Visie

Cortenraads Busjes

Het dondert niet waar je je geld aan verdient, als je maar geld verdient. Aldus het motto van het nieuwe distributiecentrum CB.

CB stond vroeger voor Centraal Boekhuis, maar sinds CB niet alleen meer boeken vervoert maar ook onderbroeken en luiers (sorry, fashion en health care), is besloten de naam Centraal Boekhuis te vervangen door CB. Ik zei laatst nog in een gesprek met een CB-er “Centraal Boekhuis”en werd onmiddellijk op mijn vingers getikt, CB moet ik zeggen. Ik help me zelf maar met de gedachte dat CB staat voor de busjes van Cortenraad, kortweg Cortenraads Busjes. Op enig moment, zo is natuurlijk de bedoeling, weet niemand meer waar CB voor staat. Zoals ook de gemiddelde consument niet meer zal weten dat BOL staat voor Bertelsmann OnLine.

CB (let op, niet “het”CB, maar CB) is, via een ingewikkelde constructie, eigendom van de gezamenlijke uitgevers en boekverkopers in Nederland. Dat betekent dat winst van CB (nu al voor het derde jaar op rij) naar de aandeelhouders vloeit. De winst over 2012, ruim 7 Miljoen Euro gaat dus 50/50 naar uitgevers en boekverkopers.

Bij CB zelf is nog niet helemaal doorgedrongen dat er tegenwoordig niet meer sprake is van een boekenbedrijf maar van een logistiek bedrijf. In het voorwoord wordt immers afgetrapt met de constatering dat de boekenmarkt in de afgelopen jaren, respectievelijk 3,5%, 4,4% en 7,6% in omzet is gedaald. Hoe droevig ook voor de aandeelhouders, voor CB is dit niet echt van belang. Van belang is dat CB in 2011 nog een winst behaalde van 4,8 Miljoen en in 2012 van 7,1 Miljoen. Met andere woorden, wat er ook gebeurt in het boekenvak, het gaat goed met het CB. En dus gaat het goed met de aandeelhouders.

De ontwikkeling die CB doormaakt is vergelijkbaar met die van Nokia. Nokia begon eind negentiende eeuw als een molen voor houtpulp, ging vervolgens rubber producten verkopen en maakte via de ontwikkeling van een digitale telefooncentrale uiteindelijk de stap naar mobiele telefoons. Dat het niet zo goed gaat met Nokia overigens weten we allemaal, het zou mij niet verbazen als Nokia weer massaal in houtpulp stapt. Als er een grondstof is waar het boekenvak haar voordeel mee kan doen immers is het houtpulp. Maar ik dwaal af.

De vraag die nu de gemoederen binnen NUV en KBb moet beroeren is de volgende. Nemen wij de gok dat het goed blijft gaan met CB en rekenen we op een solide jaarlijkse winst? Of verpatsen we in een keer ons aandeel en schuiven we per brancheorganisatie een mooi bedrag de tent in. Even op zijn Jan Boerenfluitjes. Omzet is bijna 90 miljoen, waarde van terreinen en gebouwen is bijna 50 miljoen. Dus een koper zou zo maar eens 140 miljoen kunnen over hebben voor CB. Reken u rijk, 70 miljoen voor het NUV en 70 miljoen voor KBb. Als ik de branchevereningen was zou ik het wel weten. Verkopen dat aandeel. Immers een enorm bedrag als dit, kan worden belegd en zal voor een nagenoeg zeker rendement zorgen. Het kostje van de bedrijfsverenigingen is daarmee gekocht, ongeacht het wel en wee van CB. Dat is een. En vervolgens gaan de verenigingen na verkoop natuurlijk keihard onderhandelen met CB over de tarifering. Het onderhandelt natuurlijk een stuk makkelijker met een club waar je geen eigenaar van bent. Kortom, wie koopt Cortenraads Busjes?

Visie

Juristen staan alleen maar in de weg

Er gaan dagen voorbij dat ik me niet schaam voor mijn beroepsgroep, dat zijn mooie dagen. Vergelijkbaar met een dagje op het strand, vliegtuigje in de lucht, flesje wijn in de maag, en dan wegsoezelen.

Er zijn ook dagen en ik verhaal vandaag van zo’n dag dat ik denk dat juristen eigenlijk overal achter aan in de rij zouden moeten staan. Dat er op sommige plekken bordjes zouden moeten hangen: “verboden voor juristen”. Er wordt wel veel gekankerd op apartheid, maar dat was in de kern nog zo’n slecht idee niet. Dat je dan ook plaatsen hebt waar alleen juristen mogen komen. Dat zijn plaatsen waar de algemene voorwaarden die behoren bij het lidmaatschap pontificaal als de stellingen van Wittenberg op de voordeur zijn getimmerd. Plaatsen waarin de barkeeper wordt gecorrigeerd als hij“twee bier” roept. “Twee glazen bier zult u bedoelen.” Een klein dieptepunt in de afgelopen “weg met juristen” dagen was de dag dat het Commissariaat voor de Media opnieuw een kans voorbij liet gaan om innovatie een kans te geven. We schrijven 16 april 2013.

Voor ligt de zaak Mo’Media. U kent ze wel, de uitgevers van 100%stedengidsen. En innovatief genoeg. Mo’media wil graag behalve boekjes ook apps uitgeven, want als er één boeksoort is die schreeuwt om digitale toepassingen dan is het wel een stedengids. Lekker wandelen door Barcelona, mobiel in de hand om de route te bepalen en highlights toe te lichten. Boekje er bij als je in de hotelkamer voor de volgende dag een mooie lunchplek wilt uitzoeken of een galerie in de buurt. En natuurlijk wil Mo’Media die boekjes en apps ook in combinatie met elkaar verkopen. Maar, daar komt het, dat mag niet van het Commissariaat. En het Commissariaat verschuilt zich lafjes achter de wet.

Volgens het Commissariaat staat de Wet op de vaste Boekenprijs (Wvbp) deze combinatie niet toe. En dat is niet waar, sprak deze jurist. Immers in de wet staat dat de Wvbp van toepassing is op boeken. De definitie van boeken is de volgende: “een werk dat tekst bevat die vrijwel uitsluitend is gesteld in de Nederlandse of Friese taal, voorzien is van een titel, bestaat uit papieren bladzijden, al dan niet vergezeld van ondersteunende informatiedragers, en wordt uitgegeven in een oplage van meerdere exemplaren die voor verkoop aan eindafnemers zijn bestemd”(en dan volgen wat uitzonderingen).

De route die het Commissariaat zou kunnen volgen is deze: een ebook of een app kwalificeert als een ondersteunende informatiedrager, immers kan worden gebruikt in combinatie met het boek en ondersteunt deze ook. Als deze redenering wordt gehanteerd dan is de combinatie toegestaan. Maar nee, het Commissariaat hanteert terugvallend op een eerdere uitspraak van haarzelf (sic!) dat het bij een ondersteunende informatiedrager moet gaan om een informatiedrager dieuitsluitend informatie bevat ter ondersteuning van de inhoud van het papieren boek.

Door nu zelf te verzinnen dat een informatiedrager slechts ondersteunend kan zijn als die uitsluitend ondersteunend is, beperkt het Commissariaat de mogelijkheden. Even voor het idee, mijn benen zijn slechts ondersteunend als ik sta. Als een informatiedrager los van de ondersteunende functie ook nog een zelfstandige functie heeft, dan is die niet ondersteunend? Als je niet staat heb je geen benen? En als het niet gaat om een ondersteunende informatiedrager in de zin van de wet, dan is er dus sprake van een cadeau bij verkoop van een boek en dat is een op geld waardeerbaar voordeel en dat betekent dus korting, aldus het Commissariaat. Arrrggghhhh. Ooit is bedacht dat de Wet op de vaste boekenprijs het boekenvak zou moeten ondersteunen (dat is de werkelijke functie van de wet), maar op deze manier helpt het Commissariaat met een nodeloos beperkende juristenuitleg de werking van de Wet zodanig dat zij vakkundig elke mogelijke vooruitgang om zeep helpt.  Morgen werk ik thuis, ik hoop op een juristloze dag.

Visie

All animals are equal

Neem risico, denk groter, aldus de visionaire Neelie Kroes, laatst in een toespraak tijdens de Salon du Livre in Parijs. Zij kapittelde de uitgeefbranche in Europa, die achter zou blijven met haar initiatieven en daardoor de ruimte zou laten aan de lichtende voorbeelden, Amazon, Apple en Google. Kort samengevat reageert de branche te traag op de nieuwe ontwikkelingen aldus Kroes. Ik neem een aantal acties van de grote drie onder de loep.

Christopher Schroer, uitgever van Die Neue Sachlichkeit, gooit de knuppel in het hoenderhok. Hij vindt de eenzijdige wijziging van condities door Amazon (55% marge) en het feit dat ze haar personeel slecht behandelt, reden om de samenwerking op te zeggen. Hear hear! De Duitse uitgever schreef een mooie brief naar Amazon. Wat was de reactie? Die bleef uit, er kwamen slechts nabestellingen. Ondertussen heeft Amazon eenzijdig de marge op de zogenaamde third party traders met maar liefst 70% verhoogd.

Apple staat al langer bekend om haar gesloten systeem, haar verbod op in app verkoop (als daar althans niet een marge van 30% van Apple tegenover staat) en haar strenge beleid op het toelaten van apps in haar appstore. Als het maar riekt naar erotiek (gatver), dan wordt het niet in de Apple shop toegestaan.

Het illustere rijtje wordt voorlopig afgesloten door Google. Wie herinnert zich niet dat Google zonder enig overleg alle content waar ze de hand op kon leggen simpelweg online zette. De uitgevers mochten dan achteraf om een vergoeding gaan bedelen.

Alle grote Amerikaanse partijen schenden internationaal geldende regels naar believen. Dat varieert van het maken van misbruik van machtspositie, tot het schenden van privacy tot het inbreuk maken op auteursrechten.

Inbreuken op het auteursrecht, daar gaat de overheid niet over…dus uitgevers???? Maar het recht op privacy en het voorkomen van misbruik van machtspositie behoort tot haar exclusieve terrein. Het is een taak van de collega’s van Kroes van de Europese Commissie hier onmiddellijk in te grijpen. Dat Neelie de hand in de boezem van de uitgevers steekt, vind ik een vorm van ongewenste intimiteit. Haar hand hoort thuis in de boezem van haar Europese collega’s. Our big American brothers spelen het spel en maken hun eigen regels. En de kleine sukkelaars staan erbij en kijken ernaar. De volgende keer dat de visionaire Kroes haar praatje houdt, verwacht ik protesten waar die tegen Poetin bij verstommen. All animals are equal, but some are more equal than others.

Visie

Going down, going down

Kommer en kwel in de uitgeefbranche, geef het maar toe. Niet van dat positieve gedoe dat het allemaal wel mee valt en dat we niet mogen zwart kijken. Bullshit. Ik heb net geleerd dat voor rouwverwerking essentieel is dat je vast pakt wat je kwijt raakt. Dat klinkt diep en dat is het ook. Bedoeld is dat je diep moet voelen wat er verloren gaat. Niet overheen wandelen, nee snikkend achter het bureau, jankend in de winkel. Vroegere tijden komen nooit meer terug.

De muziekindustrie ging ons voor. De vergelijking is niet nieuw, alhoewel ik die als visionair natuurlijk het eerste maakte, met een been in de muziek- en een been in de boekenbranche. Bij het terugtrekken van de zee dacht niemand in de muziek aan een aanstormende tsunami. En toen die eenmaal in meerdere golven over het landschap klapte, had men geen antwoord. En het resultaat is bekend. De recorded music industry (dat is zeg maar in muziekland wat de uitgeverij in boekenland is) klapte de afgelopen vijftien jaar met 2/3 in elkaar. Dat staat ons dus nog allemaal te wachten. En die werkelijkheid zult u moeten omarmen. Niks, books are different, we are going down.

Ik zou deze column natuurlijk niet schrijven als ik niet ergens een lichtpuntje zag. Nadat ik u de put in heb gepraat is het mijn nobele taak u er aan uw haren weer uit te trekken natuurlijk. Er is licht aan de horizon. En dat licht komt wederom van de muziekindustrie.

De nieuwste cijfers van de IFPI (wereldwijde muziekbranchevereniging) zijn uit en wat denkt u? In maar liefst 22 landen worden omzetstijgingen geboekt. Ook vorig jaar berichtte men al dat de bodem van de put bereikt leek te zijn en de trend zet zich voort door de stijging nu. En wat zijn nu verhoudingen daar, nu het stof wat optrekt? Twee derde van de verkopen van opgenomen muziek bestaat uit fysieke dragers zoals Cd’s en grofweg een derde is digitale verkoop.

