Visie

Nederland in ideeën 2015

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van Hans Bousie. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ van de tentoonstelling. 

Niemand heeft gelijk
Wie kent ze niet, de discussies over het gelijk. Of het nu gaat over de verkeerde schoenen of de verkeerde huidskleur, er zijn altijd mensen die zeker weten dat ze gelijk hebben in het hetzij omarmen, hetzij verwerpen van de neger met witte schoenen of de blanke met rode. Een onnoemelijk voordeel van het advocaat zijn, is dat je dat gelijk langzamerhand geheel en al vergeet. In ons vak gaat het niet om het hebben, maar om het krijgen van gelijk. Voor ons is immers voor elk standpunt een argumentatie denkbaar. Zet mij op een podium en ik kan net zo makkelijk voor of tegen de doodstraf pleiten, voor of tegen het toelaten van vreemdelingen in Nederland, voor of tegen het in bezit hebben van kinderporno, voor of tegen het voordeel van een geel geschilderde fiets. Het grappige van advocaten is, en dat vergt enige geestelijke lenigheid, dat onze klanten bijna altijd zeker weten dat ze gelijk hebben en dat het onze taak is te zorgen dat ze dat ook krijgen. Dat gaat best ver. Wanneer ik bij de lunch een juridische kwestie voorleg aan mijn collega-advocaten, dan krijg ik eerst de wedervraag: ‘Wie is de cliënt?’ Voor ons is niet van belang wat de waarheid is, maar wie er gelijk moet krijgen. Pas als dat duidelijk is, wordt er nagedacht.

In mijn dagelijks leven is de afwezigheid van de waarheid natuurlijk een recept voor ellende. Als mijn vrouw thuiskomt met een verhaal over haar baas die onhebbelijk tegen haar heeft gedaan, snap ik onmiddellijk dat de baas op zijn beurt ook wel een verhaal zal hebben. Dus terwijl mijn vrouw de liefhebbende arm om zich heen wil hebben en zinnen als ‘Schatje, wat een klootzak’ wil horen, zeg ik: ‘Tja, ik snap hem wel.’ Om dan vervolgens haarfijn te gaan uitleggen waarom de baas gewoon gelijk heeft. Als mijn kinderen mopperen op school, dan snap ik de school en dat illustreer ik dan treffend, en u snapt dat ook mijn kinderen daar inmiddels een hartgrondige hekel aan hebben. Je wilt niet weten hoe vaak ik in het dagelijks leven van mijn nabije vrienden en familie de opmerking krijg toegevoegd: ‘Advocaat!’ – en dat is dan níét positief bedoeld.

Gelukkig kunnen mijn geliefden op momenten weer hun voordeel doen met mijn argumentatievermogen. Ga ik met een van de kinderen naar een tienminutengesprek op school en komt er een kritische noot van één van de docenten, dan breng ik die docent binnen de resterende minuten (ook al is dat er maar één) haarfijn aan het verstand dat de visie van mijn kind in kwestie toch echt een visie is die die van hem of haar doet verbleken. Als iemand in mijn nabijheid mijn vrouw verbaal te na komt (voor die doodenkele keer dat ze dat niet gewoon zelf afkan) dan maak ik de dader met de grond gelijk. Mijn gouden regel, en, die kan ik van harte aanraden, is dan ook: dondert niet of je gelijk hebt, zorg dat je het krijgt.

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven.

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie.

Visie

Ros tapes, deel 2.

Al eerder berichtte ik op deze plaats over de Ros tapes. De rechter in Zutphen verbood de publicatie van het boek dat rijkelijk zou citeren uit de bezwarende geheime verklaringen die kroongetuige Ros in het zogenaamde Passage proces heeft afgelegd. Eerder moesten we het doen met het persbericht, inmiddels is het vonnis beschikbaar. Wat valt er op? Voor juristen is dit een interessante zaak omdat een typisch civiel issue (onrechtmatige perspublicatie) terecht komt midden in een strafzaak.

Allereerst dat niet alleen het Openbaar Ministerie eisende partij is in deze zaak, maar dat zich als mede-eisers hebben gevoegd, Dino S en Aliekber A, naar verluidt omdat Ros over hen zou hebben verklaard. Ik zeg naar verluidt, omdat ik het boek zelf niet heb gelezen, dat is immers nog niet verschenen. Op het belang van S en A kom ik terug, maar eerst het belang van het OM.

