudig vindbare plek. Het opnemen van informatie onder een link “klantenservice”, “veel gestelde vragen” of “algemene voorwaarden” is volgens de ACM onvoldoende duidelijk. Een link “retouren” is wel duidelijk. De ACM kijkt bij de beoordeling of de webwinkels aan de wettelijke informatieplichten hebben voldaan alleen naar de direct zichtbare informatie onder zo’n duidelijke link, zonder door te klikken naar andere informatie.

Zo voldeed Cool Cat onder meer niet aan de informatieplicht omdat zij onder de link “ruilen en retourneren” vermeldde dat de consument binnen 14 dagen na bestelling mag ruilen en retourneren. Op grond van de wet heeft de consument dit recht echter gedurende 14 dagen na de dag waarop hij het product heeft ontvangen. Dat Cool Cat in de algemene voorwaarden de termijn wel juist vermeldde en in de praktijk ook correct toepaste, maakt volgens de ACM geen verschil omdat de informatie duidelijk moet worden verstrekt en er daarom alleen gekeken wordt naar de informatie direct onder “ruilen en retourneren”.

Ook wanneer de webwinkel kosten in rekening wil brengen voor de retourzending van producten, moet dit duidelijk worden vermeld. Shoebaloo vermeldde in de informatie onder “Returns and Exchanges” wel dat bij herroeping administratieve kosten van € 15,- in rekening werden gebracht, maar liet na te vermelden dat dit voor het (verzekerd) terugzenden van de producten was. Mede daarom oordeelde de ACM dat ook Shoebaloo niet voldeed aan de op haar rustende informatieplicht.

Daarnaast ging het mis bij de terugbetaling. De consument moet binnen 14 dagen na herroeping het door hem betaalde bedrag terugbetaald krijgen. Wanneer de consument de gehele bestelling annuleert, is dit inclusief verzendkosten en andere bijkomende kosten.

Uit testaankopen bleek dat Cool Cat en Bever bij volledige annulering niet automatisch de verzendkosten terugbetaalden. Na aandringen werden de kosten in alle gevallen terugbetaald, maar niet binnen de wettelijke termijn van 14 dagen.

Bovendien geldt dat de consument terugbetaald moet worden met hetzelfde betaalmiddel als waarmee hij heeft betaald. Het geven van een tegoedbon is daarom alleen toegestaan als de consument daarmee heeft betaald of wanneer hij er uitdrukkelijk mee heeft ingestemd. Kiesdejuistesportbh.nl mocht hierop ook geen uitzondering maken voor producten die met korting of in de uitverkoop waren gekocht.

Waar moeten webwinkels op letten?

Om te voorkomen ook een boete te krijgen van de ACM, moeten webwinkels ervoor zorgen dat zij aan alle verplichtingen met betrekking tot het herroepingsrecht voldoen. Daarbij valt op dat de ACM de regels strikt toepast én ervoor heeft gekozen om zonder voorafgaande waarschuwing boetes op te leggen. Check dus of je aan alle verplichtingen voldoet!

Meer informatie

Meer informatie over de verplichtingen van webwinkels en een handige checklist staan op de website van de ACM.

bureau Brandeis staat regelmatig partijen bij met vragen of geschillen over online handel. Klik hier voor meer informatie.

Visie

Slijtersunie – Gemeente Nieuwegein

Als ik opbiecht dat ik jurist ben, word ik nogal eens wat meewarig bekeken. Je ziet ze denken, wat een saai vak man, beetje zitten lezen in gortdroge teksten. Ik leg dan uit, dat wij soms krom liggen van het lachen als we een uitspraak voorbij zien komen. En zo’n uitspraak is die tussen de Slijtersunie en de Gemeente Nieuwegein over de Drank en Horecawet. Je ziet dat de rechter daar eens lekker voor is gaan zitten. Het gaat om de uitspraak van de kort geding bestuursrechter in Utrecht van 28 juli jl., over alcohol verkoop door niet horeca ondernemers. In een beetje uitspraak zet de rechter eerst keurig op een rijtje wat het standpunt van partijen is, om daarna zijn oordeel te geven. Zo ook hier.

