Visie

Aandeelhoudersactivisme, hoe doe je dat eigenlijk?

Het Financieele Dagblad bracht in kaart wat veelal de werkwijze is van activistische aandeelhouders, en klopte voor uitleg aan bij Frank Peters, die vaak hedge funds bijstaat. Lees het artikel in Het Financieele Dagblad hier.

Visie

Kwartaalbericht kartelschade #1 2017

Hierbij presenteren wij u het eerste kwartaalbericht van 2017 over ontwikkelingen op het gebied van cartel damage litigation van bureau Brandeis. U kunt het kwartaalbericht hier inzien.

Ontvangt u de volgende editie van ons kwartaalbericht graag per e-mail? Meld u zich dan aan door een mail te sturen via deze link.

Visie

De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure, promotie Floor Eikelboom

Op 26 juni 2017 is bureau Brandeis medewerker Floor Eikelboom gepromoveerd aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen met zijn proefschrift De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure. Promotoren waren prof. mr. J.H.M. (Huub) Willems en prof. mr. M (Martin) van Olffen. Het proefschrift van Floor werd door prof. Willems in zijn laudatio al een standaardwerk voor de praktijk genoemd.

Floor Eikelboom bespreekt in zijn proefschrift de (onmiddellijke) voorzieningen die de Ondernemingskamer kan treffen in het kader van de enquêteprocedure. Zo staat Floor stil bij de dogmatiek rond de (onmiddellijke) voorzieningen. Hij bespreekt de (onmiddellijke) voorzieningen aan de hand van onder meer een veelheid van rechtsvragen, de binnen de rechtspersoon geldende regels en belangen, de invloed van Europese regelgeving en uiteraard de jurisprudentie. In het proefschrift wordt ook aandacht besteed aan de praktijk, zoals bijvoorbeeld hoe de tijdelijk door de Ondernemingskamer aangestelde functionarissen in de praktijk functioneren. Floor bespreekt in zijn proefschrift ook een aantal in de rechtspraktijk nog onbeantwoorde doch interessante rechtsvragen, zoals bij wie de (mogelijke) aansprakelijkheid rust indien een beschikking waarin (onmiddellijke) voorzieningen zijn getroffen, later door de Hoge Raad wordt vernietigd.

In de praktijk van de enquêteprocedure zullen de deelnemers dankbaar gebruik gaan maken van De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure. Floor heeft zijn proefschrift geschreven in zijn eigen tijd naast zijn (drukke) werk als advocaat bij bureau Brandeis, hetgeen al een bijzondere prestatie is. Niettemin is bureau Brandeis buitengewoon trots op Floor Eikelboom en zijn indrukwekkende prestatie.

De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure wordt door Kluwer uitgegeven als nr. 105 van de serie Uitgaven vanwege het Instituut voor Ondernemingsrecht.

Louis Berger

Visie

bureau Brandeis ontwikkelt 12-stappenplan

Vandaag over een jaar treedt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking. De AVG brengt ingrijpende veranderingen met zich mee ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens. Ook introduceert de AVG boetes tot € 20 miljoen of 4% van de jaaromzet in het geval bedrijven en instellingen niet voldoen aan de nieuwe wet- en regelgeving.

Hoe wordt u privacy compliant?

Het vergt tijd om te komen tot een organisatie die volledig compliant is. Wij adviseren onze cliënten daar nu, een jaar voor dato, mee te starten.

Om dat proces te vereenvoudigen heeft bureau Brandeis een 12-stappenplan ontwikkeld. Voor iedere maand vanaf juni 2017 t/m mei 2018 een stap die ertoe moet leiden dat u op 25 mei 2018 voldoet aan de AVG.

Graag gaan we met u in gesprek hoe deze stappen binnen uw organisatie te nemen. U kunt daartoe contact nemen met iemand uit ons privacyteam, onder wie Christiaan Alberdingk Thijm en Vita Zwaan.

Visie

Nieuwe publicaties over arbitrage

Nieuwe publicaties over arbitrage

bureau Brandeis is een specialist op het gebied van arbitrage. Niet alleen procederen en adviseren haar advocaten in (internationale) arbitrages, ook publiceert zij daarover. Dit voorjaar verschenen maar liefst drie publicaties van bureau Brandeis over arbitrage in het tijdschrift Bedrijfsjuridische berichten van Wolters Kluwer (link). De publicaties zijn hieronder te downloaden.

De voor- en nadelen van arbitrage

In De voor- en nadelen van arbitrage (Bb 2017/10) (link) bespreken Louis Berger en Esther Janssen verschillende aspecten van arbitrage. De vertrouwelijkheid en het kunnen kiezen van een specifieke arbiter zijn belangrijke voordelen. Ook worden de gevolgen behandeld ten aanzien van het uitsluiten van de overheidsrechter, het kostenaspect en de tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen in het buitenland.

Arbitrage en bewijsrecht

Floor Eikelboom bespreekt in zijn bijdrage Arbitrage en bewijsrecht (Bb 2017/14) (link) de rol van het bewijsrecht in arbitrage. Het Nederlandse arbitragerecht biedt partijen veel ruimte om zelf te bepalen hoe met bewijs zal worden omgegaan. De ruime bevoegdheid van de arbiters wordt daarbij met name begrensd door eventuele partijafspraken en de fundamentele beginselen van procesrecht. Eikelboom bespreekt ook dat dit met zich mee kan brengen dat partijen gedwongen kunnen worden meer bewijsstukken te delen dan hen lief is.

Kort geding en arbitrage

Louis Berger en Stefan Campmans onderzoeken in Kort geding en arbitrage (Bb 2017/16) (link) of de voordelen van arbitrage ook kunnen worden benut in kort geding. Berger en Campmans behandelen jurisprudentie waarin de overheidsrechter de eigen bevoegdheid beoordeelt indien arbitrage is overeengekomen. Aan de orde komen de specifieke voor- en nadelen van het arbitraal kort geding. Aandacht wordt besteed aan de mogelijkheden tot tenuitvoerlegging van het vonnis in arbitraal kort geding in Nederland en internationaal.

De bijzonderheden en mogelijkheden van arbitrage maken het een interessant alternatief voor de overheidsrechter. bureau Brandeis heeft diverse specialisten in huis op het gebied van arbitrage.

Visie

Erik Hammerstein sluit zich aan bij litigation boutique bureau Brandeis

Per 1 april jl. is Erik Hammerstein als senior counsel toegetreden tot de corporate litigation praktijk van bureau Brandeis, onder leiding van Frank Peters en Louis Berger. Zijn specialismen zijn het ondernemingsrecht, corporate governance en procederen daarover. Erik Hammerstein is ruim 35 jaar advocaat, en was voorheen partner bij Höcker, Nauta Dutilh en Allen & Overy, waarvan een tijd in Azië vanuit Jakarta.

Erik Hammerstein over zijn overstap:

‘bureau Brandeis staat voor geschilbeslechting op het hoogste niveau en weinig conflicts. Het doet mij zeer veel deugd mij aan te sluiten bij deze gedreven groep mensen.’