Het Openbaar Ministerie beroept zich haar belang van “waarheidsvinding”. Zij meent en de rechter is dat met haar eens, dat dit belang om zorgvuldig onderzoek te doen naar de verklaringen van Ros en eventuele andere getuigen daarmee te confronteren ernstig zou worden bemoeilijkt als de verklaringen van Ros op tafel zouden liggen.

Dat ik het boek niet gelezen heb is één ding, maar uit het vonnis wordt duidelijk dat de rechter het evenmin gelezen heeft, de Zutphense rechter merkt in een terzijde, enigszins spijtig op, dat het boek niet in het geding is gebracht. Een belangrijke tussenconclusie, noch de rechter, noch het OM of A en S hebben het boek gelezen. Dat brengt mij tot een belangrijke vraag. Kan worden beoordeeld of een boek onrechtmatig is, als de inhoud niet bekend is? Wie zegt mij dat het boek niet vol staat van verzinsels? Wie zegt dat daarin niet slechts wordt verklaard wat al lang via Telegraaf (het vakblad van crimineel Nederland immers) bekend is geworden?

De pers geldt in onze samenleving als de hoeder van de democratie. Het belang van een vrije meningsuiting gaat ver. Volgens de jurisprudentie, omtrent artikel 10 van het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) gaat het zelfs om the right to offend, shock or disturb. Een beperking op de vrije meningsuiting kan alleen haar oorsprong hebben indien die beperking zelf bij wet of verdrag is verankerd. En volgens de rechter is dit het geval, hij toetst aan artikel 6 van het EVRM, het recht op een fair trial. Ik vraag mij in gemoede af of het OM zich hier wel op kan beroepen, immers artikel 6 EVRM beoogt het belang van de verdachte te beschermen ten opzichte van de Staat, artikel 6 is evident niet bedoeld om het belang van de Staat te verdedigen. Toch staat in het vonnis: “het belang van de Staat (en van S en A en andere verdachten bij een eerlijk, ordentelijk en effectief strafproces (…) weegt hier zwaarder dan het belang van Korterink en Just Publishers”. Mij dunkt gaat het Hof hier anders over oordelen. Het is evident dat S en A zich kunnen beroepen op artikel 6 EVRM (los van de vraag hoe de belangenafweging uit gaat pakken), maar de Staat kan dit mijns inziens niet. Dus hoe zeer men zich ook zou kunnen voorstellen dat het OM het hinderlijk vindt dat verklaringen op straat liggen, toch is er meer voor nodig om een belang te hebben.

Dan het belang van S en A. Je zou verwachten dat in het vonnis met name wordt aangeknoopt bij het belang van nu juist deze verdachten. Ook daar zegt de voorzieningenrechter het een en ander over. S en A hebben aangevoerd dat hun rechtspositie nadelig kan worden beïnvloed. Immers “zij zijn in eerste aanleg door de rechtbank vrijgesproken van de ernstige feiten waarvan zij werden verdacht, maar het risico bestaat, zo voeren zij zelf aan (sic!) dat zij in hoger beroep alsnog zullen worden veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. De verklaringen van Ros, die door hen worden betwist, hebben een voor hen belastende inhoud…S en A vrezen dat het proces van waarheidsvinding ernstig wordt bemoeilijkt indien de getuigen die de rechter zal gaan horen op voorhand in het boek kennis hebben kunnen nemen van hetgeen Ros heeft verklaard”. Met andere woorden, de verklaringen van Ros zijn van dien aard dat S en A een zodanig zwaar verwijt valt te maken dat ze het risico lopen alsnog tot levenslang te worden veroordeeld. Allereerst lijkt me dit een opsteker voor het OM, mocht het ooit tot een zaak komen tegen S en A waarbij het om de strafmaat gaat, dan kan het OM eenvoudig aansluiten bij het oordeel van de raadsman van S en A. “En dus eist het OM een levenslange gevangenisstraf edelachtbare”.

Getuigen die kennis nemen van de verklaringen van Ros, zouden zo maar opeens hetzelfde kunnen gaan verklaren. Dit argument klinkt plausibel. Dan gaan allerlei andere getuigen opeens hetzelfde verklaren als Ros en dus belanden S (thans gedetineerd) en A (wonende in Turkije) potentieel alsnog in de cel, dat lijkt best logisch.