En wat kunnen wij daar van leren? Dat er altijd nog twee derde overblijft van onze huidige handel? Dat de digitale verkoop in de nabije toekomst substantiële bijdrages gaan leveren aan ons bedrijfsmodel? Forget it, zo fijn is het nu ook weer niet. Aan de daling zal ooit een einde komen, maar lees nog even terug. 2/3 van de omzet in de branche van muziekdragers is verdwenen en van de resterende 30% is 2/3 nu het aandeel van de fysieke dragers. Met andere woorden in vijftien jaar tijd is de handel in fysiek product terug gelopen met 80%. En zo duw ik u aan het einde van deze column toch definitief de depressie in.

Visie

Vergezichten in de uitgeverij

Onder deze veelbelovende titel hield Lisa Kuitert, hoogleraar boekwetenschap en boekenbobo, een lezing tijdens het ereadingevent van afgelopen dinsdag. Vergezichten gepresenteerd door een hoogleraar boekwetenschap in deze voor de boekenbranche barre tijden, als dat geen baken van licht zou moeten zijn, wat dan wel? Met hooggespannen verwachtingen schoof ik dan ook aan bij deze sessie. En de gepresenteerde vergezichten, die voor immer bewaard moeten blijven voor het nageslacht, deel ik hier dan ook met u.

Vergezicht 1. Het klassieke boek (van papier en zo) is heel anders dan digitale tekst. Immers het boek is met liefde gemaakt en is magisch. Een digitale tekst is vluchtig en minder waardevol. Woeah….Wacht even. Terwijl de wereld om ons heen en masse overschakelt van papier naar digitaal betekent dit dus eigenlijk een verschraling? Vroeger was alles beter? Waarom is dit een verschraling. Wat is er liefdevol aan een geprint boek? Waarom steekt dat schril af tegen digitale  teksten? Het gedrukte boek is toch eigenlijk gewoon de weergave van een digitaal manuscript, digitaal opgemaakt, maar uiteindelijk geprint? Als je dat digitale boek nu eens vergelijkt met een boek dat met de hand geschreven werd in vroeger tijden, tja dan kan ik me voorstellen dat je een vergelijking maakt tussen met liefde met de hand gemaakt en gedrukt. Bij het onderscheid digitaal analoog gepaard aan een waardeonderscheid kan ik me niets voorstellen. Ik kan van tekst in beroering raken, ongeacht of die mij bereikt per boek (al dan niet digitaal), per sms of via Twitter. Ik ben een lezer en dat heeft met boeken niets te maken.

Vergezicht 2 dan? Kuitert deelde nog een ander vergezicht met ons. Uitgeverijen zouden niet langer boekenondernemingen moeten zijn, maar dienstverleners. En die diensten zouden dan kunnen worden ingekocht door schrijvers. De macht moet weer terug naar de schrijvers. Dat is een mooi staaltje van onzindelijk redeneren. Allereerst veronderstelt de macht terug dat de macht ooit bij de schrijver lag, hem is ontstolen en dat die macht nu weer naar de rechtmatige eigenaar terug zou moeten. Wie dat denkt heeft nog nooit een uitgever horen verzuchten aan welke wensen van een schrijver nu weer tegemoet gekomen moet worden. Er zijn oppermachtige schijvers en er zijn oppermachtige uitgevers, maar over het algemeen zijn de rollen aardig verdeeld. Kuitert kreeg tegengas vanuit de zaal. Immers hoe zag Kuitert het voor zich dat een schrijver zou gaan investeren? Is niet het overgrote deel van de schrijvers romantisch armlastig? Ja, wierp Kuiters tegen: E.L. James (50 shades) is toch als selfpublished author begonnen, dus het kan wel. Ja, mevrouw Kuiters, het kan wel. Maar wilt u op een mogelijkheid een bedrijfseconomisch model bouwen? Moeten voortaan alle uitgevers aan hun schrijvers gaan melden dat er geld op tafel moet komen en dat dat de diensten per uur of dag kunnen worden ingekocht? Een enkele (reeds succesvolle) schrijver zal dit mogelijkheden bieden, maar 99% niet. Dat bedrijfsmodel mevrouw Kuitert, is vergelijkbaar met het stoppen met werken omdat de mogelijkheid bestaat dat je de staatsloterij wint.

Hooglerares Kuitert gaf er blijk van alle voeling met de boekenbranche verloren te hebben, met een dedain vanuit de klassieke ivoren toren schetste zij slechts studeerkamervergezichten. Mij lijkt dat mevrouw Kuitert een andere baan moet gaan zoeken.

Visie

Indiebound.org

Heeft u recentelijk nog gejuich gehoord in boekenland? Ik niet, en dat is onterecht. Eindelijk is hier immers het antwoord voor de kleine boekhandel die mee wil marcheren in de wereld van het ebook. Google ebooks werkt (volgens eigen zeggen succesvol) samen met boekhandels. Althans dat doen ze in de Verenigde Staten en het is de bedoeling dat ze dat ook in Nederland gaan doen zo meldde Philippe Colombet afgelopen week bij Vers voor de Pers.

Wat is het probleem voor kleine boekhandels? Het probleem zit in de eerste plaats tussen de oren en sneeuwt daarnaast onder in de dagelijkse gang van zaken. De gemiddelde kleine boekverkoper heeft er echt de tijd niet voor om eens lekker te gaan zitten en aan een businessplan te schrijven “hoe om te gaan met de 21e eeuw”. Die is veel te druk met de boekhouding, gezeik met de bank, de aansluiting met het CB, het bijbestellen, het ordenen, wel of geen personeel, wel of niet op zondag open, zet ik ”Geschiedenisvan de Filosofie” van Storig, bij geschiedenis of bij filosofie, etc. etc.

Overkom je dat, dan is er nog altijd de perceptie. Kleine boekhandelaren hebben het idee dat ze toch nooit op kunnen tegen de grote jongens van deze wereld. Van Bol.com tot Apple, van Amazon tot Google. En weet u, ze hebben gelijk. Die wedstrijd ga je niet winnen. You can’t beat them.

Gelukkig hoeft dat vandaag de dag ook niet meer. Immers de grote jongens, die wel de tijd hebben over hun businessmodel na te denken, hebben hun closed shops open gegooid. Vergeet Apple, die denkt nog in geslotenheid en gaat op de lange duur de wedstrijd verliezen, maar kijk naar Bol.com en Google. Beiden bedrijven gooien hun site open voor “partners”. Het klinkt raar, maar waarom zou je als individuele boekhandel je site niet linken aan die van Bol? Ben je bang dat je je torenhoge omzet aan hen verliest, dan zou ik het zeker niet doen. Maar zet je nagenoeg niets om, dan waarom niet?

Een meer aanvallende optie is partneren met Google ebooks. De American Booksellers Association heeft een samenwerking opgezet met Google ebooks. Het principe is eenvoudig (zie www.indiebound.org). Je sluit je aan bij deze club en vervolgens worden klanten die in jouw gebied willen shoppen automatisch naar je doorgeleid. De filosofie achter de site is dat er voldoende klanten zijn die hun “local community”willen steunen. En dus dat er voldoende lezers zijn die hun boeken graag bij hun eigen boekhandel afhalen, dan wel via hen downloaden.

En dus komt er steun uit onverwachte hoek. Join them! Zet je vooroordelen overboord. Blijf in je fysieke winkel gewoon doen waar je goed in bent en sluit je op het web aan bij partijen die beter zijn dan jij. En op die manier, wie weet….overleef je wel.

Visie

ReDigi: uitgeput auteursrecht

Wat een genot om in dit tijdperk auteursrechtjurist te zijn. De initiatieven in met name de media- en entertainmentbranche buitelen over elkaar heen en telkens weer moeten wij ons afvragen: “mag dat?”

ReDigi (ik werd er via INCT en E-commerce op geattendeerd) kent het volgende businessmodel. Stel, je heb genoeg van een digitale muziekdownload, dan biedt je die aan ReDigi aan. ReDigi kijkt op jouw computer, trekt je afspeelmachtigingen in, betaalt je een vergoeding en kopieert het bestand naar haar eigen marktplaats. Een tweedehands download markt is geboren. ReDigi is in New York al voor de rechter gesleept om dit initiatief, en dat gaat in Europa vast ook gebeuren. Bij de platenmaatschappijen worden de messen al geslepen.

Heeft ReDigi juridisch kans van slagen? Ik zou denken van wel met een beroep op het uitputtingsrecht. Kort gezegd betekent dat dat het auteursrecht op een exemplaar van een werk verloopt (is uitgeput) zodra het rechtmatig is aangeschaft. In gewone mensentaal: als u een boek of een cd koopt, dan mag u het daarna zonder probleem doorverkopen aan iemand anders. Tot voor kort werd uitputting alleen maar aangenomen waar het ging om fysieke exemplaren. Maar hoe zit het digitaal?

Enige tijd geleden deed het Europese Hof van Justitie een uitspraak in de zaak tussen Oracle en Usedsoft. Het Hof oordeelde dat software indien via internet gedownload, kan worden doorverkocht op voorwaarde dat de verkoper zijn eigen versie onklaar maakt.

Nu roepen diverse auteursrechtgeleerden dat het hierbij alleen maar om verkoop van software ging met een in de tijd onbeperkte licentie, dus niet zo maar toepasbaar op andere zaken. En dat is waar. Het is niet zo maar toepasbaar op andere zaken, maar….

Uit de uitspraak blijkt dat het Hof oog heeft voor de ratio van het auteursrecht. Door middel van het auteursrecht worden rechthebbenden beschermd voor zover zij dat nodig hebben. Het auteursrecht begeleidt de maker tot aan de drempel van de verkoop. Logisch ook. Zodra een exemplaar is verkocht heeft de rechthebbende zijn geld gehad en is de tegenprestatie voor het creatieve werk verricht. Als dat een logische redenering is voor fysieke werken, dan is dat evenzeer een logische redenering voor digitale werken.

En dus denk ik dat ReDigi een redelijke kans van slagen heeft in een procedure binnen Europa. Is dat slecht nieuws voor de muziekindustrie? Ik zou denken van niet. Als je weet dat je de mogelijkheid hebt een eenmaal aangeschaft product weer te verkopen, dan verlaagt dat de drempel om nieuw te kopen. Zonder dit mechanisme zou niemand een nieuwe auto kopen bijvoorbeeld. En dus verwacht ik dat ReDigi businesswise iets gaat toevoegen aan de muziekindustrie. Wie denkt dat deze branche zich door een dergelijke logische afweging laat leiden komt echter bedrogen uit. Ik weet zeker dat ReDigi voor de rechter wordt gesleept. To be continued.

Visie

Citaatrecht

De gedachte achter het auteursrecht is voor de gemiddelde leek onbekend. Uit het stopzetten van de site literairedebuten.nl en de daarbij gewisselde argumentatie over en weer wordt dat wel duidelijk. Ook op Twitter bleek al snel dat men het auteursrecht eendimensionaal opvat, namelijk ter bescherming van de maker.

Eerst even de feiten. Op literairedebuten.nl, opgezet door uitgever Hans Vervoort, worden, herstel, werden, want de site is uit de lucht, recensies  van literaire debuten door vrijwilligers op het web geplaatst. Doorgaans werden daarbij foto’s van de desbetreffende auteur geplaatst. En daar ging het mis. Ik citeer van de site van de fotografe in kwestie (tzum.nl)  die een rekening stuurde voor het zonder toestemming plaatsen van een door haar gemaakte foto. De fotografe luistert overigens naar de prachtige naam Quintalle Nix, je zou toch haast denken dat dat een pseudoniem is. De argumentatie van Quintalle is als volgt: Daarnaast is degene die gebruik wilt maken van een foto ten alle tijden wettelijk verplicht zelf de maker van de foto te achterhalen en toestemming te vragen voor het gebruik van de foto.’

Heeft de fotografe hier gelijk? Nee, is het antwoord. Ik ga even terug naar mijn beginstelling. De gedachte achter het auteursrecht is het bewaren van het evenwicht tussen het beschermen van de rechthebbende enerzijds en het belang van de vrijheid van informatie anderzijds. Mevrouw Nix wordt beschermd door het auteursrecht. Je mag niet zomaar een foto van haar gebruiken zonder haar toestemming. Vervoort echter wordt eveneens beschermd door de uitzonderingen op het auteursrecht, want die zijn nu juist in het leven geroepen om de vrijheid van informatie te verdedigen. Een van die uitzonderingen op het auteursrecht is het zogenaamde citaatrecht.

Kort gezegd mag (een gedeelte van) een werk worden overgenomen in een ander werk als die overname functioneel en proportioneel is en als de naam van de oorspronkelijke maker en de bron maar wel worden genoemd. Met name de eisen functioneel en proportioneel zorgen voor veel discussie in auteursrecht land en voor veel misverstanden bij de mensen die geen auteursrechtjurist zijn. Wat betekenen deze criteria nu?