Frank Peters over de komst van Erik Hammerstein:

‘Erik heeft een schat aan ervaring in complexe corporate geschillen en een enorm netwerk. Het is geweldig dat we onze cliënten daarvan kunnen laten meeprofiteren.’

Expertises van Erik Hammerstein

Door de jaren heen heeft Erik Hammerstein ruime ervaring opgedaan in de corporate en financieringspraktijk, en litigation op die gebieden. Erik Hammerstein wordt vaak benoemd door de Ondernemingskamer in lastige enquêteprocedures als onderzoeker of tijdelijk bestuurder. Erik Hammerstein heeft ook als advocaat opgetreden in corporate klassiekers als de overnamestrijd rondom Stork.

Over bureau Brandeis

bureau Brandeis is een litigation boutique in Amsterdam en telt ca. 25 advocaten. Het kantoor procedeert voor ondernemingen en andere organisaties op een breed terrein, met een zwak voor de challenger. bureau Brandeis bundelt een enorme en diverse expertise op het gebied van enquêteprocedures. Zo treden Frank Peters en Louis Berger beiden veel op in enquêteprocedures en is Prof. Paul Geerts, auteur van voor die praktijk hét handboek ‘Enkele Formele Aspecten van het Enquêterecht, aan bureau Brandeis verbonden. Floor Eikelboom zal binnenkort promoveren op het onderwerp onmiddellijke voorzieningen in het enquêterecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en specifieke kennis van de andere kant van de tafel wordt aangedragen door Anita van Wees, thans advocaat en voormalig secretaris van de Ondernemingskamer. De expertise van Erik Hammerstein vormt een waardevolle aanvulling op deze groep.

———
Noot voor de redactie (niet voor publicatie)

  • Bij vragen, neem contact op met Frank Peters (frank.peters@bureaubrandeis.com, 020 – 760 6505).
  • Een foto van Erik Hammerstein is beschikbaar, evenals een logo van bureau Brandeis.
  • Volg ons op twitter @bureauBrandeis
Visie

bureau Brandeis STEP In-housedag op 11 mei 2017

Wil je kennis maken met bureau Brandeis, het litigation kantoor van Nederland? Geef je dan snel op voor onze STEP In-housedag op donderdag 11 mei 2017. Tijdens de In-housedag word je door verschillende advocaten meegenomen in onze dagelijkse procespraktijk. Vooraanstaande advocaten zullen je voorzien van insider do’s and don’ts in de rechtszaal. Daarbij krijg jij de kans om je eigen litigation skills te laten zien in onze inhouse mootcourt! Natuurlijk sluiten we de dag af met een gezellige borrel.

 

Meer informatie over onze STEP In-housedag vind je hier. Aanmelden kan tot en met 9 april 2017.

Visie

Heel Holland Bakt: een misbaksel?

Handelt Omroep Max in strijd met het dienstbaarheidsverbod uit de Mediawet door het Heel Holland Bakt woord- en beeldmerkrecht ongeclausuleerd aan de BBC over te dragen? Het Commissariaat voor de Media (“Commissariaat”) meende van wel en legde omroep Max een flinke boete op. De rechtbank Midden-Nederland vernietigde dit boetebesluit omdat het voor de omroep redelijkerwijs niet voorzienbaar was dat zij zich schuldig zou maken aan verboden dienstbaarheid. In de afgelopen Mediaforum schreef ik een commentaar.

 

Inmiddels bericht het Commissariaat dat zij geen hoger beroep zal instellen tegen de beslissing. Later dit jaar volgt een beleidsbrief over de reikwijdte van het dienstbaarheidsverbod, zoals opgenomen in artikel 2.142 Mediawet 2008. Op grond van dit artikel hebben de NPO, de RPO en de publieke media-instellingen een zorgplicht om te voorkomen dat het dienstbaarheidsverbod geschonden wordt . In de beleidsbrief zal het Commissariaat voorbeelden gegeven van activiteiten van derden die mogelijk vallen onder dit verbod, zoals merchandising of aanhakende reclame. Ook zal het Commissariaat in deze brief meer duidelijkheid geven hoe omroepen in verschillende situaties – zoals bij de aankoop van programma’s of formats – aan de zorgplicht invulling kunnen geven.

 

We zullen de ontwikkelingen over dit onderwerp monitoren.

Visie

Affiliate krijgt last onder dwangsom van de Kansspelautoriteit

Op 6 maart 2017 heeft de Kansspelautoriteit (KSA) een last onder dwangsom opgelegd aan een website-exploitant waarop affiliate diensten werden aangeboden.

Aanleiding hiervoor was een reclame-uiting waarmee werd doorgelinkt naar een andere website waarop kansspelen werden aangeboden door een partij die hiervoor reeds beboet is door de KSA. Het is in Nederland immers nog altijd niet mogelijk om een vergunning te krijgen voor het aanbieden van online kansspelen binnen Nederland.

De KSA trad al eerder op tegen een aanbieder van betaaldiensten en nu worden kennelijk ook affiliates, die reclame maken voor beboete kansspelaanbieders, aangeschreven. Volgens de KSA “bevorderen” zij namelijk het aanbod van kansspelen.

De KSA hanteert zodoende een ruime toepassing van de definitie “bevorderaar” in de zin van de Wet op de kansspelen, wat vergaande gevolgen kan hebben voor de handelsvrijheid op internet.

In dit geval had de aangesproken website-exploitant geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een zienswijze in te dienen. Wij adviseren partijen die door de KSA worden aangeschreven te reageren, teneinde handhaving te voorkomen.

Visie

Kwartaalbericht kartelschade #4

Hierbij presenteren wij u het derde kwartaalbericht over ontwikkelingen op het gebied van cartel damage litigation van bureau Brandeis. U kunt het kwartaalbericht hier inzien.

Ontvangt u de volgende editie van ons kwartaalbericht graag per e-mail? Meld u zich dan aan door een mail te sturen via deze link.

Visie

Hof Den Haag: “Buitenlandse diensten handelen niet illegaal bij het vergaren van gegevens van burgers”

Amsterdam, 14 maart 2017 – Uit de Snowden-onthullingen blijkt niet dat de Amerikaanse en Britse veiligheidsdiensten, de NSA en GCHQ, op ongeoorloofde wijze inlichtingen verkrijgen. Dat heeft het Hof Den Haag geoordeeld in de zaak burgers tegen Plasterk. Omdat dit volgens het Hof niet is vast komen te staan, worden de vorderingen van de coalitie van burgers en belangenorganisaties afgewezen. De coalitie wil dat de Nederlandse diensten de rechtmatige herkomst van gegevens verifieert.

Volgens de coalitie geven de vele onthullingen, vorige week nog vanuit WikiLeaks, aanleiding om de Nederlandse diensten te verplichten na te gaan hoe gegevens zijn verkregen die zij van buitenlandse diensten ontvangen. Op dit moment wordt geen navraag gedaan. De modus operandi van de diensten is geheim.