Mwah…., ik zie ook wel een andere mogelijke redenering. Is het voor S en A niet juist een zegen dat deze stukken op straat komen te liggen? Immers als dat het geval is, is het voor hun raadsman een fluitje van een cent om elke toekomstige getuige verdacht te maken en hebben S en A nu juist meer kans om vrijuit te gaan. Zo bezien kun je je afvragen of S en A zichzelf een dienst hebben bewezen door zich te voegen in deze procedure.

Donderdag 30 oktober dient de zaak in hoger beroep. Ik ben benieuwd naar het antwoord op tenminste de volgende vragen:

  • Gaat het Hof ook oordelen zonder het boek zelf te hebben gelezen?
  • Gaat het OM weg komen met een beroep op artikel 6 EVRM?
  • Kunnen S en A hard maken dat zij in hun belang geschaad zijn door publicatie?
Visie

Ros nog niet op de planken

“De Ros-tapes”, is de titel van het boek van Hendrik-Jan Korterink, verschenen bij Just Publishers. Nou ja verschenen, dat was de bedoeling. Het boek, met een nauwelijks subtiel te noemen verwijzing naar “De Endstra tapes”, gaat over kroongetuige in het z.g. Passageproces Fred Ros, die in ruil voor strafvermindering (hij was tot dertig jaar veroordeeld) onder andere een boekje open deed over collega Willem Holleeder.

Diezelfde Holleeder figureerde in de Endstra tapes. Daarbij zat Endstra zat op de achterbank van een politieauto honderd uit te vertellen over zijn avonturen met “de Neus”, Willem Holleeder. Niet veel later werd Endstra, op de Apollolaan (waar ondergetekende tegenwoordig kantoor houdt), neergeschoten. Dat deze mannen zich in een gevaarlijk metier bevinden moge duidelijk zijn. Ik snap de overwegingen van Fred Ros dan ook niet helemaal, wie gaat er nu zo’n verhaal vertellen in ruil voor strafvermindering. Als ik in de schoenen van Ros stond, ging ik voor strafvermeerdering. Mij lijkt voor hem de bajes vooralsnog de veiligste plek.

Vanwege het spoedeisend belang is de zaak door de rechtbank mondeling afgedaan. We kunnen dus niet in het vonnis nalezen wat de overwegingen zijn geweest en moeten het doen met het persbericht van de rechtbank.

Het Openbaar Ministerie heeft zelf op een verbod aangedrongen en schrijver en uitgever voor de rechter gedaagd, later sloot de advocaat van twee verdachten uit het zogenaamde Passage proces zich daarbij aan en de rechter verbood het boek.

Quotes uit het persbericht op rechtspraak.nl: De rechter is van mening dat het moment van publicatie niet gepast is. Hij heeft respect voor het werk van de journalist die dit integer heeft willen doen ‘Het is een strafproces op leven en dood. U volgt dit proces kritisch en dat is ook uw taak. Toch gaat het hier om uiterst gevoelig materiaal en natuurlijk moet het OM dan alles op alles zetten om hun werk goed te kunnen doen’, aldus rechter Vergunst in zijn mondelinge uitspraak. Mocht het OM na zes maanden vinden dat het boek nog steeds niet mag verschijnen, dan kunnen ze opnieuw een verbod tot publicatie eisen.

Normaal vindt bij dit soort zaken een afweging plaats tussen de vrije meningsuiting aan de ene kant en privacy aan de andere kant. De vrije meningsuiting was zeker in het geding, maar het andere belang was het belang van het OM om te kunnen vervolgen, het OM kan zich immers niet namens Holleeder op diens privacybelang beroepen. Belangrijk is te constateren dat de rechter het boek van Korterink uitermate serieus neemt. Blijkbaar beschikt Korterink over uiterst gevoelig materiaal. Uit de jurisprudentie rondom onrechtmatige perspublicaties blijkt dat hoe gevoeliger het materiaal, hoe groter het belang om dit naar buiten te brengen. Immers dan zou het belang van een vrije meningsuiting moeten prevaleren. Aan publicatie van gevoelige gegevens wordt dan doorgaans wel de eis gesteld dat de journalist in kwestie zorgvuldig te werk moet zijn gegaan. Is dat het geval dan wint doorgaans de vrije meningsuiting.