Misverstand 1. Een beroep op citaatrecht kan alleen slagen als het citaat noodzakelijk is. Nee, het hoeft slechts functioneel zijn, noodzaak is niet vereist. Misverstand 2. Je moet altijd toestemming vragen aan de maker. Nee, als je aan de voorwaarden voldoet val je buiten de reikwijdte van de auteurswet en is dus toestemming niet nodig. Als nu iedereen even in het oog zou willen houden dat er geen rangorde is in belangen. Er is een groot belang om auteursrechthebbenden te beschermen en er is een even groot belang (evident in het digitale tijdperk) om het vrij verkeer van informatie mogelijk te laten zijn en blijven.

Dus mijn inschatting zou zijn (en omdat het recht geen exacte wetenschap is, kletsen zoveel mensen er zonder verstand van zaken lekker over mee) dat een rechter het gebruik van een foto van de schrijver bij een recensie, mits met vermelding van de naam van de fotograaf, gewoon zou toestaan als een uitzondering op het auteursrecht. Het citaatrecht is niet voor niets uitgevonden.

Visie

Ongehoorzaam

Heel stout ziet onze korpschef Bernard Welten er niet uit. Meer burgerlijk dan ongehoorzaam. Maar toch. Als het boerka- verbod wordt ingevoerd, gaat hij dat wel zijn. Dat verbod gaat hij niet handhaven.

Gelukkig, iemand die zelf nadenkt. Niks befehl ist befehl. De wereld zou een hoop bittere ellende bespaard zijn gebleven als meer mensen op cruciale momenten zelf hadden nagedacht. Hulde dus voor Welten.

Bovendien, laat iedereen die dat wil een boerka aantrekken. Waarom zou een paarse hanenkam op straat wel mogen en een boerka niet? Ik heb vaak genoeg een tram gedeeld met iemand met paars haar. Is toch altijd even schrikken. Niet minder dan een boerka. Sterker nog, een boerka zou wonderen doen. Dan zie je helemaal niks van iemand, laat staan paars haar.  Maar goed, het heldendom van Welten heeft ook zo zijn kanttekeningen.

Allereerst rijst de vraag hoe je burgerlijk ongehoorzaam kunt zijn in de uitvoering van een taak die je helemaal niet als burger verricht maar als politieman. Dat botst nogal.

En hier is Welten gewoon in functie. Als hoofd van de uitvoerende macht die – het woord zegt het al – uitvoert wat de wetgevende macht bedenkt. En natuurlijk, de uitvoerder mag prioriteiten stellen, prioriteitsbesluiten zijn, zeker in dit geval, heel goed te billijken. Maar daar heeft Welten het niet over, hij heeft het over principiële gronden waarop hij niet wil handhaven. Hij is het er gewoon niet mee eens.

Tsja, inderdaad, de wetgever bedenkt weleens een regel waar je het niet mee eens bent. Dat herkennen we allemaal. En we neigen ernaar om die regels die we echt drie keer knudde vinden te ontlopen. De politie zorgt er voor dat we niet al teveel zelf gaan kiezen wat we wel en wat we niet een okay regel vinden en daarnaar handelen.

Maar als diezelfde politie bij monde van hun hoogste man zelf selectief gaat zijn in acceptatie van de regeltjes, tsja, dan houdt het een beetje op. Prima, maar dan ook niet zeuren dat die andere 16 miljoen Nederlanders ook zelf wel uitmaken wat ze doen.

Visie

Content een commodity?

In de zoektocht naar nieuwe bedrijfsmodellen worden vele waarheden overboord gekieperd en nieuwe waarheden omarmd. Zo lezen wij in de weekoverpeinzing van deze week bij INCT dat nieuws en content een commodity zouden zijn. En met commodity wordt dan bedoeld dat je noch met nieuws noch met content in zijn algemeenheid geld zou kunnen verdienen, maar dat je dat moet verdienen met de service er om heen.

Nu word ik altijd een beetje zenuwachtig van de waarheid. Ik weet nog dat mijn vader mij als kind placht toe te schreeuwen: “spreek de waarheid” en ik dan altijd dacht, wat bedoelt die man toch? Over mijn getormenteerde jeugd zal ik het vandaag niet hebben, maar ik moet zeggen dat het onderwerp “de waarheid” mij prikkelt.

Laten we deze waarheid eens onder de loep nemen. En om dat goed te doen moeten we eerst de oude waarheid onderzoeken. In de nieuwe waarheid (content is tegenwoordig waardeloos) zit een oude gebakken, als volgt: “Content had vroeger waarde. Met andere woorden, vroeger kon je geld verdienen aan de inhoud zelf en was de service er om heen niet relevant”. Dat lijkt mij quatsch. Volgens mij is nu juist heel lang het verdienmodel in de uitgeefwereld geweest: “ik bied u mijn inhoud aan op een zodanige wijze dat u er voor wilt betalen”. Er is inhoud genoeg op de wereld, maar alleen de goede uitgever weet het op de juiste manier bij de consument te krijgen. Een mix van de twee was dus van belang. Ja, het was belangrijk dat de content deugt en ja het was belangrijk dat deze op de juiste manier werd aangeboden. De oude waarheid is dus niet zo eenduidig als die hierboven wordt voorgesteld.

Schakelen we dan nu naar de nieuwe waarheid. Ik geloof er in dat mensen graag hun content op een handige manier krijgen aangereikt. Gemak is een hogere waarde dan gratis. Zie Spofity. Je kunt alle content die er is gratis van het net plukken, maar toch betalen mensen voor Spotify omdat het een service biedt die mensen waarderen. Gaat het dan alleen om de service? Nee, er is veel te doen geweest over zich terugtrekkende muziekmaatschappijen die niet langer toestonden dat hun muziek via Spotify werd aangeboden. Consumenten maakten zich daar zorgen om, ze waren bang voor kwaliteitsverlies.

En dus is alles bij het oude gebleven. Het is van belang dat je de juiste content op de juiste manier levert en dus is daar niets nieuws onder de zon. En toch is er wel iets anders als vroeger. We weten niet langer wat de juiste manier is, omdat er zo godsgruwelijk veel manieren zijn bij gekomen. En dus tekent vandaag de dag met name de goede uitgever, degene die nu de juiste manier vindt om de content aan de man te brengen.

Visie

Youmag

Youtube, youporn, als je er vandaag de dag op het web bij wilt horen, dan begint je naam met You. Voor mijn neefje Younès ligt dus een mooie toekomst in het verschiet. Youmag is een initiatief dat veelbelovend oogt. Het is op dit moment alleen nog beschikbaar in Frankrijk en u moet het zelf even zien: www.youmag.com. Wat is de gedachte? Via een web crawler worden uit meer dan 5000 bronnen artikelen geput over actuele onderwerpen. Vervolgens worden de artikelen op relevantie gescreend door een tiental journalisten. Die schrijven er een korte samenvatting bij en linken de vijf artikelen die de selectie gehaald hebben aan hun samenvatting en bingo, alle relevante informatie in één oogopslag.

Het prettige verschil tussen Youmag en alle andere partijen die informatie op een grote hoop vegen en simpelweg op trefwoord publiceren is natuurlijk die laatste stap. Selectie aan de poort en alleen dat publiceren dat echt relevant is en voldoende niveau heeft. En dan ook nog voorzien van een korte samenvatting die de lezer op weg helpt.

Het verdienmodel voor Youmag is natuurlijk, hoe kan het ook anders, grotendeels gebaseerd op advertentie-inkomsten. Maar er is meer, er wordt ook potentieel geld verdiend door de uitgevers van de desbetreffende tijdschriftartikelen. De gedachte is dat Youmag namens de uitgeverijen ook artikelen in print en /of abonnementen op tijdschriften gaat aanbieden. En op die potentiële verdiensten lift Youmag dan ook weer mee.

Ook al zou het allemaal niets worden met het businessmodel van Youmag in de nabije toekomst, een aantal belangrijke stappen is al gezet. In de eerste plaats is de domeinnaam nu al goud waard zou ik denken. Als je dan toch een initiatief met tijdschriften wilt opzetten, dan is het moeilijk een betere naam te verzinnen dan Youmag. In de tweede plaats zijn blijkbaar financiers al zodanig overtuigd van de mogelijkheden dat er al 4 miljoen op tafel ligt. En in de derde plaats heeft Youmag een potentieel gouden formule in handen om uitgevers van informatie te voorzien. Youmag houdt precies bij op welke artikelen wordt geklikt, wat voor soort informatie blijkbaar populair is en bijvoorbeeld of dat afhangt van opmaak (op rode logo’s wordt veel meer geklikt dan op anders gekleurde, check het logo van Bousie advocatenJ) of woordkeuze.

De ware beauty van het verhaal achter Youmag vind ik echter het volgende. Youmag is in juni (!) van dit jaar gestart en er is nu al 4 miljoen euro (van de benodigde 8 miljoen) opgehaald om het concept uit te rollen naar het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Weet u nog wat u deed in juni van dit jaar? Lag u lui op het strand? Maakte u zich zorgen over uw eigen businessmodel? Deed u wat u de afgelopen 30 jaar al gedaan heeft? Blijkbaar is er vandaag de dag nog steeds de mogelijkheid vanuit het niets een businessmodel uit de grond te stampen dat veelbelovend oogt.

Visie

Reorganiseren is een feest

De meest gelezen artikelen in Boekblad de afgelopen weken waren artikelen over diverse reorganisaties. Reorganisaties bij niet de minsten in het boekenvak. Zo lazen we over Paagman, Podium en over Mo’Media. Stuk voor stuk bedrijven die voorop lopen in de strijd om het boek. Blijkbaar hebben collega’s erg veel aandacht voor die reorganisaties en als ik goed om me heen hoor, dan is die aandacht ingegeven door het gevoel van naderend onheil. Als er zelfs bij vooruitstrevende partijen als deze al wordt gereorganiseerd dan gaat het slecht met het vak.

Laat ik voorop stellen dat het voor de mensen die het treft een drama is. En dan heb ik het niet over de ondernemers, maar over de werknemers. Je zult er maar uitgeknikkerd worden. Wat de redengeving ook is, je wordt er uitgegooid en dat is voor mensen vaak een persoonlijke tragedie. Als ik roep dat reorganiseren een feest is, dan doel ik dus niet op deze schaduwzijde van het feest. Met mensen die dit treft heb ik te doen.

Waarom dan toch een feest? Omdat reorganiseren onontkoombaar is voor wie mee wil in de vaart der volkeren.

Verhalen werden in vroeger tijden voor(t)gedragen door een bard. Een rondreizende verhalenverteller die in ruil voor een homp brood en een slok wijn de mooiste verhalen vertelde. Verhalen werden voor de eeuwigheid bewaard door monniken die jarenlang schreven aan één enkele kopie van een manuscript. En toen kwam de boekdrukkunst en daarmee ontwikkelde zich een heuse branche, van uitgevers en verkopers. Ondernemingen werden opgericht, mensen in dienst genomen, bedrijfsmiddelen aangeschaft en bedrijfsplannen ontwikkeld. Es war einmal.

En nu verandert de wereld. Niet alleen is de drager van het verhaal, het boek, niet meer zaligmakend, maar ook verandert het gedrag van mensen. Ze lezen meer maar korter (tweets, mails, facebook, en Linked-In in plaats van romans en verhalen). Daarnaast verandert het bestedingspatroon. Voor jongeren is beltegoed belangrijker dan tekst, film of muziek. Dus kan het niet anders of de wereld van het boekenvak verandert mee. Het zou pas slecht nieuws zijn als in deze tijd de kolommen van Boekblad niet bol stonden van de reorganisaties. Het volume van de verkoop van het boek als drager neemt af. Het volume van het verhaal als digitaal bestand neemt toe en dus kan het niet anders of de bedrijfsmodellen moeten op de schop.

Dus is het niet alleen een wetmatigheid dat er wordt gereorganiseerd, maar is het zelfs goed nieuws. Het geeft aan dat de branche de vinger aan de pols heeft. Een schrale troost voor hen die het veld moeten ruimen, maar reorganiseren moet.

Visie

Boekenvakkers en toegevoegde waarde

Wat heb ik eigenlijk aan een uitgever? Een verzuchting die menig auteur dezer dagen slaakt. Hoe makkelijk is het niet zelf je boek online te zetten via Amazon en dan maar wachten tot de royalty’s je als gebraden duiven in de mond vliegen. Amazon is in die opvatting het equivalent van het hiernamaals voor de gemiddelde martelaar, alleen tekent die niet voor gebraden duiven (zijn duiven eigenlijk halal?) maar voor een kudde maagden.