Die geheime werkwijze lijkt nu ook de redding te zijn van de Nederlandse Staat. Juist omdat de werkwijze geheim is, is de coalitie er volgens het Hof niet in geslaagd concrete schendingen van grondrechten aan te tonen in de samenwerking tussen de buitenlandse en Nederlandse diensten.

Het Hof onderzoekt niet of de Nederlandse wet, de Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten (Wiv), de diensten voldoende mandaat geven tot hun handelwijze. Die principiële vraag is ook een heet hangijzer in het wetsvoorstel voor een nieuwe Wiv, dat de Tweede Kamer onlangs heeft aangenomen, en blijft nu onbeantwoord. De toezichthouder, CTIVD, vroeg eerder ook aandacht voor het ontbreken van wettelijk mandaat voor het huidige beleid van de diensten.

Christiaan Alberdingk Thijm, een van de advocaten van de coalitie: “Dat uit alle onthullingen niet blijkt dat de buitenlandse diensten in strijd met de wet handelen, is gewoon niet juist. Iedere burger voelt op zijn water aan dat wat de diensten doen niet mag.”

Het arrest bevat ook een aantal goede overwegingen:

  • Het Hof bevestigt dat Nederlandse diensten zich moeten onthouden van het gebruik van gegevens waarvan bekend is of vermoed wordt dat zij door een buitenlandse dienst zijn verworven met een methode die inbreuk maakt op een grondrecht;
  • Het Hof geeft aan dat Nederlandse diensten geen gebruik mogen maken van de zogenaamde “U-bocht” constructie. Zij mogen buitenlandse diensten niet verzoeken activiteiten uit te voeren die zij zelf niet mogen uitvoeren;
  • Indien de Nederlandse diensten systematisch of willens en wetens gegevens van buitenlandse diensten ontvangen die zij zelf niet hadden mogen of kunnen verzamelen, levert dat volgens het Hof strijd op met de wet.

Cassatie

Het arrest betekent een vrijbrief voor de Nederlandse diensten om zonder rechtsbescherming grote hoeveelheden gegevens van haar burgers te verzamelen via buitenlandse inlichtingendiensten. De coalitie Burgers tegen Plasterk is het daar niet mee eens en gaat in cassatie bij de Hoge Raad.

Waar ging het ook alweer over?

Eind 2013 dagvaardt de coalitie “Burgers tegen Plasterk” de Nederlandse Staat, vertegenwoordigd door minister Plasterk van Binnenlandse Zaken. Aanleiding vormen de onthullingen van Edward Snowden over de praktijken van (buitenlandse) inlichtingendiensten. De coalitie eist dat de Staat stopt met het gebruiken van gegevens die niet in overeenstemming met de Nederlandse wet zijn verkregen. In 2014 struikelde minister Plasterk bijna over de zaak omdat hij de Tweede Kamer verkeerd had geïnformeerd over de werkwijze van de buitenlandse diensten in Nederland.

De coalitie is er in deze zaak niet op uit om de samenwerking met buitenlandse diensten als zodanig uit te bannen. Zij vindt wel dat er bij het samenwerken en bij het ontvangen van gegevens, waarborgen in acht moeten worden genomen. Gebeurt dat niet, dan komen gegevens die door de NSA en andere diensten in strijd met de Nederlandse wet zijn verkregen in handen van de Nederlandse inlichtingendiensten. Dit komt volgens de coalitie neer op het witwassen van data.

Coalitie Burgers tegen Plasterk

De advocaten van bureau Brandeis voeren het proces voor de coalitie van burgers en organisaties. Zij doen dat op basis van hun pro deo fonds voor maatschappelijke zaken. De deelnemende burgers zijn: Rop Gonggrijp, Jeroen van Beek, Bart Nooitgedagt, Brenno de Winter en Mathieu Paapst. De aangesloten organisaties zijn: de Nederlandse Vereniging voor Strafrechtadvocaten, de Nederlandse Vereniging voor Journalisten, de Internet Society Nederland en Stichting Privacy First.

Over bureau Brandeis

De zaak wordt vanuit bureau Brandeis behandeld door Christiaan Alberdingk Thijm en Caroline de Vries. Zij maken hiervoor gebruik van de middelen in het pro deo fonds van bureau Brandeis.

Visie

bureau Brandeis buurtborrel

In december 2016 zijn wij verhuisd naar de Willemsparkbuurt. Voor ons een nieuwe buurt – tussen de Emmastraat en de Amstelveenseweg en tussen het Vondelpark en de Koninginneweg – die veel zakelijke partijen herbergt.

Ter kennismaking nodigen Frank Peters en Louis Berger (corporate & commercial) de zakelijke buurtgenoten uit voor onze pre-housewarming op 9 maart aanstaande, vanaf half zes.

Genodigden kunnen zich (ook nu nog) aanmelden via receptie@bureaubrandeis.com.

Wij zien u graag verschijnen op onze buurtborrel.

Hartelijke groet,

Frank Peters & Louis Berger

Visie

Herziene Governance Code heeft te weinig oog voor de aandeelhouder

Op 8 december 2016 lanceerde de Monitoring Commissie Corporate Governance Code, de herziene Code. Belangrijke nieuwe invalshoek van de Code is de nadruk op de waardecreatie op de lange termijn. Floor Eikelboom en Frank Peters hebben eerder dit jaar deelgenomen aan de consultatieronde ten behoeve van de nieuwe Code en zij hebben toen benadrukt dat dit kan leiden tot uitstel gedrag, en er bovendien Europeesrechtelijk veel is af te dingen op het almaar verder terugdringen van aandeelhoudersrechten. De 180-dagen regel, die bepaalt dat bestuurders een half jaar de tijd mogen nemen voor zij reageren op ingrijpende voorstellen van aandeelhouders, is een voorbeeld daarvan.

Nu de Code er eenmaal is, lijkt er wat dat betreft helaas maar weinig te zijn veranderd. In het Financieele Dagblad van 14 december 2016, laat Frank Peters zijn licht daarover schijnen.

 

Visie

Kwartaalbericht kartelschade #3

Hierbij presenteren wij u het derde kwartaalbericht over ontwikkelingen op het gebied van cartel damage litigation van bureau Brandeis. U kunt het kwartaalbericht hier inzien.

Ontvangt u de volgende editie van ons kwartaalbericht graag per e-mail? Meld u zich dan aan door een mail te sturen via deze link.

Visie

You Tube sluit na 7 jaar een deal met GEMA

Deal You Tube en Gema

You Tube en GEMA hebben 7 jaar lang ruzie met elkaar gehad waardoor inwoners van Duitsland gedurende die periode geen toegang hadden tot de video’s op de kanalen op You Tube waarin muziek van aangeslotenen van GEMA[1] te horen was.[2] You Tube en GEMA hebben nu dus alsnog een schikking getroffen waarvan de inhoud geheim is. Dr. Harald Becker (CEO van GEMA) heeft wel bekend gemaakt dat You Tube als onderdeel van de schikking met terugwerkende kracht royalties gaat betalen over het gebruik dat is gemaakt van de muziek van de auteursrechthebbenden die zich bij GEMA hebben aangesloten. Gisteren heeft ook You Tube de schikking bekend gemaakt.[3]

 

Wat was de inzet van de discussie tussen You Tube en GEMA?