Wat was er aan de hand? De gemeente Nieuwegein (in samenspraak met de Vereniging Nederlandse Gemeenten, VNG) besloot te gaan experimenteren met “mengvormen van winkels en horeca”. Daarbij kan er op kleine schaal alcohol worden verkocht en of geschonken in winkels (waaronder ook boekwinkels).

Volgens de Slijtersunie is dit in strijd met de Drank en Horecawet (DHw). De Slijtersunie vindt dat de Gemeente daarmee opzettelijke overtreding van de DHw uitlokt, ze deed zelfs aangifte wegens uitlokking tegen VNG.

De gemeente aan de andere kant, stelt dat het “om activiteiten gaat die volgens de letter van de DHw nu (nog) verboden zijn”. Maar dat het doel van de pilot is om een jaar lang aan de hand van empirisch onderzoek vast te stellen dat de scheiding in de DHw waarbij alleen horeca ondernemingen alcohol mogen schenken en alleen slijters alcohol mogen verkopen niet meer van deze tijd is.

De rechter gaat er eens goed voor zitten. Hij stelt vast dat alle onderdelen van de pilot in strijd zijn met de DHw, dan voel je de bui al hangen. De gemeente is bevoegd om tegen overtreding van de DHw handhavend op te treden, maar heeft er voor gekozen dat niet te doen en voert daarmee in feite een gedoogbeleid. En dan komt de kill:

“De activiteiten van de Gemeente zijn niet alleen in strijd met “de letter van de wet”, maar gewoon in strijd met de wet”, zo stelt de rechter droogjes vast. Hij stelt verder vast dat het aan de Rijksoverheid is om regels vast te stellen en dat de gemeente die dient uit te voeren. En als ze het niet eens is met die regels dan moet ze dat maar aan de orde stellen bij de Tweede Kamer en niet zelf maar wat gaan lopen gedogen.

U kent dat wel een kat die een muis gevangen heeft die aangeslagen op de grond ligt en die kat die maar tikjes blijft geven, terwijl de muis geen kans meer heeft? Zo ging het hier ook verder. De rechter heeft hier mee immers in feite al voldoende aangevoerd om de Gemeente deze pilot te verbieden, maar hij voegt er nog een overweging aan toe, die vooral de gemachtigden van de gemeente (waaronder maar liefst twee juristen) een rottige start van hun vakantie zal bezorgen: “Zodra de voorzieningenrechter vraagt naar de mogelijke schadelijke gevolgen van de pilot, benadrukt de Gemeente het kleinschalige karakter van de pilot: het gaat slechts om een klein aantal ondernemers en de transacties zijn zeer beperkt en onder strikte voorwaarden. Zodra de voorzieningenrechter vraagt naar het belang van de pilot, voert de Gemeente aan dat de pilot zeer belangwekkende inzichten kan verschaffen in de gevolgen van het mengsysteem. Die twee argumentaties verdragen zich niet met elkaar. Als de pilot zo kleinschalig is dat er nauwelijks effecten zijn te verwachten, kan die pilot dus ook niet aan het licht brengen wat de effecten voor bijvoorbeeld de volksgezondheid zijn. Het betoog van verweerder is op dit punt onbegrijpelijk”.

Het experiment is dus van de baan, nog voor het goed en wel uitgerold is. Voor wie niet gewend is om vonnissen te lezen, staat hier met zoveel woorden. De gemeente overtreedt de wet en haar gemachtigden kletsen uit hun nek. Zo daar kunnen Nieuwegein en haar gemachtigden het mee doen. Ik zou na het lezen van deze uitspraak een stevige borrel nemen als ik hen was.