Deze verzuchting werd alom geslaakt bij een bijeenkomst vorige week van de Amsterdamse Academische Club (AAC) met als thema “de toekomst van het boek”. Aan schoven the usual suspects, oa Joost Nijsen, Fabian Paagman en Bob van Duuren, onder leiding van Christiaan Alberdingk Thijm (CAT), die er, zoals we dat van hem kennen, een mooie catshow van maakte.

We weten allemaal dat we niet weten wat de toekomst brengt. Dat maakt natuurlijk ruimte voor gedragen bullshit en zo geschiedde. Dit keer werd de onzin niet gedebiteerd door uitgevers of boekverkopers, maar door het publiek, voor een groot gedeelte bestaande uit auteurs.  Breed gedragen leek de opinie van vele aanwezige auteurs bij het AAC dat uitgevers er eigenlijk niet meer zo toe doen en boekhandels eigenlijk ook niet. Een schrijfster verwoordde het als volgt. Ik leg mijn boek gewoon bij Bol.com, die hebben tenminste alle boeken op voorraad en dan gebeurt er meer dan bij de gemiddelde uitgever en boekhandel. Joost Nijsen probeerde vriendelijk zijn meerwaarde uit te leggen, auteurs zijn immers voor een uitgever gewoon handel, dus om zo iemand nu meteen voor domme koe uit te maken gaat ook een beetje ver.

Paagman ging een stapje verder, hij noemde de schrijfster in kwestie “niet helemaal goed geïnformeerd”, dat is Haags voor “domme koe”. Immers wist de schrijfster niet dat Bol geen voorraad houdt en dat de boeken die Bol levert net zo makkelijk door alle boekhandels in Nederland met een site (zo’n zevenhonderd in getal volgens Paagman) geleverd kunnen worden? De schrijfster leek het niet uit te maken. Bol is gewoon makkelijker punt (com). Met een machtige armbeweging werden alle boekhandels met de grond gelijk gemaakt. Ook voor de uitgevers hadden de aanwezige auteurs weinig goeds over. Met uitgevers maakte je toch alleen maar ruzie. Uitgevers verdienen veel te veel geld en je kunt tegenwoordig alles zelf.

Ik stond aan de zijlijn en keek toe. Af en toe werd ik om commentaar gevraagd wat ik dan vanzelfsprekend uiterst genuanceerd leverde (u kent mij), maar diep in mijn hart voelde ik een ongekende woede opborrelen. Waarom niet mijn machinegeweer tevoorschijn gehaald en het hele schrijversvolkje neergeschoten? Waarom niet op die manier een einde gemaakt aan de eindeloze kortzichtigheid die werd geëtaleerd? Waarom niet gewoon gezegd tegen de schrijfster in kwestie dat ze een domme koe was?

Boekenvakkers zijn bang voor schrijvers. Zonder schrijvers immers geen boeken! Schrijvers zijn heilig. En dus wordt onzin door schrijvers gedebiteerd, toch geslikt. Ik zeg boycotten die bende. Gewoon een tijdje niet uitgeven. Iedereen weet immers dat er wanstaltig veel geld verdiend wordt door uitgevers en boekverkopers, dus die kunnen het wel even uitzingen. Ik roep bij deze op tot een boycot van drie maanden (lekker de winter door). We geven geen boek meer uit en we verkopen ze ook niet meer. Laat ze maar lekker zelf proberen. Eigen boekjes schrijven zonder redactie. Lekker onderhandelen met de drukker, met de bakfiets lekker rondrijden om de boekjes af te leveren bij de mensen thuis. Marketing is zo overschat, gewoon hard schreeuwen op de Dam dat je een schrijver bent en aandacht is gegarandeerd.

En wat doen de boekenvakkers in die tijd? Die gaan lekker op vakantie. En wat doen ze op vakantie? Ze schrijven natuurlijk gewoon een boek, want het schrijven van een boek kan iedereen. Duh…gewoon gaan zitten en schrijven.

Visie

Email effectiever dan social media

Waar zouden we toch zijn zonder Forrester research. Zowel in de muziekbranche als in de boekenbranche hamer ik altijd op nut en noodzaak van fundamenteel onderzoek. Zo heerste in de muziekbranche jarenlang het idee (en bij sommigen leeft dat idee nog steeds) dat teruglopende omzetten in de platenhandel het rechtstreekse gevolg was van downloaden. Forrester heeft aan dit fabeltje al eens een einde gemaakt door dat eenvoudig weg te onderzoeken. En wat bleek (is inmiddels ook uit ander onderzoek gebleken), de gemiddelde heavy downloader is ook een heavy buyer van muziek. Uit een ander onderzoek bleek dat in huishoudens in de Verenigde Staten met een internetverbinding en zonder internetverbinding geen significant verschil bleek te zijn tussen de teruglopende aanschaffen van muziekdragers. Tegelijkertijd nam concertbezoek toe (dat is ook muziekconsumptie) en kan een ieder met kids constateren dat voor kinderen het allerbelangrijkst is dat ze beltegoed hebben. Al het andere, muziek of lezen, is minder relevant. Kortom, na jaren van strijd tegen de downloadende consument, door dagvaardingen en beveiligingen is nu het besef aan het doordringen dat het vooral moet gaan om het faciliteren van toegang (Spotify).

Nu blijkt dan uit onderzoek van Forrester dat er nauwelijks een koopopwekkend effect uit gaat van de inzet van social media. Mensen vinden het reuze gezellig om op de Facebookpagina van Unilever rond te banjeren, maar gaan er echt niet meer Becel door kopen. Veel effectiever is de inzet van direct mail. Ja, dat haalt je de koekoek. Natuurlijk is rechtstreeks aangesproken worden veel effectiever dan indirect. Als ik op een facebookpagina lees dat iemand “ van mensen houdt”, vat ik dat ook heel anders op dan als iemand mij een mailtje stuurt dat ze (bij voorkeur een ze) van mij houdt. Je kunt hier natuurlijk nog niet direct de conclusie uit trekken dat tegenwoordigheid van een merk op Facebook zinloos is, maar in ieder geval wel dat het effect niet per se groot hoeft te zijn. Ik vind het persoonlijk hoogst komisch dat alle mogelijke bedrijven zogenaamde social media strategieën ontwikkelen. Ze hebben het idee dat ze met hun tijd mee moeten gaan. Ik vind het nog hilarischer dat zich hele volksstammen consultants melden die het gemiddelde bedrijf wel eens even zullen uitleggen hoe ze met social media moeten omgaan. Handel in onzekerheid. Onzekerheid is de bodem van vele soorten handel. Die in geloof, verzekeringen en juridisch advies bijvoorbeeld. Wat kunnen we hier nu uit leren? Dat als je doel is het genereren van directe verkoop je beter geen tijd en geld kunt besteden aan social media. En dat lijkt me een wijze les.

Visie

The Pirate Bay: The Story Continues

Piraterijbestrijder BREIN lijnrecht tegenover providers

In mijn vorige bijdrage voor Muziekwereld heb ik een opmaat gegeven naar het strijdtoneel waarop piraterijbestrijder BREIN en een aantal internet providers zich momenteel bevinden. Aanleiding voor deze principiële juridische strijd is de inmiddels door talloze rechters onwettig geoordeelde activiteiten van The Pirate Bay. In deze bijdrage ga ik in op de belangrijkste door de internet providers in stelling gebrachte argumenten teneinde de door BREIN gevorderde blokkade van de website(s) van The Pirate Bay en daaraan gekoppelde domeinnamen te voorkomen. Gemakshalve laat ik daarbij de nadien separaat gevoerde procedures over het al dan niet toestaan van zogeheten proxies[1] buiten beschouwing. Het gaat vooralsnog om drie uitspraken in procedures waarin BREIN vanwege de ongeoorloofde activiteiten van The Pirate Bay principieel tegenover de providers is komen te staan: een kort geding vonnis van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag van 19 juli 2010[2], een bodemvonnis van de Rechtbank Den Haag van 11 januari 2012[3] en tot slot een kort geding vonnis van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag van 10 mei 2012[4]. In alle zaken vordert BREIN een door de providers uit te voeren blokkade van de website(s) vanThe Pirate Bay en daaraan gekoppelde domeinnamen met als beoogd gevolg dat hun abonnees geen toegang meer kunnen krijgen tot The Pirate Bay. Uitgangspunt daarbij is dat niet (meer) ter discussie staat dat de activiteiten van The Pirate Bay onwettig zijn.

Eerste kort geding: blokkade afgewezen 
De vordering van BREIN tot blokkering van de website(s) van The Pirate Bay en daaraan gekoppelde domeinnamen leed schipbreuk in het eerste kort geding waarin de rechter op 19 juli 2010 uitspraak deed. In dit kort geding stond BREIN tegenover de providers Ziggo en XS4ALL. BREIN had juist Ziggo uitgekozen omdat zij in Nederland de grootste provider van kabelinternet was met de hoogste downloadsnelheid. Ziggo oogstte bijval van XS4ALL die zich om principiële redenen voegde aan de zijde van Ziggo om zich ook te kunnen verweren tegen de door BREIN gewenste blokkade.   De door BREIN gewenste blokkade is gebaseerd op de stelling dat de providers gezien moeten worden als “tussenpersonen” als bedoeld in artikel 26d Auteurswet (Aw) en artikel 15e Wet op de naburige rechten (Wnr). Het gaat dan om tussenpersonen wiens diensten door derden worden gebruikt – lees: misbruikt – om inbreuk op andermans auteursrechten en/of naburige rechten te maken. Denk aan muziekauteurs, publishers, labels en uitvoerende kunstenaars. Op vordering van de rechthebbende(n) kan de rechter deze tussenpersoon bevelen zijn diensten te staken. De redenering van BREIN is dat de abonnees van de providers de “derden” zijn die met behulp van de diensten van de providers – zijnde de “tussenpersonen” – de inbreuken plegen. Het is volgens de rechter mogelijk om deze tussenpersonen zelfstandig aan te spreken, dus los van inbreukbron The Pirate Bay.    De volgende vraag die de Voorzieningenrechter moest beantwoorden was of de providers zich met succes konden beroepen op de speciale aansprakelijkheidsbeperkingen die via de Europese wetgever in artikel 6:196c van ons Burgerlijk Wetboek (BW) geregeld zijn. De rechter oordeelt van niet nu een rechterlijk stakingsbevel als hier bedoeld ook ingeval van de enkele “doorgifte” van inbreukmakende content aan providers kan worden opgelegd. De op de providers rustende zorgvuldigheidsplicht brengt met zich mee dat via de rechter van hen in alle redelijkheid kan worden verlangd dat zij medewerking verlenen aan maatregelen om onwettige activiteiten tegen te gaan[5].   Niettemin wordt het door BREIN gevraagde stakingsbevel niet toegewezen nu de rechter van oordeel is dat BREIN te kort door de bocht redeneert bij het vaststellen van de inbreuk. Dat The Pirate Bay inbreukmakend en onrechtmatig handelt staat hier vast. Maar dat Ziggo als grootste Nederlandse provider van kabelinternet een substantieel deel van de Nederlandse gebruikers vanThe Pirate Bay tot haar abonneebestand zou mogen rekenen, blijkt volgens de rechter niet uit de door BREIN getoonde steekproeven. Sterker, de rechter overweegt dat van het overgrote deel van abonnees van Ziggo niet is komen vast te staan dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan onwettige activiteiten. In kort geding is dan geen plaats voor de door BREIN gevorderde verstrekkende maatregelen. De rechter overweegt daarnaast dat BREIN ook minder verstrekkende maatregelen tot haar beschikking heeft, zoals het bij de providers opvragen van NAW-gegevens van abonnees die zich via The Pirate Bay schuldig maken aan onwettige activiteiten.