GEMA heeft You Tube de afgelopen veelvuldig in rechte betrokken. Afgelopen januari wees de rechter in hoger beroep te München de vordering van GEMA nog af waarin zij namens de bij haar aangesloten auteursrechthebbenden bij You Tube aanspraak maakte op een schadevergoeding van $1.75 miljoen voor het gebruik van muziek in het verleden zonder toestemming van de rechthebbenden. GEMA baseerde haar vordering erop dat You Tube aansprakelijk zou zijn voor het grootschalig gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal dat op haar platform plaatsvindt zonder toestemming van de auteursrechthebbenden. De rechter wees de vordering van GEMA af omdat You Tube niet zelf het initiatief neemt tot opslag van inbreukmakende materiaal op haar platform en zij daardoor als hosting provider op grond van de ‘safe harbor’ bepalingen niet aansprakelijk kan worden gehouden vanwege auteursrechtinbreuk door gebruikers op haar platform. [4]

Ondanks dat de Duitse rechter You Tube niet aansprakelijk houdt voor de auteursrechtinbreuken die plaatsvinden door gebruikers op haar platform, dient You Tube wel maatregelen te treffen om de inbreuken zoveel mogelijk tegen te gaan alsmede de gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. Zo dient You Tube op haar platform een ‘notice-and-take-down’ procedure te hanteren waarbij rechthebbenden kunnen verzoeken om inbreukmakende content te verwijderen, waarna de content door you Tube verwijderd moet worden. Daarnaast moet You Tube er ook voor zorgen dat eenmaal verwijderde inbreukmakende content niet opnieuw op het platform verschijnt. You Tube heeft software, genaamd Content ID, ontwikkeld om auteursrechtinbreuken op haar platform zoveel mogelijk te beperken.[5]

 Conceptversie richtlijn auteursrecht in The Digital Single Market

Mogelijk is het moment waarop de schikking is bereikt te verklaren door de bekendmaking begin september van de conceptversie van de Europese richtlijn over auteursrecht in The Digital Single Markt waarin de verplichtingen die rusten op online service providers, zoals onder anderen You Tube, aanzienlijk worden aangescherpt. In de considerans 39 van de concept richtlijn[6] wordt over de rol van online service providers het volgende wordt opgemerkt; “ In view of the possible obligation to conclude a licensing agreement, online service providers storing and providing access to the public to large amounts of copyright protected works or other subject-matter uploaded by their users should take appropriate and proportionate measures to ensure protection of works or other subject-matter, such as implementing effective technologies and a high level of transparency towards rights holders, including when, in accordance with article 15 of Directive 2000/3/EC, the online service providers do not have a general obligation to monitor the information which they transmit or store or to actively seek facts or circumstances indicating illegal activity.” Zonder dat expliciet te benoemen, lijkt de Europese wetgever hier onder andere op You Tube te doelen. De conceptrichtlijn introduceert hier een mogelijke verplichting voor on demand video platforms om licentieovereenkomsten te sluiten met rechthebbenden alvorens auteursrechtelijk beschermd materiaal gebruikt kan worden. De verplichting zou onder omstandigheden ook kunnen gelden voor hosting providers die zich dan niet meer kunnen verschuilen achter de safe harbor bepalingen. Mogelijk heeft You Tube met inachtneming van de concept richtlijn alvast eieren voor haar geld gekozen en besloten om met GEMA een licentieovereenkomst te sluiten.

Conclusie

De discussie die de afgelopen jaren partijen verdeeld heeft gehouden, is eigenlijk voor alle betrokken partijen nadelig geweest. Zo hebben de Duitse gebruikers van You Tube geen toegang gehad tot video’s met muziek van auteursrechthebbenden die aangesloten zijn bij GEMA, en hebben de auteursrechthebbenden in die periode niets verdiend aan You Tube. You Tube en de gebruikers (uploaders) van het platform hebben op hun beurt geen advertentie-inkomsten kunnen genereren met de exploitatie van de content op You Tube en tot slot heeft GEMA jarenlang in de rechtszaal steeds aan het kortste eind getrokken. Met deze deal is aan dit alles nu een einde gekomen.

Om in de woorden van de Christophe Muller, (You Tube’s head of International Music Partnership) af te sluiten; “From AnnenMayKantereit to Rolf Zuckowski, we heartily welcome German artists and songwriters from A-to-Z to YouTube. And to our YouTube community, enjoy the music!”

[1] GEMA is de Duitse auteursrechtorganisatie die de belangen behartigt voor tekstmakers van muzikale werken.

[2] Website Music Business worldwide, ‘http://www.musicbusinessworldwide.com/youtube-paying-up-for-past-usages-as-part-of-landmark-gema-deal/.’

[3] Website You Tube, ‘https://youtube.googleblog.com/2016/11/ytmehrmusik-more-music-from-artists-you.html.’

[4] Pbl EU, Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (“Richtlijn inzake elektronische handel”)

[5] Website de Volkskrant, http://www.volkskrant.nl/media/youtube-als-duivel-van-de-muziekbranche~a4356859/;In dit artikel wordt beschreven dat Content ID in de praktijk nog niet altijd even goed lijkt te werken, waardoor er nog steeds inbreukmakende content op You Tube terecht komt, zo stelt de auteur van het artikel.

[6] De concept richtlijn auteursrecht in The Digital Single Market, ‘Proposal for a Directive of the European Parliament and of the council on copyright in the Digital Single Market’, te raadplegen via https://tweakimg.net/files/upload/Auteursrecht-richtlijn-EU.pdf .

Visie

Rijdt de ISU een mededingingsrechtelijk scheve schaats?

Als voetballer spelend bij een Nederlandse club word je automatisch lid van de KNVB. Stel je voor dat het door dit verplichte lidmaatschap voor de voetballer in kwestie onmogelijk zal worden om te voetballen op straat. Een vergelijkbare situatie lijkt zich voor te doen in de schaatswereld.

Op 5 oktober 2015 maakte de Europese Commissie (Commissie) bekend een formeel onderzoek te starten naar de toelatingsregels van de internationale schaatsbond (ISU). Dit doet zij naar aanleiding van een klacht van twee Nederlandse schaatsers.[1] De toelatingsregels houden in dat een schaatser enkel kan deelnemen aan wedstrijden (of evenementen) die door de ISU zijn goedgekeurd. Deelname aan een niet-goedgekeurde wedstrijd kan een levenslange schorsing van de schaatser voor de internationale schaatscompetitie tot gevolg hebben. De vraag die voorligt is of de ISU het mededingingsrecht schendt.

Hoe zit de schaatswereld organisatorisch in elkaar?