Wat moet dan de rechter hebben bewogen om het boek toch te verbieden? Het belang van het OM om te vervolgen zou door publicatie in de ogen van de rechter blijkbaar worden geschaad. Dat betekent dat het boek explosief materiaal moet bevatten. En dus lees ik het vonnis van de rechter als een lovende recensie. Het gaat om een integere schrijver die beschikt over uitermate explosief materiaal. Als ik Korterink en Just Publishers was zou ik dolblij zijn met zo’n recensie. Wie stuurt mij een exemplaar?

Deze column van Hans Bousie verscheen eerder op de website van Het Boekblad.

Visie

Amazon’s machtspositie

De verhoudingen op de eboekenmarkt zijn op zijn zachtst gezegd dynamisch te noemen. Als trouwe lezer van Boekblad heeft u vast gevolgd dat er flink wordt gevochten op met name de Amerikaanse boekenmarkt. Het huidige gevecht tussen Hachette en Amazon is het meest zichtbaar. Niets menselijks is ons vreemd en dus willen wij graag weten wie nu de good guy en wie de bad guy is in dat gevecht. Hebben we dat eenmaal bepaald dan kunnen we een bepaalde kant kiezen. Om iets beter te snappen wat de achtergrond is van dit gevecht neem ik u nog even mee voor een kort overzicht van de ontwikkelingen.

Toen Apple de iPad introduceerde in 2010 zocht zij naar een manier om in een klap de markt te veroveren. Net zoals Apple met de iPod de muziekmarkt naar zich toe trok, zag Steve Jobs bij de introductie van Apple’s tablet een gouden mogelijkheid om de boekenmarkt te veroveren. Immers is een iPad niet bij uitstek geschikt om eboeken op te lezen? Met dit verlangen van Apple liep een grote angst van uitgevers gelijk op. De grote uitgevers van de VS (waaronder Hachette) waren bang geworden voor Amazon. Immers Amazon verkocht eboeken voor een veel lagere prijs dan de uitgevers wilden. De uitgevers waren bang dat het voorbeeld van Amazon door de hele markt gevolgd zou worden, met in hun ogen dramatische gevolgen. Men voorspelde een lage prijsperceptie bij de consument, men verwachtte dat Amaon  de uitgevers onder druk zou zetten om hogere marge te geven op haar eboeken en men vreesde ook dat een veel lagere prijs voor het eboek de prijs van het papieren boek onder druk zou zetten. Kort samengevat vreesden de uitgevers voor het Armageddon.

En dus besloten de uitgevers met Apple een agentuurovereenkomst af te sluiten, de enige manier voor de uitgevers immers om rechtstreeks de consumentenprijs van boeken te bepalen. De constructie werd in 2012 uiteindelijk afgeschoten door zowel de Amerikaanse als de Europese mededingingsautoriteiten, men betichtte partijen van het vormen van een kartel en de deelnemers moesten hoge boetes betalen. Tot zover de voorgeschiedenis.

Het vormen van een kartel is een van de hoofdzondes onder het mededingingsrecht. Een andere doodzonde is het misbruik maken van een machtspositie. De vraag is of het gedrag van Amazon is op te vatten als het maken van misbruik van machtspositie. En dan heb ik het natuurlijk over de controverse tussen Hachette en Amazon. Kort gezegd weigert Hachette Amazon een hogere marge te geven op eboeken en als sanctie weigert Amazon de eboeken van Hachette beschikbaar te houden.

Misbruik maken van een machtspositie begint bij het analyseren van de positie van Amazon. Heeft Amazon een machtspositie? De lezers (zeker van Boekblad) zullen in koor “ja!” roepen. Maar zo simpel is die vraag niet te beantwoorden. Eerst moeten we de relevante markt afbakenen. Een machtspositie heb je pas als je op de relevante productmarkt en geografische markt een aandeel hebt van grofweg 30% of meer. Daar wordt het al ingewikkeld. Dan is allereerst de vraag of er een aparte markt is voor eboeken. Er geldt volgens mededingingsregels pas een aparte markt voor een product (groep) als een behoorlijke permanente verhoging van de prijs van dat product leidt niet leidt tot meer aanschaf van andere producten, zogenaamde substitutie producten. De vraag is dus als je de prijs van eboeken verhoogt of de mensen dan meer papieren boeken gaan kopen. Als het antwoord ja is, dan is de relevante markt de markt van eboeken en papieren boeken. U ziet het al, de afbakening van een markt is hier dus cruciaal, immers hoe ruimer de markt hoe minder waarschijnlijk het is dat Amazon of wie dan ook er een machtspositie op heeft.