Visie

Het Databankenrecht terug van weggeweest

Wie dacht dat het databankenrecht in Europa op zijn retour was, en boze tongen beweren dat, heeft het bij het verkeerde eind. Na eerdere jurisprudentie van het Hof inzake William Hill en Football Dataco waarin de reikwijdte van de beschermingsomvang beperkt leek te worden geïnterpreteerd, is er nu rechtspraak van het Hof waarin de omvang van het databankenrecht juist ruimer wordt uitgelegd. Op 29 oktober jongstleden heeft het Hof van Justitie van de EU (“HvJ”) het Esterbauer arrest gewezen over de uitleg van het begrip zelfstandige element in het kader van het databankenrecht. Uitkomst is dat het HvJ het begrip zelfstandig element ruim opvat en zij legt hieraan kort gezegd ten grondslag dat: “…het door de databankrichtlijn in het leven geroepen rechtsbescherming tot doel heeft de invoering van systemen voor opslag en verwerking van gegevens te bevorderen en zo bij te dragen tot de ontwikkeling van de informatiemarkt in een context die wordt gekenmerkt door exponentiële groei van de hoeveelheid gegevens die jaarlijks in alle sectoren van bedrijvigheid wordt voortgebracht en verwerkt.”

De feiten

De Freistaat Bayer is de uitgever van topografische kaarten voor het grondgebied van Beieren. Verlag Esterbauer (hierna: “Esterbauer”) is een Oostenrijkse uitgever die actief is op gebied van atlassen en landkaarten voor onder andere fietsers, mountainbikers en skeelerers. In het onderhavige geval staat vast dat Esterbauer de aan de topografische kaarten van Bayer ten grondslag liggende geografische coördinatiepunten en numerieke codes (numerieke code op kaart om een kerk of dorp aan te duiden) in haar kaarten heeft overgenomen. Beieren meent dat het overnemen van deze elementen een inbreuk is op haar databankenrecht in de zin van art. 1 lid 2 van de richtlijn 96/9 (hierna: “Databankenrichtlijn”).

In art. 1 van Databankenrichtlijn is bepaald dat een databank een verzameling is van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen, systematische of methodisch geordend, en afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk. Nu is de vraag of de geografische coördinatiepunten en numerieke codes die door Esterbauer in haar kaarten zijn overgenomen, aangemerkt kunnen worden als zelfstandig elementen in de zin van art. 1 Databankenrichtlijn. De beantwoording van deze vraag is door het Bundesgerichtshof middels een prejudiciële vraag aan het HvJ voorgelegd.

Het Hof heeft in een eerder arrest Fixtures[1] geoordeeld dat zelfstandige elementen van elkaar kunnen worden gescheiden zonder dat daardoor de waarde van de informatieve, literaire, artistieke, muzikale of andersoortige inhoud ervan wordt aangetast. Esterbauer voert aan met verwijzing naar het Fixtures-arrest dat de coördinatiepunten en numerieke codes geen zelfstandige elementen zijn omdat de informatieve waarde vrijwel volledig teniet wordt gedaan als de elementen uit de topografische kaart worden gelicht.

Het Hof is daar niet mee eens. Zij stelt dat het begrip databank ruime betekenis toekomt, los van overwegingen van formele, technische of materiële aard. Het doel van de Databankenrichtlijn is het bieden van rechtsbescherming teneinde bij te dragen aan de ontwikkeling van de informatiemarkt, zo vervolgt het Europese Hof. Met inachtneming van de ruime beschermingsomvang van het databankenrecht dient het begrip zelfstandige element eveneens ruim te worden uitgelegd. Een zelfstandig element kan niet alleen bestaan uit een op zichzelf staand gegeven, maar ook uit een combinatie van gegevens, zo meent het Hof. Zij oordeelt dan ook dat de informatieve inhoud van een element van een verzameling niet wordt aangetast in de zin van Fixtures, indien dat element nadat het uit de betreffende verzameling is gelicht nog maar een enigszins zelfstandige informatieve waarde heeft.