De ISU is door het Internationaal Olympisch Comité (IOC) erkend als partij om kampioenschappen voor kunstschaatsen en hardrijden op de schaats te organiseren. De nationale schaatsbonden zijn aangesloten bij de ISU. Dit betekent dat de ISU in een unieke positie verkeert, omdat zij bij uitstek de regels omtrent de toelating tot haar kampioenschappen kan bepalen. Op de professionele schaatsers en de ISU zijn de Europese mededingingsregels echter gewoon van toepassing aangezien zij een economische activiteit uitoefenen. De Commissie overweegt daarbij overigens dat regels met betrekking tot sport niet in strijd zijn met het Europese mededingingsrecht wanneer zij een legitiem doel dienen en wanneer de daardoor gecreëerde restricties inherent en evenredig zijn aan het bereiken van die doelstelling.[2]

Op 27 september 2016 heeft de Commissie voorlopig bepaald dat de toelatingsregels van de ISU mogelijk in strijd zijn met artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).[3] Artikel 101 VWEU verbiedt kort gezegd concurrentieverstorende overeenkomsten tussen ondernemingen. De nationale bonden hebben met behulp van het vehikel ISU afgesproken dat schaatsers kunnen worden gesanctioneerd indien zij deelnemen aan niet-erkende evenementen.

De vermeende concurrentieverstorende situatie

Het sanctiesysteem van de ISU heeft naar verwachting tot gevolg dat sporters zich niet inlaten met niet-erkende c.q. goedgekeurde evenementen. Het risico om dientengevolge een professionele carrière te verspelen is immers aanzienlijk. De meest verstrekkende sanctie leidt tot een levenslange schorsing van de schaatser voor alle belangrijke internationale wedstrijden zoals onder meer de Olympische Winterspelen. Doordat de schaatser wordt weerhouden zich in te laten met niet-erkende c.q. goedgekeurde evenementen, worden partijen die niet zijn aangesloten bij de ISU mogelijk belet om dergelijke evenementen te organiseren. De niet aangesloten partijen zijn namelijk niet in staat om professionele schaatsers aan te trekken of te laten deelnemen. Op deze manier wordt de concurrentie beperkt, hetgeen in strijd met artikel 101 VWEU kan zijn.

De ISU heeft een mededeling van punten van bezwaar (Statement of Objections) ontvangen, hetgeen een formele stap is in het onderzoek van de Commissie. De ISU meent vanzelfsprekend dat de punten van bezwaar van de Commissie ongegrond zijn.[4] De ISU krijgt nu de mogelijkheid te reageren op de mededeling van punten van bezwaar waarna de Commissie verder zal gaan met haar mededingingsonderzoek.

Mijn voorspelling? Binnenkort mogen professionele schaatsers gewoon hun eigen alternatieve wedstrijden organiseren.

[1] Persbericht Europese Commissie, Mededinging: Commissie begint formeel onderzoek naar regels internationale schaatsbond voor uitsluiting sporters (IP/15/5771), 5 oktober 2015 Brussel.

[2] Persbericht Europese Commissie, Mededinging: Commissie maakt bezwaar tegen toelatingsregels internationale schaatsbond ISU (IP/16/3201), 27 september 2016 Brussel.

[3] Persbericht Europese Commissie, Mededinging: Commissie maakt bezwaar tegen toelatingsregels internationale schaatsbond ISU (IP/16/3201), 27 september 2016 Brussel.

[4]  International Skating Union, ISU believes that the European Commission’s antitrust allegations are unfounded, 27 september 2016 Lausanne.

Visie

HvJEU: hyperlinken naar illegaal materiaal levert soms auteursrechtinbreuk op

Hyperlinken naar auteursrechtelijk beschermde werken met winstoogmerk en kennis van het illegale karakter van de publicatie waarnaar wordt gelinkt, levert een inbreuk op het auteursrecht op. Dat heeft het Hof van Justitie EU (“HvJEU”) op 8 september bepaald.

De zaak is voor eisers Sanoma en Britt Dekker behandeld door bureau Brandeis (Christiaan Alberdingk Thijm en Caroline de Vries).

Naar de uitspraak werd door auteursrechtdeskundigen in de hele EU reikhalzend uitgekeken. Aan het ene kant van de discussie stonden degenen die vinden dat hyperlinken nooit auteursrechtinbreuk oplevert. Aan de andere kant van het spectrum stonden degenen die vinden dat hyperlinken naar illegaal materiaal altijd auteursrechtinbreuk opleverde. Het HvJEU kiest nu voor een middenweg: soms wel inbreuk, soms niet. Het is precies de tussenoplossing die bureau Brandeis voor Sanoma heeft mogen bepleiten.

De zaak betrof het plaatsen van hyperlinks door GeenStijl (GS Media) naar een Playboy-reportage van Britt Dekker die nog niet in het maandblad was gepubliceerd.

Ondanks de sommaties van Sanoma, weigerde GS Media de betrokken hyperlinks te verwijderen.

Volgens Sanoma heeft GS Media hierdoor inbreuk gemaakt op het auteursrecht.

In zijn arrest stelt het HvJEU vast dat het auteursrecht een rechtvaardig evenwicht beoogt te waarborgen tussen, enerzijds, het belang van de auteursrechthebbenden en, anderzijds, de bescherming van de belangen en fundamentele rechten van gebruikers van beschermd materiaal, met name hun vrijheid van meningsuiting en van informatie, alsmede van het algemeen belang.

Meerdere criteria

Het HvJEU merkt op dat het begrip „mededeling aan het publiek” een geïndividualiseerde beoordeling vergt, waarbij rekening moet worden gehouden met meerdere, elkaar aanvullende criteria. Twee criteria acht het HvJEU bij hyperlinken van doorslaggevend belang, namelijk of de hyperlinker een winstoogmerk nastreeft met het plaatsen van de link en of hij kennis heeft van het illegale karakter van de link.

Particulieren

Het HvJEU erkent dat het met name voor particulieren die hyperlinken, moeilijk kan zijn om na te gaan of het gaat om werken die worden beschermd en, in voorkomend geval, of de houders van auteursrechten op die werken toestemming hebben gegeven voor publicatie daarvan op internet.

Wetenschap

Gelet op deze omstandigheden oordeelt het Hof dat wanneer vaststaat dat een hyperlinker wist of moest weten dat de hyperlink die hij heeft geplaatst toegang geeft tot een illegaal op internet gepubliceerd werk, bijvoorbeeld doordat hij daarover gewaarschuwd is door de auteursrechthebbenden, de verstrekking van die link een „mededeling aan het publiek” vormt.

Winstoogmerk

Bovendien kan, wanneer het plaatsen van hyperlinks geschiedt met winstoogmerk, van de hyperlinker worden verwacht dat deze de nodige verificaties verricht om zich ervan te vergewissen dat het betrokken werk niet illegaal is gepubliceerd. Dientengevolge moet worden vermoed dat die plaatsing is geschied met volledige kennis van de beschermde aard van het werk en het eventuele ontbreken van toestemming voor de publicatie op internet door de auteursrechthebbende. In dergelijke omstandigheden en voor zover dit vermoeden niet is weerlegd, vormt de handeling bestaande in het plaatsen van een aanklikbare link naar een illegaal op internet gepubliceerd werk, een „mededeling aan het publiek”.