De strijd tussen Hachette en Amazon speelt zich voornamelijk af in de Verenigde Staten en daar is het marktaandeel van Amazon in de eboekenmarkt naar verluidt 67%.
Maakt Amazon dan misbruik van haar machtspositie? Van misbruik kan sprake zijn als een onderneming zijn macht gebruikt om te hoge prijzen te berekenen, zijn afnemers of leveranciers onbillijke voorwaarden oplegt, boycotmaatregelen neemt tegen onwillige handelspartners of weigert te leveren, afnemers in gelijke situaties anders behandelt of extreem lage prijzen rekent om zwakkere concurrenten uit de markt te verdringen. Vaak is de situatie zo dat dergelijke gedragingen op zich al aanduiden dat er van een machtspositie sprake is, aangezien een onderneming die een dergelijke positie niet heeft, zich deze praktijk niet kan veroorloven. Afnemers en leveranciers kunnen zich dan immers tot concurrenten wenden.

Het antwoord ligt voor de hand, als de markt van eboeken een aparte markt is dan maakt Amazon maakt misbruik van haar machtspositie. Wat staat Hachette dan te doen? Een klacht indienen bij het Department of Justice in de VS. Datzelfde department of Justice dat hetzelfde Hachette miljoenenboete heeft opgelegd voor het maken van kartelafspraken. Het kan verkeren…

Visie

Boekenbranche krijgt vier jaar om effectiviteit vaste boekenprijs te bewijzen

Zojuist is het rapport van de Raad voor Cultuur verschenen inzake de Wet op de Vaste Boekenprijs. Binnen de adviescommissie hebben wij diepgaand gediscussieerd over alle mogelijke voors en tegens van de wet, ik heb dat als een inspirerend avontuur ervaren. Wat daarentegen ontbrak waren harde feiten en cijfers.

Wat poogt de wet te bereiken?
De doelstellingen van de wet zijn een brede beschikbaarheid van boeken en een pluriform aanbod. Die vertalen de achterliggende ambitie van de Wet: een rijke boekencultuur in Nederland, waarin meer mensen meer lezen.

Verhitte discussie
De discussie die in het boekenvak woedt, is er in mijn ogen één van schijntegenstellingen. De voorstanders van de wet worden daarbij neergezet als hoeders van cultuur, de tegenstanders als aanhangers van het vrijemarktdenken. Met alle respect, maar die tegenstelling is niet relevant. Waar het om gaat, en dat wordt in het rapport van de Raad voor Cultuur ook duidelijk, is dat het gaat om de effectiviteit van de vaste boekenprijs.

Het advies
Welnu, wat zegt de Raad? Als de wet aantoonbaar effectief is (en het is aan de boekenbranche om dat aan te tonen) dan moet zij worden gehandhaafd. Als de effectiviteit niet kan worden aangetoond, dan dient zij te worden afgeschaft. En daar sluit ik me bij aan.

Ik voeg daar nog een overweging aan toe. Als nu eens zou blijken dat de wet een tegengesteld effect heeft dan haar bedoeling is, zou dan niet een ieder voorstander zijn van het afschaffen ervan? Zouden dan niet de tegenstanders de feitelijke hoeders van de cultuur in Nederland zijn?

Ik vind het een wijs advies van de Raad om de branche nog een termijn te gunnen om de effectiviteit van de wet aan te tonen. En of dat nu twee, vier of zes jaar moet zijn, dat is een kwestie van smaak.

Het woord en vooral de daad is nu aan de boekenbranche: Laat zien waarom de Wet op de Vaste Boekenprijs effectief is.