Het Hof heeft hier haar eerdere lijn in Fixtures doorgetrokken door een gegeven als zelfstandig element aan te merken als dat element nadat het uit de betreffende verzameling wordt gelicht nog steeds een zekere zelfstandige informatieve waarde heeft. Immers, de opname van een element in een verzameling vindt haar oorsprong doorgaans uit de omstandigheid dat dat element een zekere informatieve, literaire, artistieke, muzikale of andersoortige waarde vertegenwoordigt en daarmee waarde aan de verzameling als geheel toevoegt. Het zou ook dan wat merkwaardig zijn als dat element nadat het uit de verzameling wordt ontsloten al haar waarde zou hebben verloren en niet meer kan worden aangemerkt als zelfstandig element. De gevolgtrekking in dat geval ligt voor de hand.

Die lezing van Fixtures zou betekenen dat het bijna onmogelijk wordt om een databank samen te stellen. Immers elke waardevermindering van een element als die uit de verzameling zou worden gelicht, zou tot gevolg hebben dat zij niet langer als een zelfstandig element aan te merken is, met als gevolg dat er dus geen sprake is (geweest) van een databank. Met deze uitspraak heeft het Hof willen aangeven dat het databankenrecht in Europa haar waarde heeft behouden. En dat uitgevers die investeren in een databank niet bang hoeven te zijn dat hun verzameling niet in aanmerking zou komen voor databankrechtelijke bescherming. De doelstelling van de databankenrichtlijn is altijd geweest het beschermen en stimuleren van innovatie. In deze tijd van big data, ligt het voor de hand dat er vele databanken zullen worden opgezet bestaande uit op zichzelf niet heel zelfstandig waardevolle elementen, maar die tezamen een grote waarde zullen vertegenwoordigen. Met Esterbauer laat het Hof zien dat zij die innovatie een zekere (zij het niet onbeperkte) bescherming wil bieden.

[1] Fixtures Marketing C-442/02, EU:C:2004:697, punt 29.

Visie

Hoes “wint” van Powned

De kranten staan er bol van. Hoes “wint” van Powned. En daarbij blijkt dat niet elke journalist het vonnis van de Rechtbank Amsterdam even goed begrepen heeft. Zo schrijft NRC: “Hoes had geëist dat de omroep de beelden rectificeert, verder verspreiding onmogelijk maakt en de originelen aan hem af staat. Ook dat laatste heeft de rechtbank toegewezen omdat PowNed de beelden zou hebben gemanipuleerd”. Nou niet dus, dat heeft de rechtbank nu juist niet bepaald. Zo’n uitgesproken verlies heeft Powned nu ook weer niet geleden.

Eerst het belangrijkste. Hoes heeft moreel gewonnen, immers Powned heeft een tik op de vingers gekregen. De rechtbank overweegt dat opnames met geheime camera’s in principe niet toelaatbaar zijn, behalve als zwaarwichtige redenen van openbaar belang dit rechtvaardigen. Tja en daarvan is geen sprake zo concludeert de rechtbank vervolgens droogjes. Dat Hoes op uitnodiging van een derde afspreekt, is niet voldoende. Dat hij vervolgens gaat lunchen en dineren is ook al geen schande dus waar hebben we het over. Daarnaast wijst de rechter er ook nog eens op dat de beelden gemanipuleerd zijn doordat beeld van de ene scene wordt gelardeerd met geluid van een andere scene zonder dat dit aan de kijker wordt duidelijk gemaakt. Klats, Powned om de oren.

Maar er is ook nogal het een en ander aan vorderingen van Hoes die de rechtbank niet toewijst. En de vraag is of dat in hoger beroep (met iets handiger geformuleerde vorderingen aan de kant van Hoes) niet alsnog gaat gebeuren. Ik doel daarbij op de volgende vorderingen:

Hoes eist een rectificatie, die wordt afgewezen. Daarbij krijgt Hoes ook een tikje op de vingers. Immers een vordering tot rectificatie is alleen toewijsbaar als het daarbij gaat om “onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie van feitelijke aard”. Echter Hoes had geen feitelijke onjuistheden of misleidende onvolledigheden aangedragen, maar slechts gevorderd tot rectificatie omdat de beelden heimelijk waren gemaakt en daarmee inbreuk zouden maken op de persoonlijke levenssfeer. Dat moge zo wezen, maar dat is nu eenmaal geen grondslag voor rectificatie. Nog een keer proberen in hoger beroep dus.