GS Media pleegt inbreuk

In de onderhavige zaak staat volgens het HvJEU vast dat GS Media met een winstoogmerk hyperlinks heeft verstrekt naar de bestanden met de foto’s, en dat Sanoma geen toestemming had gegeven voor de publicatie van deze foto’s op internet. Bovendien lijkt uit de weergave van de feiten in de beslissing van de Hoge Raad voort te vloeien dat GS Media zich bewust was van het illegale karakter van die publicatie en dus niet het vermoeden kan weerleggen dat plaatsing van deze links is geschied met volledige kennis van het illegale karakter van die publicatie. Derhalve heeft GS Media, onder voorbehoud van door de Hoge Raad uit te voeren verificaties, door deze links te plaatsen een „mededeling aan het publiek” verricht.

Visie

Kwartaalbericht kartelschade #2

Hierbij presenteren wij u het tweede kwartaalbericht over ontwikkelingen op het gebied van cartel damage litigation van bureau Brandeis. Wij concentreren ons in dit overzicht op follow-on en stand-alone zaken verband houdende met zowel kartelschadezaken als met schade die veroorzaakt wordt door misbruik van een economische machtspositie.

Daarbij richten we ons voornamelijk op Europa en op de Verenigde Staten. Binnen Europa krijgen de jurisdicties waarin de meeste zaken zich afspelen (Verenigd Koninkrijk, Nederland en Duitsland) de meeste aandacht. Onderhandelingen buiten Europa en de Verenigde Staten worden door ons aangestipt als ze door ons relevant geacht worden. Bijvoorbeeld indien er wordt aangehaakt bij Europese jurisprudentie zoals in de zaak in Israël, die hierna besproken wordt onder ‘Developments regarding public law aspects of cartel damages’. We zien daar dat Israëls Central District Court afwijkt van de tot toen gewezen Israëlische jurisprudentie door ook excessive pricing te beschouwen als een vorm van misbruik machtspositie.

Aan de andere kant stippen we onder ‘Private enforcement in cartel damages claims, case-law’ de zaak van South Africa’s Supreme Court of Appeal aan om te laten zien dat niet overal ter wereld clementieregelingen op dezelfde manier worden toegepast. Binnen Europa is een partij die gebruik maakt van de leniency rules niet gevrijwaard van follow-on claims, in Zuid-Afrika blijkbaar wel. Dit betreft een discussie die op dit moment ook gevoerd wordt binnen Europa. Voor het beleid van de Commissie is het gebruik maken van de clementieregeling van groot belang, het vergroot de mogelijkheid om kartels op te rollen. Aan de andere kant hebben kartellisten bemerkt dat ze daardoor mogelijk kwetsbaarder zijn voor follow-on claims hetgeen hun enthousiasme om van dergelijke regelingen gebruik te maken, aanmerkelijk vermindert.

Zuid-Afrika laat ook op een andere manier van zich horen. Onder ‘Developments regarding public law aspects of cartel damages’ zien we dat President Zuma wetgeving heeft afgekondigd die het handhaven van het mededingingsrecht moet vergemakkelijken. De mogelijkheid wordt ingelast om feitelijk leidinggevenden tot maar liefst 10 jaar gevangenisstraf te veroordelen.

Wij hopen met dit overzicht u ten dienste te zijn. Eventuele aanvullingen of opmerkingen op dit bericht verwelkomen wij.

U kunt het kwartaalbericht hier downloaden.

 

Visie

Kwartaalbericht kartelschade #1

Hierbij presenteren wij u het eerste kwartaalbericht kartelschade van bureau Brandeis. Waarom dit overzicht? In de eerste plaats, omdat er veel informatie op het gebied van mededingingsrecht sec wordt aangeboden, maar slechts beperkt specifieke informatie over het civielrechtelijk handhaven van kartelschade. In de tweede plaats omdat de kartelschadepraktijk in Nederland de afgelopen jaren een sterke groei heeft gekend en de nodige aandacht verdient. Tot slot omdat wij het ook voor ons zelf handig vinden om alle informatie die wij van belang vinden bij elkaar te zetten.

Vanzelfsprekend ligt de nadruk op (internationale) jurisprudentie op dit gebied. Het procesrecht is een belangrijk onderdeel van het kartelschaderecht. In kartelschadeprocedures wordt er bijvoorbeeld regelmatig diepgaand gediscussieerd over de bevoegdheid van de rechter en over het toepasselijk recht. Daarbij wordt stevig ingezet op bijvoorbeeld de uitleg van EEX-VO en andere en opvolgende verdragen en verordeningen. Wij besteden hierna aandacht aan zowel de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, maar ook van nationale rechters.

Relevant zijn ook sommige beschikkingen van de diverse mededingingsautoriteiten. Zo zijn beschikkingen van de Europese Commissie of andere kartelautoriteiten om kartels te beboeten doorgaans de opmaat naar follow on procedures.

Tot slot besteden wij aandacht aan relevante regelgeving. In Europa is dat bijvoorbeeld de richtlijn kartelschade. In Nederland het daaruit voortvloeiend wetsvoorstel.

bureau Brandeis is een litigation kantoor pur sang, vandaar dat het kartelschaderecht uitstekend bij ons past. Binnen bureau Brandeis is een team samengesteld van specialisten die zich specifiek bezig houden met dit onderwerp. bureau Brandeis bekent daarbij kleur, zij zal uitsluitend gedupeerden van kartels bijstaan in procedures. Wij hebben immers een uitgesproken voorkeur voor de uitdager.

U kunt het kwartaalbericht hier downloaden.

Visie

Definitieve tekst nieuwe Privacy Verordening

Op 5 mei 2016 is de definitieve tekst van de nieuwe Privacy Verordening gepubliceerd.

De Verordening zal op 25 mei 2018 in werking treden. Lidstaten en ondernemingen hebben tot dan de tijd om zich voor te bereiden op de inwerkingtreding van de Verordening. Lees hier meer over de inhoud van de Verordening.

Visie

Een kritisch advies van WP29 over het Privacy Shield

Op 13 april jl. bracht Artikel 29 Werkgroep (WP29), de Europese privacy-toezichthouders, een advies uit over het nieuwe Privacy Shield. Het Privacy Shield vormt – zoals je ook kan lezen in onze blogs (hier, hier en hier) – het nieuwe “adeqaatheidsbesluit” voor gegevensuitwisseling tussen de EU en de US en vervangt de ongeldig verklaarde Safe Harbor.

WP29 is kritisch. Hoewel de toezichthouders in eerste instantie het nieuwe besluit verwelkomen, aangezien het “major improvements” biedt ten opzichte van de Safe Harbor, plaatsen zij ook een aantal kritische opmerkingen. Een viertal bezorgheden van WP29 worden hieronder uiteengezet, (1) massale en willekeurige gegevensverzameling nog steeds mogelijk, (2) ontbreken van belangrijke EU beginselen, (3) ineffectieve verhaalmogelijkheid, en (4) onduidelijke en inconsistente formulering.