Visie

Amsterdammers voor Scheltema

Zaterdagmiddag werken bij Scheltema, zoals ik ooit deed. Zelden een lekkerder gevoel bij werk gehad als toen. Stel je voor dat je met meer dan 100 mensen in grotendeels dezelfde leeftijdscategorie en met grotendeels gelijksoortige interesses mag samenwerken. Niet alleen wordt zo’n plek voor het personeel een hunkerbunker, er werd nogal wat afgerotzooid, ook ontstaan in een dergelijke omgeving vriendschappen voor het leven. Drie draden liepen voor mij door mijn werkend bestaan als boekverkoper bij Scheltema. De verhouding met mijn collega’s die regelmatig uitmondde in verliefdheid, liefde en vriendschap. De verhouding met mijn klanten, die je daadwerkelijk verder kon helpen in het ontstellende aanbod. En het werken met boeken.

Ik heb bij Scheltema een aantal vriendschapen opgedaan, maar een springt er uit. Ik werkte samen met Ignas van Schaick (later uitgever geworden, zoals zoveel voormalige boekverkopers). Ignas en ik werden al snel vrienden. Op enig moment hebben wij elkaar opgebiecht waarom we elkaar zo leuk vonden. Ik vond Ignas een variant op Clint Eastwood, altijd rustig, altijd alles onder controle, behalve die keer dat we bijna slaande ruzie kregen (met anderen hoor, niet onderling) tijdens het poolen op de Warmoesstraat. Clint Eastwood wilde een andere café gast te lijf. En Ignas vond van mij zo mooi dat ik altijd mijn plan trok en vaak de meest wilde ideeën ook nog wist te verwezenlijken. En zo hadden en hebben wij respect voor elkaar.

Mijn klanten (ik heb literaire boeken verkocht en juridische literatuur) vond ik nu juist op zaterdagmiddag prettig. Over het algemeen was de sfeer dan uitermate gemoedelijk. Vaders op pad met hun kinderen (die gvd wel met hun poten van mijn boeken moesten afblijven), die eens gingen neuzen of er iets van hun gading was. En dan aan het einde van de dag gingen we met collega’s naar Teun de Vries, de zoon van Teun de Vries, de zoon van Teun de Vries in de Engelse Reet. En uiteindelijk ben ik via een van mijn klanten in de advocatuur gerold.

En dan verkocht je ook nog eens boeken. Voor wie nog nooit in een boekwinkel heeft gewerkt, een van de mooiste momenten voor een boekverkoper is het binnen komen van nieuwe boeken. Toen ik net boekverkoper was als broekie van 18, legde ik alles apart wat ik wilde hebben en ging ik bijna op de fles bij het afrekenen. Ik wilde ook perse zo snel mogelijk mijn achterstand inhalen op mijn lichtend voorbeeld Bas Senstius (mijn collega / baas bij Het Nieuwe Boekhuis in Leiden). Hij had alles gelezen en wist ook alles. En dus ging ik lezen op het neurotische af. Ik las een boek per dag en soms nog meer. En tussen de bedrijven door las ik de hele Russische Bibliotheek van kaft tot kaft, wonderbaarlijk dat mij dat niet in een psychiatrische inrichting heeft doen belanden. U moet het eens proberen, eerst alle boeken van Dostojewski achter elkaar uit lezen, en dan afronden met het verzameld werk van Willem Frederik Hermans, twee erkende lachebekjes uit de literatuurgeschiedenis.

Als ik allemaal zo terug kijk, was het eigenlijk een godswonder dat ik voor het werken bij Scheltema nog betaald kreeg ook, zo geweldig vond ik het. Ik bedacht mij onlangs dat ik het gewoon een voorrecht zou vinden als ik nog wel eens op zaterdagmiddag bij Scheltema zou mogen werken. Onbetaald natuurlijk. En zo ontstond mijn plan waarvan ik u bij deze kond doe.

Laten alle Amsterdammers die het boekenvak in het algemeen en Scheltema in het bijzonder een warm hart toedragen zich verenigen in Amsterdammers voor Scheltema en bij toerbeurt op zaterdagmiddag bij Scheltema gaan werken. Ik bied mij zelf al vast bij deze aan. En ik ben even gaan rondvragen en heb Kluun en Robert Vuijsje bereid gevonden om ook aan te schuiven. Wie volgt?