Ook het doen verwijderen van gewraakte fragmenten, correspondentie en afbeeldingen van “het internet” wordt niet door de rechter bevolen. Immers dat is te onbepaald. Want “het Internet” wie of wat is dat? Iedereen met een website is “het Internet” en we hebben allemaal websites. De vorderingen luidden dus eigenlijk dat iedereen ermee op moest houden Hoes te bashen en dat vond de rechter niet toewijsbaar. Hij oordeelde wel dat waar Hoes nauwkeuriger was, namelijk verwijdering van Google en Yahoo, zijn vordering wel moest worden toegewezen. Met andere woorden: alle uitingen elders dan bij Google en Yahoo kunnen blijven staan.

De vordering tegen de date, het jochie dat Hoes uit de tent had gelokt, dat deze ook moest zorgen dat het materiaal niet langer op internet, waaronder Google en Yahoo, te zien was wordt in zijn geheel afgewezen. Immers zo oordeelt de rechter, de jongen is niet de eigenaar van de beelden en voor de verspreiding niet verantwoordelijk. En of Hoes maar even de proceskosten van deze jongen wilde betalen.

Tot slot de afgifte van alle originele audio en audiovisuele opnamen en vernietiging van de kopieën wijst de rechter ook af. Immers op grond van artikel 843a Rechtsvordering kan wel inzage, afschrift of uittreksel worden gevorderd, maar geen afgifte van originele bescheiden. Hoes heeft geluk dat de rechter in een goedhartige bui was, want deze vervolgt: “onder de vordering tot afgifte van de opnamen acht de rechtbank begrepen de vordering tot afgifte van kopieën van deze stukken”. Om afgifte daarvan vervolgens alsnog toe te wijzen. Hoe in de praktijk moet gaan aangetoond worden dat de kopieën identiek zijn aan de originelen vraag ik me dan wel af.

De procedure loopt inmiddels gewoon door. Voorlopig heeft Powned de zwaarste nederlaag geleden. En dat is een even te verwachten als toe te juichen uitspraak.

Visie

Raad van State: Pietengilde heeft gelijk

Het beroep van Pietengilde tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam over Zwarte Piet is gegrond. Dat heeft de Raad van State vandaag bepaald in een bijzondere uitspraak. Hiermee vernietigt de Raad het eerdere oordeel van de rechtbank dat zwarte piet een negatieve stereotypering zou zijn.

Volgens de Raad van State kan het oordeel of de figuur zwarte piet inbreuk maakt op grondrechten niet door de burgemeester of de bestuursrechter worden beantwoord. Daarvoor dient een civiele of een strafrechtelijke procedure gevolgd te worden.

De burgemeester van Amsterdam heeft bij de vergunningsverlening voor de Sinterklaasintocht van 2013 terecht alleen getoetst aan de veiligheid en openbare orde. Anders dan de rechtbank beslist de Raad van State dat de burgemeester de vergunningaanvrage niet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of andere grondrechten mag toetsen.

In een mooie, principiële rechtsoverweging geeft de Raad van State aan dat een dergelijke toetsing niet in overeenstemming is met het uitgangspunt van onze Grondwet. In het geval getoetst zou worden aan grondrechten zou er immers ook een toetsing moeten plaatsvinden ten aanzien van uitingen. De burgemeester zou dan van te voren moeten beoordelen of bepaalde meningsuitingen wel geoorloofd zijn. Dat is strijdig met het toetsingsverbod, aldus de Raad van State.

“De door de rechtbank voorgestane toetsing door de burgemeester in het licht van artikel 8 van het EVRM zou met zich brengen dat hij ook grondrechtelijk beschermde uitingen, en zelfs vooraf, op hun inhoudelijke toelaatbaarheid zou moeten beoordelen. De aantasting van het grondwettelijk stelsel die daarvan het gevolg zou zijn vormt een argument te meer voor de opvatting dat de burgemeester die toetsing achterwege dient te laten.”