Massaal en willekeurig toezicht

WP29 is bezorgd over de mogelijkheid om massaal en willekeurig EU gegevens te verzamelen. Het Privacy Shield sluit mass surveillance namelijk niet uit. De regels omtrent massaal toezicht zijn, zo erkent ook WP29, een stuk transparanter geworden maar mass surveillance is nog niet in zijn geheel verboden. Dit is gek want het Hof van Justitie van de EU (HvJ) heeft in de Schrems-zaak duidelijk bepaald dat “veralgemeend toezicht” van autoriteiten tot elektronische communicatie een wezenlijke inbreuk is op het grondrecht privacy, zie ook onze vorige blog.

In het advies wijst WP29 op “its long-standing position that massive and indiscriminate surveillance of individuals can never be considered as proportionate and strictly necessary in a democratic society, as is required under the protection offered by the applicable fundamental rights.” Echter zien de toezichthouders ook dat er een toenemende tendens is voor het massaal verzamelen van informatie met het oog op terrorisme bestrijding. Volgens WP29 zal het HvJ meer duidelijkheid moeten geven over de grenzen van massale en willekeurige gegevensverwerking. Daarnaast adviseert WP29 de Commissie om – op zijn minst – meer duidelijkheid te gegeven over de rechten en plichten uit hoofde van het Privacy Shield.

Ontbreken van belangrijke EU beginselen

Een ander kritiekpunt van de Europese toezichthouders is dat een aantal belangrijke beginselen uit het EU gegevensbeschermingsrecht ontbreken of op een ontoereikende manier worden uitgelegd in het Privacy Shield. Een voorbeeld is het beginsel van dataretentie. Volgens WP29 kan dit beginsel niet duidelijk gelezen worden in de beginselen van data integriteit en doelbeperking. Ook, zo oordeelt WP29, is het doelbeperkingsbeginsel voor het verwerken van persoonsgegevens onduidelijk uiteengezet. Volgens WP29 kunnen deze problemen worden opgelost door een begrippenlijst toe te voegen aan de Veel Gestelde Vragen (FAQ) over het Privacy Shield.

Ineffectieve verhaalmogelijkheid

Verder concludeert WP29 dat de aanvullende verhaalmogelijkheden voor individuen te complex en te ingewikkeld zijn opgesteld en daardoor niet effectief zijn. Geadviseerd wordt om deze procedures te verduidelijken. Ook maakt WP29 zich zorgen over de onafhankelijke rol van de Ombudsman en of deze wel voldoende adequate middelen ter beschikking heeft om zijn taak uit te oefenen.

Onduidelijke formulering

Als laatst merkt WP29 op dat het Privacy Shield lastig te doorgronden is doordat een deel van de informatie is opgenomen in het adequaatheidsbesluit en een ander deel in de bijbehorende bijlagen. Niet alleen is het Shield erg lastig te lezen, ook staan er door deze constructie inconsistente bepalingen in. WP29 heeft daarnaast kritiek op het onduidelijke taalgebruik.

Conclusie van het advies

Volgens WP29 biedt het Privacy Shield nog niet voldoende waarborgen en is het beschermingsniveau niet “essentially equivalent to that of the EU”. WP29 adviseert de Commissie om met passende oplossingen te komen die duidelijkheid verschaffen en een gelijkwaardig beschermingsniveau verzekeren. Het huidige Privacy Shield kan dus niet zonder meer in werking treden, zo oordeelt WP29.

En nu verder?

De Commissie wordt aan het werk gezet. Artikel 31 Comité, een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten, brengt binnenkort ook een advies uit (naar verwachting in mei). De Commissie heeft aangegeven de adviezen te verwerken in een aangepaste versie van het Privacy Shield en hoopt deze in juni te finaliseren. Het nieuwe Privacy Shield treedt dan direct in werking.

Wij zijn benieuwd hoe de Commissie de kritiekpunten van WP29 in het nieuwe Privacy Shield gaat verwerken en kijken uit naar het advies van Artikel 31 Comité.

Visie

Winstwaarschuwing KSA en rechtbank Den Haag bevestigt noodzaak transparante gunning

Jaarverslag KSA 2015

De Kansspelautoriteit (“KSA”) publiceerde deze week haar jaarverslag. Daarin geeft zij een winstwaarschuwing, dat als het tarief van de kansspelbelasting voor online kansspelen op 29% wordt vastgesteld, het doel dat binnen drie jaar 80% van het bruto spelresultaat uit online kansspelen onder legale aanbieders valt niet kan worden gehaald:

“De kabinetsdoelstelling is 80% kanalisatie, maar een winstwaarschuwing is hier op zijn plaats. Het mechanisme is nu eenmaal dat hoe hoger de kansspelbelasting, hoe lager de kanalisatie wordt. Het heeft er nu alle schijn van dat er een belastingtarief van 29% over het bruto-spelresultaat wordt gehanteerd. Daarmee wordt het halen van die doelstelling wel erg ambitieus. Ook dat laten de ervaringen in andere Europese landen zien.¹ Er is een mogelijkheid om het percentage na drie jaar te laten dalen naar 25%. Maar waarom pas na drie jaar een evaluatie? Al na twee jaar is duidelijk hoe de kanalisatie zich zal ontwikkelen in de praktijk en kan gekeken worden of het belastingpercentage bijgesteld moet worden. De evaluatie zou wat ons betreft dus naar voren kunnen worden gehaald.”

De hoogte van het belastingtarief zal tijdens het debat in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Kansspelen op afstand uiteraard aan bod komen. Het debat staat thans gepland in de periode 19 – 21 april 2016. Kamerlid Segers diende deze week een amendement in ot wijziging van de Mediawet 2008 om online kansspelen op een open televisieprogrammakanaal te verbieden. Trekkingen van loterijen zouden daar volgens de toelichting niet onder vallen.

 

Rechtbank Den Haag: KSA moet transparante gunningsprocedure volgen

Niet alleen de introductie van vergunningen voor online kansspelen, maar ook de bestaande loterijvergunningen staan in de schijnwerpers. De rechtbank Den Haag bevestigde op 6 en 17 maart, in lijn met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit 2011 in de zaak Betfair, in drie uitspraken dat de vergunning voor het organiseren van de sportprijsvragen en de lotto (sporttotalisator) en de totalisatorvergunning niet onderhands, maar in een transparante gunningsprocedure verdeeld hadden moeten worden. Aanleiding waren de afwijzingen door de KSA van aanvragen van derden voor een (sport)totalisator vergunning. De KSA baseerde de afwijzing op beleidsregels van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, die inhouden dat de huidige loterijvergunningen tot 2017 aan de bestaande vergunningenhouders worden verleend. De rechtbank oordeelt echter anders:

“verweerder een transparante gunningsprocedure had moeten voeren en eiser en andere geïnteresseerden de mogelijkheid had moeten bieden mee te dingen naar de sporttotalisatorvergunning.

Het bestreden besluit is in strijd met artikel 56 van het VWEU en met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).”

De rechtbank stelde vast dat de beleidsregels een transparante gunning niet uitsluiten. De rechtbank bepaalde voorts dat de KSA niet aannemelijk had gemaakt dat de overheid strenge controle uitoefende over de Stichting de Nationale Sporttotalisator (“De Lotto”). De benoeming na 2011, van niet één maar twee overheidscommissarissen binnen De Lotto, leverde een dergelijke controle niet op. Zodoende gold er geen uitzondering op de verplichting tot transparante gunning.