We gaan gewoon bij toerbeurt op zaterdag bij Scheltema werken. En wat we daar doen? Gewoon wat een boekverkoper doet, genieten van de boeken en genieten van de mensen om je heen. En ondertussen verkopen we zoveel dat Scheltema nog tot in lengte van jaren behouden blijft. Want passie is leuk, maar verkopen moet. Iedereen kan zich aanmelden door simpelweg op deze column te reageren. Schrijver, uitgevers, voormalige Scheltemanen, Amsterdammers voor Scheltema! En Scheltema regelt onze t-shirts. Ignas doe je mee?

Visie

Illegaal kopiëren is voortaan illegaal kopiëren

Vandaag heeft het Hof van Justitie in de zaak ACI/Stichting Thuiskopie bepaald dat kopiëren uit illegale bron illegaal is. Dat klinkt zo helder als glas en toch is het dat lange tijd niet geweest. Nederland kende als een van de weinige landen in de Europese Unie het uitgangspunt dat een kopie voor eigen gebruik altijd is toegestaan, zelfs als wordt gekopieerd uit illegale bron.

Het gevolg was dat Stichting Thuiskopie tot nu toe ook braaf een heffing legt op dragers die gebruikt kunnen worden om uit (al dan niet illegale bron) te kopiëren. Tegen die heffing kwam ACI in het geweer. ACI is de branchevereniging van importeurs en producenten van blanco cd’s en die zagen hun handel natuurlijk bedreigd door deze heffing, immers de blanco drager werd er duurder van.

De redenering van ACI was als volgt. Het kopiëren uit illegale bron zou verboden moeten zijn, ondanks het standpunt van de Nederlandse regering hierover. Als kopiëren uit illegale bron verboden is, dan is het natuurlijk raar om wel af te moeten rekenen over dragers waarop die illegale kopieën worden vastgelegd. Dat is zoiets als belasting heffen over verboden vuurwapens.

Het hof volgt ACI in dit standpunt en concludeert principieel dat de Nederlandse overheid er voortaan maar voor moet zorgen dat de rechten van belanghebbenden (auteursrechthebbenden) moeten worden beschermd door diezelfde overheid. Dus de overheid mag niet langer roepen dat kopiëren uit illegale bron is toegestaan, wat de overheid verder te doen staat is mij een raadsel.

Met diezelfde ijzeren logica redeneert het Hof dat het dan natuurlijk ook niet zo kan zijn dat Stichting Thuiskopie dan geld zou vangen voor illegale kopieën (even wennen hoor dat we dat in Nederland zou kunnen noemen) en dus mag Thuiskopie daar voortaan geen rekening meer mee houden.

De krankjoreme situatie doet zich dan voor dat het Hof een principiële uitspraak doet om auteursrechthebbenden te beschermen en dat tegelijkertijd Stichting Thuiskopie niet langer illegale kopieën mag meetellen voor de heffing op blanco dragers. Per saldo zou je dus kunnen zeggen dat in een poging om een principiële uitspraak voor de auteurs te doen, de auteurs worden benadeeld.

Stichting Brein is zeer verheugd, dat hoeven we verder niet toe te lichten, gefeliciteerd Tim. Kopiëren van muziek, boeken en films mag voortaan niet meer uit illegale bron. En Stichting Thuiskopie, is die dan diep ongelukkig? Nee hoor, Thuiskopie zegt in haar persbericht dat de Thuiskopieregeling in Nederland intact is gebleven (not). En dat een en ander geen gevolgen zal hebben voor de opbrengsten voor auteursrechthebbenden. Want zo meldt thuiskopie: de hoogte van de thuiskopievergoeding is gebaseerd op de bijdrage van de andere EU landen waarbij immers illegale kopieën niet worden meegeteld. Dat is natuurlijk quatsch. De hoogte van de bijdrage wordt natuurlijk naar beneden bijgesteld omdat ook Nederland een EU land is, waar voortaan net als in andere landen geldt dat illegale kopieën niet worden meegeteld.

Vraag aan u als lezer, wie heeft er gewonnen?

Visie

Coalitie Burgers tegen Plasterk verzoekt interventie bij Europees Hof

Er is een interessante ontwikkeling in de zaak Burgers tegen Plasterk. We verzoeken het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) om te interveniëren in de zaak die Big Brother Watch e.a. hebben aangespannen tegen het Verenigd Koninkrijk. In het geval dat ons verzoek wordt toegewezen, kan het betekenen dat het EHRM al in een vroeg stadium een uitspraak doet die relevant is voor onze zaak.