Bodemprocedure: blokkade toegewezen
BREIN startte vervolgens tegen de providers een bodemprocedure bij de Rechtbank Den Haag. In zo’n procedure bestaat meer ruimte om in te gaan op het bewijsmateriaal, zoals door BREIN overgelegde onderzoeksrapporten van TNO. Aan de hand van de door BREIN overgelegde resultaten komt de bodemrechter feitelijk tot de vaststelling dat circa 90% tot 95% van de zogeheten torrents die via The Pirate Bay worden aangeboden, illegaal is. De bodemrechter stelt verder vast dat circa 30% van de abonnees van Ziggo en 4,5% van de abonnees van XS4ALL zich schuldig hebben gemaakt aan het downloaden van illegale content. Nu volgens de rechter ook vaststaat dat The Pirate Bayfeitelijk alleen maar werkt als haar gebruikers steeds het principe “downloaden is uploaden” aanhangen, staat vast dat genoemde percentages abonnees zich schuldig hebben gemaakt aan inbreuk op auteurs- en naburige rechten.   Gelijk de Voorzieningenrechter oordeelt de bodemrechter dat de providers “tussenpersonen” zijn van wie de internettoegang misbruikt wordt door anderen[6] en dat niet nodig is dat deze tussenpersonen zich ook zelf schuldig maken aan onwettige activiteiten. Dit maakt volgens de rechter dat de gevorderde blokkade aan de providers kan worden opgelegd, ook in relatie tot toekomstige inbreuken[7].  Alvorens de door BREIN gevorderde blokkade te kunnen toewijzen, gaat de bodemrechter eerst nog na of hiermee een juist evenwicht verzekerd wordt tussen de belangen van de rechthebbenden en die van abonnees[8]. De rechter toetst de gevraagde maatregel daarbij aan het vereiste van subsidiariteit. Hieraan is volgens de rechter voldaan omdat uit talloze procedures blijkt dat de activiteiten van The Pirate Bay onwettig zijn maar ondanks allerlei rechterlijke veroordelingen nog steeds voortgezet worden. Dit maakt dat de schade voor de rechthebbenden evident is. Verder speelt mee dat BREIN niet alleen tegen The Pirate Bay optreedt maar ook tegen andere commerciële uploaders. Dat hier terughoudendheid op zijn plaats is bij de gevraagde toewijzing van de blokkade van The Pirate Bay omdat deze mede tot gevolg heeft dat abonnees van de providers geen toegang (meer) tot legale content zullen hebben en ook die abonnees treft die tot op heden géén inbreuk hebben gepleegd, maakt dit niet anders aldus de Rechtbank.   Vervolgens toetst de rechter nog aan het vereiste van proportionaliteit, in het kader waarvan de belangen van de providers worden meegewogen. Uitgangspunt is hier volgens de Rechtbank dat het technisch gezien voor de providers vrij eenvoudig is om de gevorderde toegangsblokkade uit te voeren, en dat de hiervoor benodigde organisatorische efforts en bijbehorende kosten voor de providers binnen de perken blijven. Het belang van de providers ter bescherming van de vrijheid van ondernemerschap moet wijken voor het belang van de auteurs- en nabuurrechthebbenden, aldus de Rechtbank. Het argument van de providers dat de blokkade van The Pirate Bay niet effectief en daardoor disproportioneel zou zijn, wordt eveneens verworpen.   Het principiële argument van de providers dat de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen in het gedrang is, vindt evenmin genade bij de Rechtbank. De door BREIN gevorderde toegangsblokkade oordeelt de rechter in deze context als noodzakelijk in een democratische samenleving ter bescherming van auteursrechten en naburige rechten van anderen. De blokkade voldoet volgens de rechter ook aan het principe van due process: er is sprake van een voorafgaande, eerlijke en onpartijdige gerechtelijke (bodem)procedure. Het is daarvoor niet nodig dat de abonnees procespartij zijn.   De Rechtbank oordeelt verder dat de gevorderde blokkade voor de providers geen vorm van actief toezicht is die in strijd zou kunnen komen met Europees recht[9]. Voor deze blokkade is niet vereist dat de providers alle gegevens van hun abonnees controleren. Bovendien ziet de blokkade uitsluitend toe op The Pirate Bay. Gelijk de Voorzieningenrechter oordeelt de Rechtbank dat de wettelijke aansprakelijkheidsbeperkingen van artikel 6:196c BW niet kunnen voorkomen dat de blokkade tegen de providers wordt toegewezen. Resultaat: de providers moeten op bevel van de rechter tot blokkering van de toegang van hun abonnees tot The Pirate Bay overgaan.

Tweede kort geding: blokkade toegewezen
Met deze overwinning uit de bodemprocedure tegen Ziggo en XS4ALL in de hand schreef BREIN ook andere providers aan. De kiem voor een kort geding tegen UPC, KPN, T-Mobile en Tele2 was gelegd. Op 10 mei 2012 oordeelde de Haagse Voorzieningenrechter dat ook deze providers de toegang tot The Pirate Bay moesten blokkeren. En hoewel de uitspraak in de bodemprocedure niet bindend is voor genoemde providers, speelt mee dat deze uitspraak een belangrijke rol speelt bij de behandeling van dit kort geding. Het is ook daarom dat de providers zich geconcentreerd hebben op die punten die naar hun mening onvoldoende uit de verf zijn gekomen in de bodemprocedure.   Tevergeefs. De Voorzieningenrechter stelt aan de hand van de cijfers van BREIN feitelijk vast dat de omvang van de via The Pirate Bay gepleegde inbreuken fors is en dat het percentage abonnees dat zich aan deze inbreuken schuldig heeft gemaakt correspondeert met genoemde percentages van Ziggo en XS4ALL. Kanttekeningen van de providers bij de effectiviteit van de toegangsblokkade verwerpt de Voorzieningenrechter met de overweging dat BREIN voldoende heeft aangetoond dat zij ook andere inbreukmakers – zoals aanbieders van proxies – bestrijdt. Volgens de rechter heeft BREIN ook genoegzaam aangetoond dat vergelijkbare toegangsblokkades zouden leiden tot significante afname van het aantal bezoekers van The Pirate Bay, ondanks het bestaan van omzeilingstechnieken. Van preventieve censuur of onevenredige aantasting van de privacy van abonnees is evenmin sprake, aldus de Voorzieningenrechter. Na verwerping van de overige reeds in de bodemprocedure aangevoerde argumenten, wordt de toegangsblokkade toegewezen.

Voortgang
Er loopt momenteel in ieder geval hoger beroep in de bodemprocedure. Bovendien mengt ook de politiek zich weer in de discussie over de wenselijkheid van blokkades van toegang tot zoiets als The Pirate Bay. Het laatste woord hierover is aldus nog niet gesproken. Tot die tijd deel ik het door sommigen[10] rondom deze zaak geuite cynisme: de naar mijn mening in het algemeen goed verdedigbare principiële argumenten van de providers worden als het ware gewogen en beoordeeld in de “verkeerde” zaak als gevolg waarvan in de jurisprudentie gevaarlijke precedenten kunnen ontstaan. Nu het op voorhand duidelijk is dat van The Pirate Bay weinig goeds te verwachten valt – zie de eerdere veroordelingen – lopen de providers aan tegen wat ook wel “de onderbuik” van de rechter genoemd wordt. Het gaat dan om de natuurlijke neiging van een rechter om de reeds onwettig geoordeelde activiteiten van The Pirate Bay linksom of rechtsom een halt toe te roepen. Het was beter geweest als deze zaak gegaan was over een toegangsblokkade tot iets waarvan op voorhand nog niet uitgemaakt was dat het over de hele linie onwettig was[11]. Naar mijn mening zouden de door de providers aangedragen principiële argumenten dan veel beter tot hun recht kunnen komen en voor de jurisprudentie pas echt tot een landmark case kunnen leiden. Niettemin moeten zij natuurlijk nu roeien met de riemen die BREIN ze heeft aangereikt: de kwestie van The Pirate Bay.


[1] Een proxy laat zich in dit verband kort gezegd omschrijven als een middel of faciliteit waarmee technisch gezien een internetblokkade omzeild zou kunnen worden. Zie bijvoorbeeld: Vzr. Rb. Den Haag 10 mei 2012, IEPT20120510 (Piratenpartij/BREIN).
[2] Vzr. Rb. Den Haag 19 juli 2010, LJN: BN1414 (BREIN/Ziggo cs.).
[3] Rb. Den Haag 11 januari 2012, IEPT20120111 (BREIN/Ziggo c.s.).
[4] Vzr. Rb. Den Haag 10 mei 2012, IEPT20120510 (BREIN/UPC c.s.).
[5] Zie ook HR 25 november 2005, LJN: AU4019 (Lycos/Pessers).
[6] Zie ook HvJ EU 19 februari 2009, zaak C-557/07,IEPT20090219 (LSG-Tele2).
[7] In lijn met HvJ EU 12 juli 2011, zaak C-324/09, LJN: BR3605 (L’Oréal-eBay).
[8] Aldus ook HvJ EU 24 november 2011, zaak C-70/10, IEPT20111124 (Sabam/Scarlet).
[9] Richtlijn 2000/31/EG van 8 juni 2000 inzake de elektronische handel.
[10] Zie onder andere de blog van Arnoud Engelfriet: “Een cynisch stukje piratenbaaifrustratie”, 14 mei 2012 (iusmentis.com).
[11] Zo speelde in Amerika in de jaren ’80 van de vorige eeuw eenlandmark case over de vraag of het op de markt brengen van videorecorders inbreuk maakte op de rechten van de entertainment industrie. Met de wijsheid van nu oordeelde de rechter zeer verstandig door groen licht te geven voor de videorecorder; Sony vs. Universal cs., 464 U.S. 417 (ook wel het Betamax arrest genoemd).

Visie

Facebook aansprakelijk voor Haren-feest

De 15-jarige Merthe uit Haren besluit een “sweet sixteen” feestje te geven. En hoe doe je dat vandaag de dag? Je maakt een event aan op Facebook en nodigt je vrienden uit. Helaas vergeet Merthe een vinkje uit te zetten bij het uitnodigen en dus nodigden haar genodigden hun vrienden uit. Voor ze het wist zijn er 150.000 mensen uitgenodigd en wordt een chaos verwacht bij haar thuis. De politie zet de straten af en iedereen wacht op de tsunami aan feestgangers die het stille Haren gaan bestormen.

Slechts bij juristen kan de vraag op komen of Facebook niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de schade. Ik denk dat die kans er zeker is. De vraag die beantwoord moet worden is de vraag of Facebook onrechtmatig heeft gehandeld. En deze vorm van onrechtmatig handelen noemen we “gevaarzetting”.

Al in 1965 oordeelde de Hoge Raad in het zogenaamde “Kelderluikarrest” dat een gedraging onrechtmatig kan zijn als er sprake is van gevaarzetting. Het ging in dit geval om een medewerker van Coca Cola die kratten cola naar binnen sjouwde in een kroeg en daarbij het luik open liet staan. Overigens heette de man in kwestie, ongelogen, Sjouwerman. U raadt al wat er gebeurde, een bezoeker schommelde beschonken de gang in, zag het kelderluik over het hoofd en stortte naar beneden.

De juridische vraag of er sprake is van gevaarzetting en daarmee een onrechtmatige daad, beantwoordt de Hoge Raad als volgt. Gelet dient te worden op:

  1. de mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden verwacht;
  2. de kans dat daaruit ongevallen ontstaan;
  3. de ernst van de mogelijke gevolgen, en op;
  4. de mate van bezwaarlijkheid van te nemen veiligheidsmaatregelen

Nemen we nu de Facebook-actie en lopen we het lijstje even af.

Als je een event wilt aanmaken op Facebook moet je op enig moment zelf aangeven of het event public, private of invite only is. En als je nietsvermoedend invite only aanklikt moet je echter nog wel even blijven opletten, je moet namelijk het vinkje UIT zetten waarin staat dat gasten hun vrienden kunnen uitnodigen. Daarmee is in mijn ogen aan het eerste vereiste voldaan. Een oplettend iemand ziet de keuze tussen de eerste drie opties. Maar een normaal oplettend iemand hoeft niet te verwachten dat er dan ook nog expliciet moet worden aangegeven dat invites only hun vrienden niet mogen uitnodigen.

De kans dat ongevallen ontstaan is groot, nu bekend is dat dit soort “per ongeluk” events in bijvoorbeeld Duitsland al tot chaotische taferelen hebben geleid, aan voorwaarde twee is voldaan. Ook aan voorwaarde drie omdat de gevolgen, ongelukken, schade etc. ernstig kunnen zijn.

Tot slot voorwaarde vier. Had Facebook dit eenvoudig kunnen voorkomen? Ja, het enige wat Facebook immers had moeten doen is de standaard instelling dat invites only hun vrienden mogen uitnodigen uit zetten in plaats van aan. Dat zij dat nog niet gedaan heeft, zelfs nadat het een aantal keren met dit soort feestjes mis is gegaan, lijkt me verwijtbaar.

Mocht de burgemeester van Haren aan dagvaarden willen denken, dan bij deze: “you, my friend, make you special price”.

Visie

Lemniscaat betaalt je voorraad

Een nieuw initiatief van kinderboekenuitgeverij Lemniscaat doet heel wat stof opwaaien. Lemniscaat, aldus haar directeur Boele van Hensbroek, stelt voor haar voorraad bij de boekhandel te financieren. Iedere boekhandel die mee doet krijgt de boeken van Lemniscaat gratis op voorraad en hoeft pas te betalen bij verkoop van een exemplaar. Op die manier hoeft de boekhandelaar geen geld vrij te maken om in te kopen.