Kortom, in lijn met de Betfair uitspraak in 2011 hadden andere partijen de kans moeten krijgen om aan de vergunningverlening mee te doen. De KSA dient nu, met inachtneming van de uitspraak, opnieuw te beslissen op het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag. Intussen lopen er verschillende beroepen tegen alle besluiten waarbij alle bestaande loterijvergunningen onderhands zijn gegund. Er zullen de komende periode zodoende meer uitspraken volgen.

Machteld Robichon

Visie

Governance code wijziging, reactie bB

De Nederlandse corporate governance code bevat principes en best practice bepalingen voor de governance van Nederlandse beursvennootschappen. De governance code is in december 2003 voor het eerst Tabaksblat vastgesteld en voor het laatst in december 2008 herzien. Op 10 februari 2016 heeft de Monitoring Commissie Corporate Governance Code, onder voorzitterschap van prof. Dr. J.A. van Manen, een voorstel gedaan tot herziening. De commissie heeft geïnteresseerden uitgenodigd tot een reactie. De reactie van bureau Brandeis treft u hier aan.

De reactie van bureau Brandeis spitst zich toe op twee onderwerpen: de 180 dagen regel en lange termijn waarde creatie als ijkpunt voor de strategie.

Het is een gemiste kans dat de 180 dagen regel niet is geschrapt. De 180 dagen regel is strijdig met het Nederlandse en Europese recht. De praktijk wordt op het verkeerde been gezet doordat deze toch in de governance code is opgenomen.

Wat betreft de strategie zou de governance code geen inhoudelijke voorschriften moeten bevatten. Het formuleren van de strategie kan het best worden overgelaten aan de ondernemingen waarop de governance code van toepassing is. Van een focus op lange termijn waarde creatie zijn voorts geen heilzame effecten op de governance van beursvennootschappen te verwachten. Wel zou het de governance van Nederlandse beursondernemingen verbeteren, indien de goverance code de zeggenschap van aandeelhouders over de strategie zou bevorderen.

Visie

bureau Brandeis staat strafrechtadvocatuur bij

De Nederlandse strafrechtadvocatuur, verenigd in de NVSA en de NVJSA, heeft bureau Brandeis gevraagd hen bij te staan in een zaak tegen de Staat en de Raad voor Rechtsbijstand over de zogenoemde verhoorbijstand.

Verhoorbijstand is kort gezegd het recht van verdachten om zich tijdens het (politie)verhoor bij te laten staan door een advocaat. De Hoge Raad heeft op 22 December 2015 bepaald dat verdachten vanaf 1 maart jl. recht hebben op verhoorbijstand. Strafrechtadvocaten maken zich grote zorgen over de praktische uitwerking en de vergoeding van de werkzaamheden in het kader van dit recht. Ook over de rol die de advocaten tijdens het verhoor hebben bestaat de nodige discussie, waarbij de Minister van Veiligheid & Justitie de rechten die uit de Europese jurisprudentie en regelgeving voortvloeien miskent.

De NVSA en NVJSA zijn een kort geding gestart om hieraan een einde te maken. Christiaan Alberdingk Thijm van bureau Brandeis staat hen hierin bij.

Verhoorbijstand

“Inzet van de procedure is alsnog recht te doen aan artikel 6 EVRM, waarop het recht op verhoorbijstand is gebaseerd. Uit de jurisprudentie van het Europese Hof van de Rechten voor de Mens (EHRM) en de Hoge Raad blijkt dat dit recht ruim moet worden geïnterpreteerd en dat beperkingen slechts togestaan zijn in het geval daar dwingende redenen voor zijn,” aldus Alberdingk Thijm.

Op 17 maart 2016 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Lees hier het verslag van de zitting op Advocatie.

De zaak heeft in het bijzonder betrekking op een leidraad en een beleidsregel die zijn opgesteld om tegemoet te komen aan het arrest van de Hoge Raad. De strafrechtadvocaten stellen zich op het standpunt dat de leidraad en beleidsregel echter ongeoorloofde beperkingen van het recht op verhoorbijstand inhouden.

Thomas Felix van de NVJSA zegt daarover: “Als het aan de Minister ligt, dienen de advocaten tijdens het verhoor stilzwijgend naast hun cliënt te zitten en mogen zij enkel voorafgaande en na het verhoor iets zeggen. In Europese rechtspraak is echter bepaald dat advocaten actief moeten kunnen deelnemen aan het verhoor.”

Redelijke vergoeding

Inzet van de procedure is daarnaast dat een redelijke vergoeding wordt toegekend voor deze rechtsbijstand. De Minister gaat ervan uit dat de vergoeding van 1,5 uur werk (€ 158,41) voldoende is, ongeacht de duur en het aantal verhoren die in een zaak plaatsvinden. Slechts in zeer zware en uitzonderlijke zaken wordt die vergoeding verdubbeld (3 uur). De Minister baseert zijn inschatting echter niet op concrete cijfers, terwijl die cijfers eenvoudig kunnen worden achterhaald. In veel zaken vinden meerdere verhoren plaats. In grote zaken zijn meerdere verhoren van 4 uur of langer geen uitzondering.

De verenigingen achten rechtsbijstand tegen een dergelijk lage vergoeding bedrijfseconomisch onverantwoord en vrezen dat veel gespecialiseerde strafrechtadvocaten deze rechtsbijstand niet kunnen verlenen. Diverse gerenommeerde strafrechtkantoren heeft al aangegeven niet langer deel te nemen aan het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand tijdens de – zeer belangrijke – piketfase. De Verenigingen pleiten voor een uurtarief van € 105,61, zijnde het algemene uurtarief voor de gefinancierde rechtsbijstand. Enkel hiermee kan rechtsbijstand van gespecialiseerde strafrechtadvocaten op de lange termijn worden gewaarborgd.

Lees hier de dagvaarding en hier de pleitnota.

 

Visie

Interxion Dataprivacy seminar 18 februari 2016

bureau Brandeis besteedt volgende week donderdag 18 februari a.s. tijdens het seminar Dataprivacy aandacht aan de politieke overeenkomst voor een EU-US Privacy Shield, een eerste stap op weg naar een nieuwe basis voor het uitwisselen van persoonsgegevens tussen de EU en de US.

Interxion, Microsoft en NetApp organiseren dit seminar. Machteld Robichon en Vita Zwaan van bureau Brandeis zullen dan de recente wet- en regelgeving (NL, EU en US) betreffende dataopslag en datagebruik toelichten met praktische tips voor uw organisatie.

Vervolgens zullen Martin Vliem (National Security Officer, Microsoft) en Wessel Gans (Alliance Manager Benelux and Nordics, NetApp) u meer vertellen over de visie van resp. Microsoft en NetApp op dataprivacy. Voorafgaand biedt Iterxion de mogelijkheid tot een rondleiding in het datacenter van Interxion. We sluiten het seminar af met een drankje.

Aanmelden kan hier.

 

Naar
boven