Het Pietengilde werd in deze zaak bijgestaan door advocaat Douwe Linders van bureau Brandeis.

Visie

Pleidooi bij de Raad van State: “Geef Zwarte Piet terug aan het maatschappelijk debat”

Gisteren heeft Douwe Linders van bureau Brandeis namens Stichting Het Pietengilde gepleit bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De inzet van de zaak is of de Amsterdamse burgemeester Van der Laan bij de vergunningverlening voor de Sinterklaasintocht, Zwarte Piet zou moeten verbieden of niet. De zaak speelt in hoger beroep tegen de uitspraak van de Amsterdamse rechtbank die eerder oordeelde dat Zwarte Piet een “negatieve stereotypering van zwarte mensen is”.

bureau Brandeis besloot het Pietengilde te vertegenwoordigen in deze procedure vanwege de grote maatschappelijke interesse in deze zaak. Zowel voor- als tegenstanders van Zwarte Piet laten een fel geluid horen. Het betreft fundamentele rechtsvragen over gevoelens van racisme enerzijds en de vrijheid van meningsuiting en het behoud van cultureel erfgoed anderzijds.

Door middel van crowd funding en doordat bureau Brandeis zelf bijdraagt in de kosten van de procedure, was het vertegenwoordigen van de belangen van het Pietengilde bij de Raad van State mogelijk. De boodschap van Douwe Linders: “Geef Zwarte Piet terug aan het maatschappelijk debat zonder het van bovenaf opgelegde oordeel van raciale stereotypering. Alleen de samenleving kan een vorm vinden voor Zwarte Piet die voor iedereen acceptabel is.”

De Raad van State bekeek de zaak gisteren serieus en stelde veel vragen aan de vertegenwoordigers van de drie partijen: het Pietengilde, de burgemeester en de bezwaarmakers. Hierbij ging het in het bijzonder ook over de belangrijke vraag of de burgemeester wel bevoegd is evenementen als de Sinterklaasintocht aan een inhoudelijke toetsing te onderwerpen.

Op 12 november doet de Raad van State uitspraak. De intocht van Sinterklaas in Amsterdam is op 16 november.

Links naar processtukken
Het verweer van Zwarte Piet
Deskundigenverklaring Peter Jan Margry
Deskundigenverklaring Han van der Horst
Het pleidooi voor Zwarte Piet
Lees hier ons eerdere bericht over het hoger beroep.

De zitting kreeg veel media-aandacht.

Visie

Hoger beroep Zwarte Piet

Afgelopen donderdag 4 september zijn namens Zwarte Piet hoger beroepsgronden ingediend tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2014.

De rechtbank oordeelde in haar uitspraak dat Zwarte Piet een “negatieve stereotypering is van zwarte mensen”. Daardoor zou Zwarte Piet inbreuk maken op hun privéleven zoals dat wordt beschermd door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De uitspraak volgde op het bezwaar dat was gemaakt tegen de vergunningverlening voor de Sinterklaas intocht in Amsterdam door burgemeester Van der Laan. De eisers betoogden in die zaak dat Zwarte Piet een racistisch fenomeen is.

Stichting het Pietengilde behartigt de belangen van iedereen in Nederland en Vlaanderen die tijdens het Sinterklaasfeest de rol van Zwarte Piet wenst te vertolken. Zwarte Piet is naar de overtuiging van het Pietengilde geen racistisch fenomeen en de stichting kan zich dan ook niet verenigen met het oordeel van de Amsterdamse rechtbank. Zwarte Piet komt volgens het Pietengilde voort uit voorchristelijke, Germaanse tradities en gebruiken. Hij stamt uit een tijd van ver voor het slavernijverleden en het kolonialisme. Door het onjuiste oordeel van de rechtbank worden alle Zwarte Pieten vertolkers nu ernstig beperkt in hun vrijheid van expressie, beschermd door artikel 10 van het EVRM. Nederland dreigt bovendien een geliefd onderdeel van haar cultureel erfgoed kwijt te raken.