Dit plan stuit op scepsis en op applaus. Ik bevind mij allereerst onder het enthousiaste publiek, maar zie ook wel wat beren op de weg. Allereerst is het een typische Boele van Hensbroek move. Gewoon tegen de stroom in roeien. Hoe meer tegenwind hoe beter en de trends en angsten van het vak langs de rug naar beneden laten glijden. Dat onafhankelijke gedrag mag ik wel. No nuts, no glory. Het initiatief van Lemniscaat heeft in ieder geval al navolging gekregen. Uitgeverij Marmer kondigt aan te gaan proberen haar beststellers op die manier in de winkel te krijgen. Dus een wat uitgeklede versie van het voorstel van Lemniscaat. Hulde voor elk idee dat beweging geeft.

Wat zijn de mogelijke beren dan? Allereerst is een initiatief als dit voorbehouden aan sommige uitgevers en niet alle boekverkopers. Niet elke uitgever kan op deze manier zijn fonds in de winkel duwen. Stel je maar voor dat Unieboek|Spectrum dit zou doen, dan puilt de gemiddelde winkel meteen uit zijn winkelpui. Deze mogelijkheid lijkt voorbehouden aan niche-uitgevers die een beperkt fonds leverbaar hebben.

Het spiegelbeeldige geldt voor de boekhandel. Als ik een gespecialiseerde kinderboekenwinkel heb, zou ik dit idee met beide handen omarmen. Immers dan heb ik, als het goed is, sowieso een groot deel van het fonds van Lemniscaat op voorraad. Maar voor de boekverkoper die “ook” kinderboeken verkoopt is het idee al bijna onhaalbaar. Ga je dan opeens alle boeken van Lemniscaat in voorraad nemen, dan worden je kinderboeken opeens navenant belangrijker. En aangezien de ruimte in elke boekhandel per definitie beperkt is, kan dat betekenen dat je een potentieel goed lopend kookboek inruilt voor een slecht lopend kinderboek. Dat zou financieel dus nog wel eens nadelig kunnen uitpakken. Nog afgezien van het feit dat er veel boekverkopers zijn die minstens zo eigenwijs zijn als Boele van Hensbroek en dus niet door een uitgever hun assortiment laten samen stellen.

Per saldo zou echter het lawaai van het applaus de beren moeten afschrikken. Het initiatief verdient een open doekje en elke boekhandelaar kan voor zichzelf beslissen of het voor zijn of haar winkel interessant is of niet.

Visie

Bol verkoopt Jimmink

Voor iemand die het boekenvak niet kent is de kop: “Bol verkoopt Jimmink”, onbegrijpelijk. Maar ook voor doorgewinterde boekenvakkers is er blijkbaar iets raars met deze mededeling.

Wat was er aan de hand. Paginagroot achter op Boekblad Magazine lijkt een advertentie van Jimmink te staan. Met prominent in beeld, op het eerste gezicht een foto van de etalage van Uitgeverij en Boekhandel Jimmink B.V.. Wie beter kijkt ziet dat de etalage eigenlijk de afbeelding is van een tablet, met daarop een afbeelding van de homepage van Bol.com. De tekst onder de afbeelding spreekt boekdelen: “3 Miljoen extra klanten? Zet uw producten óók bij bol.com in de etalage”. Bol legt uit dat winkeliers bij haar ook hun eigen artikelen kunnen aanbieden. De winkelier bepaalt de prijs, Bol zorgt voor ruimte op haar site en zodra er wordt verkocht rekent de winkelier met Bol een bedragje af. Zo heeft Bol meer bereik en Jimmink een breder aanbod. Ik zou bijna zeggen, goeie actie van Bol, als dat al niet de slogan van Pearle was.

Je zou verwachten dat deze mogelijkheid, hoe onverwacht ook, breed zou worden omarmd in het boekenvak. Als een hardcore boekenvakker als Jimmink al om is, wie zou er dan nog achter moeten blijven. Niets blijkt echter minder waar. De aankondiging van deze advertentie in de redactionele kolommen van Boekblad wordt ontsierd door een zure reactie van een uitgever. Zij meldt dat dit nu juist de uitgelezen mogelijkheid is “voor zogenaamde tweedehands verkopers”om onder de vaste boekenprijs uit te komen.

Het is ook nooit goed. Al jaren klagen boekenvakkers steen en been over de macht van Bol. Zoals er voorheen werd geklaagd over het branchevreemde V&D en er altijd gemopperd wordt als er iets nieuws gebeurt. Stelt nota bene Bol haar deuren open voor de concurrentie (smart move zou ik zeggen), krijg je zo’n reactie.

Natuurlijk bestaat de mogelijkheid dat zogenaamde tweedehands boekverkopers hun nieuwe boeken als zogenaamde tweedehands verkopen en dan lekker onder de prijs gaan zitten. Maar wie zijn dan die zogenaamde verkopers waar de uitgever over mekkert? Is het niet al sinds jaar en dag schering en inslag in het boekenvak, dat bij uitverkopen gewoon nieuwe boeken worden weggefrommeld, die dan zwaar onder de prijs verkocht worden? Daar maken zich heel gerenommeerde winkels schuldig aan. Het zogenaamde zwarte streepje op de zijkant van het boek om aan te geven dat het “gebruikt”is, is usance in het boekenvak.

En dus zeurt de uitgeefster op het verkeerde podium. Natuurlijk is het niet de bedoeling dat nieuw onder de prijs wordt verkocht, onder het mom van tweedehands. Maar het is raar om met dat verwijt te komen op het moment dat Bol en Jimmink laten zien dat er leven is na Bol. Dat samenwerken met wat je lang als je grootste concurrent en nachtmerrie hebt gezien zo maar voordelig kan zijn. Zure mensen moeten weg, zure mensen moeten weg, zure mensen staan alleen maar in de weg.

Visie

Uitgeverijen zijn zwakke merken

Volgens “merkadviseur” Hendrik Beerda wordt het hoog tijd dat uitgeverijen hun merk gaan versterken. Hij is er verbaasd over dat uitgeverijen zo weinig aandacht besteden aan het positioneren van hun merk en vindt dat met name riskant omdat schrijvers tegenwoordig nogal makkelijk overstappen. Ahum. Bij het lezen van dit soort waarheden gaat het bij mij altijd een beetje kriebelen. Who the hack is Hendrik Beerda? Googlen levert op dat Hendrik Beerda zelfstandig merkadviseur is met een “vast team van specialisten”om zich heen. Daar worden we niet zo veel wijzer van. Mij lijkt dat Beerda aan zijn merk tracht te bouwen door zich enerzijds te afficheren onder zijn eigen naam, dat suggereert een persoonlijke aanpak) en anderzijds door te schermen met het vaste team van specialisten. Met andere woorden, het “wij-“gevoel van Beerda cs suggereert dat “ze”met z’n allen een flinke klus aan kunnen. Ik vraag me dan af als het toch een vast team is waarom die mensen dan niet met naam en toenaam op de site van Beerda vermeld staan, maar dat terzijde.

Dan de boodschap. Ik ben het zonder meer eens met het feit dat uitgeverijen over het algemeen een zwak merk hebben. Wie buiten het boekenvak kent Ambo Anthos of Prometheus? Niemand toch. Maar is het nodig een sterk merk te zijn als uitgever? Ambo is uitgever van Keuls, Kundera en Koch, om maar even bij de K te blijven. Dat zijn stuk voor stuk sterke merken. Merken die mede zijn gebouwd door de inspanningen van Ambo. Dus ze kunnen het wel bij Ambo. Waarom dan niet aan hun eigen merk gewerkt? De vraag is natuurlijk of een willekeurige lezer een boek zou kopen als hij of zij wist dat het bij Ambo zou zijn uitgegeven. Ik ben bang dat dat weinig zou helpen. Laat ik eens een volledig, niet pretentieus (dit laat zich dus niet zo maar extrapoleren tot de waarheid) zelfonderzoek doen. Ik ken veel Nederlandse uitgeverijen, ik ken hun fonds en hun beleid. Toch zal zelfs ik in eerste instantie af gaan op de marketing van boeken of schrijvers. Neem het boek “de 100-jarige man die uit het raam klom en verdween”. Ik ben het boek van Jonasson nu aan het lezen en ik vind het hilarisch (een absolute aanrader). Maar ik heb zojuist moeten vaststellen dat ik niet wist dat het door AW Bruna Uitgevers B.V. is uitgegeven (ook maar even gegoogled). Nu ken ik verschillende mensen bij Bruna goed tot zeer goed, maar toch had het me weinig uitgemaakt of ik had geweten dat het boek door Bruna was uitgegeven. Bruna geeft bijvoorbeeld ook Baldacci uit zie ik nu, door wiens boeken ik me niet heen kan slaan.  Ook die wetenschap maakt me niet uit voor het welbevinden bij het lezen van “de 100-jarige”. Zeker bij uitgevers die een divers fonds voeren, neem een Bruna of een Unieboek, lijkt het me onbegonnen werk en overigens volslagen zinloos om geld uit te gaan geven om hun merk te versterken.

Tot slot dan de waarschuwing van Beerda dat uitgeverijen kwetsbaar zijn omdat hun schrijvers zo maar kunnen weglopen. Ik zie in de praktijk dat het inderdaad meer usance is dan vroeger voor schrijvers om vreemd te gaan. Ik heb met de regelmaat van de klok uitgevers aan de lijn die hetzij boos zijn omdat hun schrijver weg loopt, hetzij advies willen hoe ze een overgelopen auteur zonder veel problemen in hun fonds kunnen opnemen. Mijn advies is simpel. Het onderhouden van een relatie met een auteur is als het onderhouden van een real life relatie. Zo lang er liefde is, houdt de relatie stand. Is de liefde over, dan kun je altijd nog bij elkaar blijven vanwege de kinderen. Lukt zelfs dat niet meer, dan is het goed om zorgvuldig vooraf geregeld te hebben hoe je uit elkaar gaat. Wie zorgt er voor de kinderen? Wie betaalt aan wie? Etc. Kortom, een uitgever doet er wijs aan in een contract vast te leggen of en hoe een auteur weg kan. En zo preek ik, Hans Bousie voorzien van een vast team van specialisten, dan ten slotte ook voor eigen parochie. Los dit probleem niet op door het bouwen van een sterk merk maar met liefde en een contract.

Visie

Afzet Boeken in VS gestegen in 2011

De kop in Boekblad van vandaag luidt anders dan de kop boven deze column, namelijk: “VS:omzet in boeken daalde over 2011 met 2,5%”.

Pas als men het Boekblad-artikel leest  wordt duidelijk dat de omzet weliswaar is gedaald maar dat de afzet van boeken met 3,4% is gestegen. De omzetdaling wordt verklaard doordat de boeken gemiddeld een lagere prijs hebben, de afzetstijging betekent dat er meer boeken zijn verkocht.

Wat mij treft is dat men bij Boekblad kiest voor de negatieve benadering. Dus nadruk op het feit dat er minder wordt omgezet. Hoe erg is dat? Mij lijkt dat het echte nieuws is dat er meer wordt afgezet. Dat kun je maar op één manier uitleggen: mensen kopen meer boeken. En hoe goed is dat nieuws wel niet in een tijdperk waarin alom wordt geroepen dat er ontlezing plaats zou vinden. Niks dus, mensen lezen gewoon door. Ze schakelen alleen maar over van papier naar digitaal.

Ik zou de redactie van Boekblad willen bidden om voortaan de negatieve insteek te laten vallen. Dat er minder omgezet wordt is toch geen nieuws in een markt die aan het veranderen is? Het lijkt er op alsof het boekenvak er simpelweg op staat dat zij dezelfde hoeveelheid geld blijft verdienen aan de verkoop van boeken, ongeacht de distributiemethode.

Dat doet mij een beetje denken aan de omslag bij het treinvervoer in Groot Brittannië. Op een gegeven moment werden de stoomtreinen vervangen door elektrische treinen. De vakbonden zorgden er echter voor dat dit niet betekende dat de functie van stoker simpelweg werd opgeheven. Nog jaren lang reden er stokers mee op de elektrische trein.Om dit voorbeeld moeten we nu lachen, die rare Britten toch.

Maar wat in boekenland gebeurt, is niet zo veel anders. De distributiemethode verandert en prompt reageren de mensen die aan de oude manier van distribueren gewend zijn alsof ze door een adder zijn gebeten. Moord en brand, er wordt aan onze broodwinning gekomen. Maar de verandering is nu eenmaal onomkeerbaar. We schakelen over van analoog naar digitaal. Maar die omschakeling heeft geen negatieve gevolgen voor het leesgedrag van onze klanten. En dat is goed nieuws. Dat de omschakeling niet van de een op andere dag plaats vindt is dan weer goed nieuws voor de vertegenwoordigers van de oude orde. Het geeft ze tijd om te schakelen. Mopperen op teruglopende omzetten, is als mopperen op zonsondergang.

Visie

Wat is een boek?

Alhoewel het Commissariaat voor de Media uitsluitend over papieren boeken gaat, moet ze zich af en toe uitlaten over digitale uitgaven. En als ze dat doet, dan zie je hoe veel moeite ze daar mee heeft.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak Mo’Media van 12 juni 2012 (http://www.cvdm.nl/content.jsp?objectid=13116). In deze zaak moest het Commissariaat zich uitlaten over de combinatie boek en app. Zoals het zich ook wel eens moet uitlaten over de combi boek – eboek. De vraag is of je een boek mag verkopen en er dan een app gratis bij mag weg geven. Nee hoor, zegt het Commissariaat, dat mag niet, want een app of een eboek is een op geld waardeerbaar voordeel. En in combinatie met de verkoop van een boek levert dat dus een illegale korting op (zie de zaak Bohn Stafleu van Loghum van, 9 maart  2010).

Wat wel mag zaken we in de Yindo zaak  (1 november 2011). Als het eboek gratis aan iedereen die het maar wil wordt aangeboden en niet alleen in combinatie met het boek, dus er geen direct koppeling is tussen verkoop van een boek en verkrijgen van een eboek dan is er weer geen probleem.

Artikel 1 onder b Wet op de vaste Boekenprijs luidt als volgt:“Onder boek in de zin van de wet wordt verstaan een werk dat tekst bevat die vrijwel uitsluitend is gesteld in de Nederlandse of Friese taal, voorzien is van een titel, bestaat uit papieren bladzijden, al dan niet vergezeld van ondersteunende informatiedragers, en wordt uitgegeven in een oplage van meerdere exemplaren die voor de verkoop aan eindafnemers zijn bestemd.”

Dus zou je denken dat als je een boek in combinatie met een digitaal product uitgeeft, dat best zou kunnen worden opgevat als een ondersteunende informatiedrager. Mo’Media zag het in ieder geval wel zo waar zij taalgidsen uitgaf in combinatie met een app. Hier wordt het moeilijk voor het Commissariaat.  Zij stelt dat omdat nu juist de app los te gebruiken is, zij niet kan gelden als een ondersteunende informatiedrager. Maar let op hoe zij vervolgens verder formuleert: “Gelet op het bovenstaande is het Commissariaat van oordeel dat de combinatie van de (papieren) taalgids en de app niet kan worden aangemerkt als boek in de zin van artikel 1, onderdeel b Wvbp. Een andere lezing zou ertoe leiden dat iedere combinatie van een papieren boek met een digitale versie daarvan in de vorm van een e-boek of audioboek zou moeten worden aangemerkt als boek in de zin van de Wvbp. Blijkens de memorie van toelichting heeft de wetgever een dergelijke uitleg niet voorgestaan.”

Het is gebruikelijk dat juristen als ze een wet moeten uitleggen te rade gaan bij de Memorie van Toelichting bij die wet. Maar als u zich bedenkt dat die Memorie stamt uit de jaren 2002-2004, dan is het licht hilarisch om er in dit geval op terug te vallen. Als u ziet hoe aarzelend er nu nog met e-boeks wordt omgegaan, kunt u zich wellicht nog voor de geest halen dat men 10 jaar geleden al helemaal niet met het fenomeen bezig was en dus ook niet in de Memorie van Toelichting.

Uitgeverijen proberen natuurlijk de combinatie boek-eboek en boek- app uit. Maar voor het Commissariaat mag dit niet. Je mag aan de koppeling wel een combinatieprijs hangen, maar die geldt slechts voor zes maanden. Het Commissariaat bewijst het boekenvak geen dienst met dit soort uitspraken. Dé facto betekent het dat pogingen tot innovatie (broodnodig) in de kiem worden gesmoord. Als dit de lijn wordt van het Commissariaat, en de Wet op de vaste Boekenprijs een middel wordt om vooruitgang te dempen, zullen we die Wet dan maar gewoon afschaffen? Dan ga ik me wel in de zaai- en plantgoedwet bekwamen.

Visie

The Pirate Bay; a never ending story

Opmaat naar de juridische oorlog rondom piratenforum

Met de opkomst van internet nam ook de digitale exploitatie van muziek een aanvang. Eind jaren ’90 van de vorige eeuw was het onder andere Napster dat als een van de eerste muziekplatforms de mogelijkheden liet zien van muziekdistributie via internet[1]. Aanvankelijk zonder toestemming van de rechthebbenden hetgeen Napster uiteindelijk duur is komen te staan. Met Napster was de digitale geest uit de fles en nam illegale muziekdistributie een vlucht. Omdat onder andere legale alternatieven (te) lang op zich lieten wachten, kreeg de bestaande muziekorde het aan de stok met soortgelijke muziekplatforms die probeerden te voorzien in de groeiende digitale muziekbehoefte bij consumenten. Dit leidde wereldwijd tot een aanhoudende stroom van rechtszaken waarbij de ene na de andere digitale aanbieder van programma’s waarmee muziek kon worden uitgewisseld op zwart ging.

Denk aan Kazaa[2], Streamcast,Grokster en Mininova[3]. In Nederland is op dit moment al een aantal jaar de strijd om The Pirate Bay gaande. In deze bijdrage ga ik in op de aanloop naar deze juridische strijd en geef ik een overzicht van de tegen The Pirate Baygevoerde rechtszaken. In een volgende bijdrage voor Muziekwereld zal ik meer de nadruk leggen op de argumenten die recent door de internet providers zijn gehanteerd in de principiële procedures over het al dan niet moeten blokkeren van de toegang naar de website van The Pirate Bay.

Voorgeschiedenis
Alvorens op de juridische strijd in te gaan eerst een korte achtergrondschets van The Pirate Bay. Zoals gezegd was Napster een van de eerste platforms die het aan de stok kreeg met de muziekindustrie. Het ging daarbij om het zogeheten peer-to-peer (p2p) uitwisselen van onder meer muziekbestanden waarbij gebruikers van Napster muziekbestanden op de eigen computer hadden staan en deze bestanden via het programma van Napster aan andere gebruikers ter beschikking konden stellen om te worden gedownload. Op deze manier “deelden” de gebruikers vanNapster muziekbestanden met elkaar. Om het gebruiksgemak te vergroten werkte Napster met een centrale zoekdatabase waarin de gegevens van de te downloaden muziekbestanden waren opgeslagen. Deze zoekdatabase werd beheerd door Napster. Het is mede daarom dat de Amerikaanse rechter het programma van Napster onrechtmatig oordeelde. Napster kon weten van de inbreuken die haar gebruikers via haar p2p-netwerk pleegden en kon deze inbreuken tegengaan (maar deed dat niet). Op last van de Amerikaanse rechter moest Napster alle koppelingen naar deze op ongeoorloofde wijze aangeboden muziekbestanden verwijderen[4]. Omdat pijnpunt van het business model vanNapster vooral de centrale zoekdatabase bleek te zijn was, decentraliseerden alternatieve digitale muziekplatforms hun modellen. Het ging bij p2p-uitwisselingsprogramma’s als Kazaa, Grokster en Streamcast aldus niet langer om websites met centrale en controleerbare zoeksystemen maar om de gebruikers – peers – die via deze uitwisselprogramma’s binnen de digitale omgeving van/op hun eigen computers verantwoordelijk werden gemaakt voor zowel het downloaden van als het zoeken naar onder meer muziekbestanden. Deze decentralisatie kon niet voorkomen dat ook Kazaa,Grokster en Streamcast door de muziekindustrie werden aangepakt. Waar Kazaa bij de Nederlandse rechter[5] vrijuit ging omdat gebruikers met het uitwisselingsprogramma ook legale content (zoals moppen) konden uitwisselen, werdenGrokster en Streamcast uiteindelijk in Amerika veroordeeld wegens onrechtmatig handelen. Ook al hadden zij technisch gezien niet of nauwelijks controle over hetgeen de gebruikers uitwisselden, het feit dat de aanbieders Grokster enStreamcast het oogmerk hadden gebruikers aan te moedigen via hun p2p-programma onder andere muziek- en filmbestanden uit te wisselen, maakte dat zij deze veelal inbreukmakende uitwisseling de facto bevorderden. Het is juist vanwege dit oogmerk dat Grokster en Streamcast (mede) aansprakelijk werden gehouden voor de p2p uitwisseling van bestanden[6]. Met de in genoemde rechtszaken ontwikkelde criteria in de hand was het voor BREIN en andere waakhonden van de entertainmentindustrie in de jaren na Napster, Kazaa, Grokster en Streamcast vooral bulkwerk als het gaat om aanpakken van het ongeoorloofd delen van muziekbestanden op het internet[7]. Een enkele keer is BREIN daarbij een zijstraat ingeslagen met als doel om via internet providers aan de NAW gegevens van individuele inbreukmakers te komen[8].

The Pirate Bay
Ten tijde van de strijd rondom Grokster en Streamcast werd The Pirate Bay gelanceerd. In 2003 waren het de in Zweden woonachtige heren Warg, Neij en Kolmisoppi die met behulp van het speciale BitTorrent protocol aan de wieg stonden van een website die vandaag de dag is uitgegroeid tot een van de meest populaire indexen ter wereld. The Pirate Baywas aanvankelijk een index waarop zogeheten torrents werden aangeboden. Dit zijn bestandjes met informatie over bijvoorbeeld muzikale content die elders met behulp van het BitTorrent programma in kleine deeltjes is opgeslagen. Dit kan een computer van iemand anders zijn. De torrents bevatten codering die de verschillende deeltjes kunnen identificeren. Het aanbod op de website van The Pirate Bay bestond tot begin van dit jaar voornamelijk uit torrents die geïndexeerd en gecategoriseerd aan bezoekers ter beschikking werden gesteld. Sinds februari van dit jaar werden opThe Pirate Bay zogeheten magnet links aangeboden. Dit zijn coderingen die torrents kunnen identificeren die op hun beurt weer via codering de deeltjes van bijvoorbeeld muziekbestanden kunnen traceren. De magnet links bestaan uit leesbare ongecodeerde teksten die eenvoudig via e-mail, chats en blogs te verspreiden zijn. The Pirate Bay biedt op dit moment de mogelijkheid om meer dan 4 miljoen geïndexeerde en gecategoriseerde magnet links te ontsluiten. Uit de recente rechtszaken (zie hierna) blijkt dat tenminste 90% van deze magnet links toeziet op illegale content die zonder toestemming van de rechthebbenden openbaar is gemaakt. Denk aan muziek, video, games, e-books en software. Het uitwisselingsproces met behulp van magnet links werkt samengevat als volgt. Indien een bezoeker van de website vanThe Pirate Bay op zoek is naar een muziekbestand en via de index op zo’n magnet link klikt, wordt deze magnet link op de computer van deze bezoeker gedownload en meteen naar het bijbehorende BitTorrent programma gestuurd via welk programma gezocht wordt naar de juiste torrent die door een andere bezoeker/gebruiker ter beschikking wordt gesteld en welke als zodanig als juist door de magnet link kan worden geïdentificeerd. Na lokalisatie wordt ook deze torrent op de computer van de bezoeker gedownload. De volgende stap is dat het BitTorrent programma via deze torrent binnen het netwerk van andere aanbieders op zoek gaat naar de betreffende content, in dit geval het muziekbestand. Deze laatste stap kan zowel centraal via een server als decentraal via de individuele bezoeker/gebruiker plaatsvinden. Laatste stap is dat het BitTorrent programma via de juiste aanbieder het downloaden van de deeltjes van het muziekbestand start. Daarbij zullen deze deeltjes vaak ook weer meteen voor downloaden ter beschikking worden gesteld aan andere gebruikers van het BitTorrent programma via The Pirate Bay die ook op zoek zijn naar het betreffende muziekbestand.