Douwe Linders van bureau Brandeis staat het Pietengilde bij in het hoger beroep bij de Raad van State. De beroepsgronden zijn hier te lezen.

 

Visie

Rechter: Usenet provider hoeft niet te filteren

De rechter mag Usenet providers geen verplichting opleggen hun verkeer te filteren. Dat volgt uit een uitspraak van het Hof Amsterdam van vandaag in de rechtszaak tussen News-Service Europe en BREIN.

De rechtbank had News-Service Europe eerder veroordeeld wegens auteursrechtinbreuk. De rechtbank liet in het midden of News-Service Europe een succesvol beroep kon doen op de wettelijke regels ter bescherming van tussenpersonen, zoals internetproviders. Hierdoor was News-Service Europe gedwongen om haar activiteiten te staken.

Het Hof trekt met zijn uitspraak van vandaag een streep door het oordeel van de rechtbank. Als tussenpersoon is News-Service Europe niet aansprakelijk voor eventuele auteursrechtinbreuken van consumenten. De eerdere uitspraak van de rechtbank kwam neer op een bevel een filter te implementeren. Het Hof geeft aan dat een dergelijke verplichting niet mag worden opgelegd, omdat News-Service Europe hierdoor zijn netwerk voortdurend moet controleren. Dat is in strijd met jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, zo overweegt het Hof. Patrick Schreurs, voormalig CEO van NSE: “Wij zijn erg tevreden met deze uitspraak. Het Hof stelt terecht vast dat van een Usenet provider zoals News-Service Europe niet kan worden verwacht dat zij preventief toezicht houdt op de berichten die anderen plaatsen.”

Tussenarrest
De uitspraak betreft een tussenarrest. Het Hof overweegt dat een tussenpersoon als News-Service Europe wel verplicht is een zogenaamde notice-and-takedown procedure in te voeren. News-Service Europe heeft steeds aangegeven al een dergelijke procedure te hebben. Partijen mogen het Hof nu uitleggen hoe zo’n procedure eruit moet zien en welke eventuele andere maatregelen genomen kunnen worden. “Wij zien dat met vertrouwen tegemoet.”, aldus Wierd Bonthuis, voormalig CFO van NSE.

Over Usenet providers
De rol van een Usenet provider is vergelijkbaar met die van een internetprovider (als Ziggo of KPN). Dergelijke neutrale tussenpersonen bieden toegang tot een technologisch platform, het Usenet, waarmee klanten openbare berichten met elkaar kunnen delen in nieuwsgroepen. Een usenet provider kijkt niet naar de inhoud van verkeer dat door gebruikers wordt uitgewisseld. News-Service.com verricht geen auteursrechtelijk relevante handelingen. Zij moedigt niet aan om bepaalde type berichten te delen, ze selecteert geen berichten, ze biedt slechts ruimte om berichten te plaatsen.

Voorgeschiedenis
In 2009 start Stichting BREIN een procedure tegen News-Service.com, omdat zij van mening is dat de neutrale Usenet provider zelfstandig auteursrechtelijk beschermde werken verveelvoudigt en openbaar maakt. BREIN eist deze activiteiten te staken. De rechtbank legt een zeer verstrekkende, preventieve filterverplichting op. Die komt erop neer dat NSE proactief alle door Usenet-gebruikers geplaatste informatie zou moeten filteren op auteursrechtinbreuken. Omdat News-Service.com onmogelijk aan dit onevenredig gebod kan voldoen, sluit zij in 2011 haar deuren.

Over News Service Europe
News-Service.com is tot 2011 een succesvol Nederlands bedrijf. Sinds 1998 biedt News-Service.com toegang tot Usenet. In 2005 wordt News-Service Europe B.V. opgericht. News-Service.com levert haar diensten niet rechtstreeks aan consumenten, maar aan Usenet Resellers, internetproviders en collega Usenet Providers.

Het arrest van het Gerechtshof Amsterdam is beschikbaar. Ook zijn eerdere persberichten over de zaak beschikbaar op de site van News-Service.com.

Naar
boven