Overzicht rechtszaken
Mede vanwege haar populariteit en de omvang van torrents en magnet links gekoppeld aan illegale content is The Pirate Bay de laatste jaren in talloze procedures voorwerp van geschil geweest. In Zweden zijn de drie oprichters van The Pirate Bay strafrechtelijk veroordeeld en is hen door de rechter een civielrechtelijk een inbreukverbod opgelegd[9]. Deze rechterlijke veroordelingen uit Zweden hadden echter niet tot gevolg dat The Pirate Bay uit de lucht ging. Zweedse rechtenorganisaties zijn daarop juridische acties gestart tegen internet providers in de hoop dat via hen een toegangsblokkade kon worden afgedwongen[10]. Als gevolg hiervan was The Pirate Bay twee dagen uit de lucht om vervolgens weer via een Duitse provider online te zijn. Toen ook de Duitse provider op last van de rechter de toegang tot The Pirate Bay moest blokkeren, vond The Pirate Bay een alternatieve provider in Oekraïne om online te kunnen blijven. In Nederland wees de Amsterdamse Voorzieningenrechter op verzoek van BREIN bij verstek een vonnis waarbij The Pirate Bay veroordeeld werd de inbreuk op  de auteurs- en naburige rechten te staken[11]. Diezelfde dag werd door dezelfde rechter op verzoek van BREIN een vonnis gewezen tegen Global Gaming Factory X AB, een partij die eerder had aangekondigd The Pirate Bay te zullen overnemen. Ook deze partij kreeg een inbreukverbod aan de broek, zij het pas vanaf het moment waarop zij ook daadwerkelijk The Pirate Bay zou overnemen. Nadat The Pirate Bayverzet had aangetekend tegen het eerder genoemde verstekvonnis, oordeelde de Amsterdamse Voorzieningenrechter op 22 oktober 2009 dat The Pirate Bay zich niet zelf schuldig maakte aan inbreuk op auteursrechten en naburige rechten maar dat zij wel onrechtmatig jegens de rechthebbenden handelde door haar gebruikers stelselmatig in staat te stellen inbreuk te kunnen plegen. De op de website van The Pirate Bay aanwezige torrents die toezagen op illegale content moesten worden verwijderd en ontoegankelijk voor internetgebruikers in Nederland worden gemaakt. In de door BREIN aanhangig gemaakte bodemprocedure tegen The Pirate Bay wees de Rechtbank Amsterdam op 16 juni 2010 vonnis bij verstek. In die zaak kreeg The Pirate Bay bij verstek zowel een inbreukverbod als een verbod op onrechtmatig handelen opgelegd en werd The Pirate Bay bevolen de website voor internetgebruikers in Nederland ontoegankelijk te maken. Deze rechterlijke veroordelingen ten spijt, de website van The Pirate Bay bleef gewoon in de lucht, ook in Nederland. Het is tegen deze achtergrond dat BREIN zich is gaan richten op de internet providers die technisch gezien gebruikers toegang verschaffen tot de website van The Pirate Bay. Het zijn ook deze providers die vanwege hun belangrijke positie in de digitale wereld principiële bezwaren uiten tegen deze wens van de rechthebbenden om via hen de toegang tot The Pirate Bay te blokkeren. In een volgende bijdrage voor Muziekwereld zal ik de door BREIN recent gevoerde rechtszaken tegen de providers behandelen en bijzondere aandacht besteden aan de argumenten van de providers en de uitkomst van deze procedures.


[1] Zie onder meer Steve Knopper, “Appetite for selfdestruction. The spectacular crash of the record industry in the digital age”, p. 113-149, Simon & Schuster 2009.
[2] HR 19 december 2003, AMI 2004/1, m.nt. p.b. Hugenholtz (Buma/KaZaA).
[3] Rb. Utrecht, 26 augustus 2009, (Brein/Mininova).
[4] Court of Appeals for the ninth circuit of California, 12 february 2001 (A & M Records, Inc. v. Napster, Inc.)
[5] Hof Amsterdam 28 maart 2002, Mediaforum2002/5, p. 188, m.nt. Koelman; AMI 2002/4, p. 134, m.nt. Seignette (Kazaa/Buma).
[6] District Court for the Central District of California 27 januari 2003 (MGM Studios, Inc. v. Grokster, Ltd.), 269 F. Supp. 2d 1213 (C.D. Cal., 2003); Court of Appeals for the ninth circuit of California 19 augustus 2004, (MGM Studios, Inc. v. Grokster Ltd.), 380 F.3d 1154 (2004).
[7]Hof Amsterdam 15 juni 2006, (Brein v. Techno Design), Vzr. Rb. Amsterdam 24 januari 2008 (Brein/ ShareConnector), Rb. Haarlem 9 februari 2011, (FTD v. Brein).
[8] Met behulp van de Lycos/Pessers doctrine: Hof Amsterdam 3 juli 2008, (Leaseweb/Brein), Rb. Den Bosch 8 juli 2008, (Brein/Euroacces).
[9] Stockholm District Court 17 april 2009, B 13301-06 (The Pirate Bay).
[10] Stockholm District Court 24 augustus 2009 (Disney, Universal, Time Warner e.a. v. Black Internet).
[11] Vzr. Rb Amsterdam 30 juli 2009, (Brein/The Pirate Bay).

Visie

50 Shades of Shite, opmaat tot het Armageddon

Alom aanbevolen “50 tinten grijs” van E.L. James. En ach, ik ben het dan ook maar eens gaan lezen. En met hoge verwachtingen, immers het boek wordt aangeprezen als “erotische roman”. Wel, ik ben inmiddels op pagina 100 aanbeland en ik heb nog geen erectie gehad. Ik krijg bij het lezen van de telefoongids warmere gevoelens.

Maar het gebrek aan erotisch niveau is het niet het enige dat mijn ergernis opwekt. Allereerst is het romantechnisch niveau van het gebodene hemeltergend slecht. Het verhaal en de hoofdpersonen zijn echt zo plat als je je maar kunt voorstellen. De hoofdpersoon is een dom wicht, dat op haar 23e nog maagd is en zich volledig laat imponeren door een man. En die man wordt neergezet in die typische voorstelling van zaken zoals ik die vroeger in de doktersromannetjes van mijn zussen aantrof. Natuurlijk heeft hij warm krullend grijzend haar en een wilskrachtige kin. Daarnaast heeft hij een atletisch lichaam en verzengende ogen.

Los daarvan is hij op zijn 27e al miljardair, wat in het boek betekent dat hij alles kan regelen wat er maar te regelen valt. Hij vliegt heen en weer in helikopters, heeft een soort permanente assistent om zich heen lopen, koopt te pas en te onpas peperdure cadeaus, maar dieper natuurlijk, bezorgt het wicht, Ana geheten, daarmee de zekerheid die vrouwen zo nodig zouden hebben in hun verlangen naar een man. Voor de hand liggender kan het niet. En dat je je als vrouw dan als tegenprestatie een beetje laat gebruiken, ach voor wat hoort wat.

Zogenaamd wordt de man, Grey geheten, dan interessant gemaakt, door hem een aparte seksuele voorkeur toe te dichten. Wat is namelijk het geval, Grey is een sm-manneke met alle voor de hand liggende speeltjes, instrumenten en voorkeuren van dien. Hij houdt van touwtjes, zweepjes en overheersing. Apart? Boring! Ik hang zo vaak een vrouw op aan een touw, hoe saai is dat.

Wat ik echter verbazingwekkend vind aan het boek, is dat er zoveel mensen mee weg lopen. Wat een treurig leven moet je leiden als je door dit boek uit je zompige bestaan moet worden gerukt. Het is in mijn ogen geheel in lijn met het huidig televisie-aanbod. Ik kan de televisie niet aanzetten of ik moet me ergeren aan weer de volgende reality-soap, vaak verpakt in een wedstrijd waarin min of meer bekende Nederlanders (hoe dommer hoe bekender), schaatsen, zingen, koken, toneelspelen of gewoon zuipen, neuken en kotsen.

Het alarmerende is vooral dat mensen die ik toch als redelijk inschat de moeite nemen er naar te kijken zonder zich walgend af te wenden. De media vestigen de aandacht op de financiële crisis, maar ik houd u voor dat wij langzaam wegzakken in een moreel moeras. We kijken en masse naar “shows”, we stemmen op Geert Wilders en we lezen “50 shades”. Houdt u vast, de eindfase is ingezet.

Visie

Auteurscontractenrecht voornamelijk symboolwetgeving

En dan is er eindelijk een wetsvoorstel auteurscontractenrecht. Al tijden aangekondigd, maar nu dan naar de Tweede Kamer. Even voor de goede orde, dan zitten we dus nog maar in de conceptfase. De Tweede Kamer (en de 1e) kunnen altijd nog voor aanpassingen van het voorstel zorgen. In de praktijk van het boekenvak, zal er niet zo veel veranderen, we hebben hier voornamelijk te maken met symboolwetgeving.

Uitgaande van een veronderstelde ongelijkheid tussen makers en exploitanten heeft de overheid besloten die verhouding dan maar grondig te gaan recht trekken. Daarbij werden initieel draconische maatregelen in het vooruitzicht gesteld. Zo zouden voortaan auteursrechtoverdracht en licenties langer dan vijf jaar niet worden toegestaan. Niet voor niets is er door onder andere uitgevers fel gereageerd op dit onzalige voorstel. Wel dat voorstel is er dan ook uit. En voor het overige, u moet het maar eens nalezen, verandert er niet zo verschrikkelijk veel. Ik verwacht in de praktijk van het uitgeversvak zelfs nagenoeg niets. Alle enthousiaste reacties van de VvL en Auteursdomein op Boekblad ten spijt.

Om te illustreren wat ik bedoel met symboolwetgeving, een voorbeeld. In het voorstel is opgenomen een zogenaamde“aanvullende billijke vergoeding”, beter bekend als de bestsellerclausule (artikel 25d Auteurswet). Die houdt in dat als een werk opeens zeer succesvol blijkt te zijn, de maker alsnog aanspraak kan maken op extra beloning. Fijn voor de gemiddelde auteur zou je zeggen. Je zou denken dat er ook een spiegelbeeldige bepaling zou zijn bij onverhoopt tegenvallende resultaten, dat zou immers mooi zijn voor de uitgever die met een flop wordt geconfronteerd. Die is er echter niet. De gedachte daarachter laat zich eenvoudig verklaren, uitgevers hebben geen bescherming nodig en auteurs wel.

Maar wie even verder leest, naar hoe de bestsellerclausule uitwerkt, komt van een koude kermis thuis. In de Memorie van Toelichting wordt namelijk wel de vingerwijzing aan de rechter gegeven dat een exploitant in staat moet zijn voldoende winst te maken, teneinde de verliezen op andere uitgaven op te vangen. Leest u die zin nog eens. Hier staat dus eigenlijk het volgende. Als een boek een bestseller wordt, kan de schrijver een beroep doen op de bestsellerbepaling, als het een flop wordt de uitgever niet. Maar aangezien de uitgever zijn flops wel mag meenemen in het bepalen van de redelijke winst op een wel succesvolle uitgave, is het effect dat de schrijvers eigenlijk elkaar gaan subsidiëren. Een flop kost de schrijver zelf dus nooit geld, maar succes wel, immers de succesvolle auteur krijgt de rekening gepresenteerd van de minder succesvolle schrijvers van het huis. En zo wordt hier dus eigenlijk een nivelleringsmaatregel  getroffen.

Visie

www.WhyILoveThisBook.com

WhyILoveThisBook.com is een site die je bezocht moet hebben.

Afgelopen vrijdag presenteerde Marc Barteling, oprichter  van de site, zijn geesteskind. Niet dat hij er pas mee begonnen is hoor, maar ik zag hem er voor het eerst zelf over vertellen. En dat deed hij heel goed. WhyILoveThisBook.com is een site waarop filmpjes staan van 1 minuut waarin mensen vertellen waarom ze een bepaald boek zo leuk vinden.

Het mooie aan het concept is dat er alleen positieve recensies opstaan. Want om in de woorden van Barteling te blijven: “waarom zou een mens een negatieve recensie willen lezen”. Dat had hij zich altijd afgevraagd en toen hij hier mee begon was hij vast besloten alleen maar goed nieuws te brengen. Grappig inderdaad om jezelf af te vragen waarom iemand een negatieve recensie zou lezen. Waarom je hem schrijft is minder interessant. Daar zijn allerlei voor de hand liggende redenen voor. Het is je werk, je had je dag niet. Je vond het echt een slecht boek etc etc. Maar inderdaad waarom zou je een negatieve recensie lezen? Recensielezers zoeken toch tips over wat ze wel willen lezen?

Hoe dan ook, het concept is goed uitgepakt. Barteling steekt veel tijd in zijn idee, maar hij verdient er nog geen klap mee. Je moet de site maar eens bezoeken, het kijken van de filmpjes werkt echt aanstekelijk. Zo vind ik het verhaal van Adriaan van Dis over het boek “the reluctant fundamentalist”van Mohsin Hamid indrukwekkend. Van Dis: “dat vind ik zo belangrijk aan goede boeken, dat je de krant  van een jaar kunt wegdonderen”. Van zo’n recensie krijg je onmiddellijk trek naar de winkel te rennen en het boek te gaan halen. Dan is de urgentie het boek aan te schaffen zo groot, dat je eigenlijk het wachten op toezending door Bol niet op kunt brengen.

Gelukkig vond ik ook een recensie van het boek dat ik net voor vaderdag heb gekregen: “De honderdjarige man die uit het raam klom en verdween” van Jonas Jonasson. Dit keer is de recensie gemaakt door Jonasson zelf. Het boek is volgens hem bedoeld voor mensen die zich goed willen voelen omdat zijn ervaring is dat mensen zich liever goed dan slecht voelen(…). Of Barteling ooit een stuiver gaat verdienen met zijn idee, dat weet ik nog niet. Maar het is een genot te luisteren en te kijken naar iemand die iets is gaan doen, gewoon omdat hij het leuk vond.

Naar
boven