Privacy not Prism

Big Brother Watch, Open Rights Group, English PEN en Constanze Kurz startten een zaak tegen het Verenigd Koninkrijk waarin ze de rechtmatigheid van surveillancemaatregelen van de Engelse diensten aanvechten. Het gaat daarbij specifiek om het PRISM programma (waartoe Engelse diensten toegang zouden hebben) en TEMPORA (waarmee de Engelse dienst het internetverkeer over de glasvezelkabels tussen Europa en Amerika aftapt). Door procedurele redenen hoeft de zaak niet alle nationale instanties te doorlopen – zoals normaal wel vereist is – en kan Big Brother Watch de zaak direct voorleggen aan het EHRM. Dat Hof heeft al aangegeven deze zaak met spoed te behandelen. (Meer informatie over de Big Brother Watch e.a. zaak vind je op Privacy Not Prism.)

Overeenkomsten met Burgers tegen Plasterk

Onderdelen van de zaak van Big Brother Watch e.a. tonen verwantschap met en zijn relevant voor de zaak Burgers tegen Plasterk. In die zaak eist een coalitie van burgers en organisaties dat de Nederlandse Staat stopt met het gebruiken van gegevens die (mogelijk) niet in overeenstemming met de Nederlandse wet zijn verkregen. De procespartijen in Big Brother Watch stellen zich, net als Burgers tegen Plasterk, op het standpunt dat het verzoeken of ontvangen van data van buitenlandse inlichtingendiensten niet in overeenstemming is met het artikel 8 EVRM.

Elke belanghebbende kan het EHRM verzoeken om te mogen interveniëren. Omdat de gelijkenis met onze zaak zo groot is en het belang van de coalitie daarmee gegeven is, achten we de kans groot dat het Hof ons verzoek zal honoreren.

Consequentie van interventie

Normaliter mogen procespartijen pas naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens als alle nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput. Dat betekent dat de zaak moet zijn voorgelegd bij de rechtbank, het hof en de Hoge Raad.

Als ons verzoek wordt toegekend, zijn we geen formele procespartij in de Big Brother Watch-zaak, maar mogen we wel een schriftelijk stuk indienen. Daarin zullen wij het EHRM wijzen en informeren over punten die in onze zaak relevant zijn, waardoor de kans groter wordt dat het Hof een uitspraak doet die relevant is in onze zaak. En dat op een veel kortere termijn dan wanneer we eerst alle rechtsmiddelen hadden moeten doorlopen. De Nederlandse rechter zal de uitspraak van het EHRM moeten meewegen in zijn eigen uitspraak.

De eerstvolgende stap in onze rechtszaak, de comparitie na antwoord, zal deze zomer plaatsvinden. De datum van de mogelijke interventie is nog onzeker.

Lees hier het volledige verzoek tot interventie.

Visie

Ecosysteem

Ik hoor nogal eens dat de boekenbranche in Nederland een uitgebalanceerd ecosysteem zou zijn. Een systeem dat je in stand moet houden en dat je niet mag doorkruisen door bijvoorbeeld het doen van woeste overnames, zo zag ik Fabian Paagman beweren. Als ik zoiets lees, dan begint zo ongeveer alles in mij te kriebelen. Laat ik voorop stellen dat het omvertrekken van een zorgvuldig uitgebalanceerd ecosysteem dat uitstekend functioneert een zeker risico met zich meebrengt. Datgene wat er voor in de plaats komt moet dan op zijn minst even goed, maar eigenlijk beter zijn, want waarom zou je anders de moeite nemen?

Aan de redenering rond het veronderstelde ecosysteem ligt natuurlijk wel ten grondslag dat het een goed functionerend ecosysteem zou zijn. Functioneert het ecosysteem van het boekenvak goed? Ja hoor, op sommige punten zelfs meer dan goed, en dan noem ik even een handvol clubs op die een bijdrage aan dat beroemde ecosysteem leveren, zoals CPNB, CB, NUV en KBb. Er zijn maar weinig branches in Nederland die zich zo goed georganiseerd hebben als het boekenvak en dat is zeker toegevoegde waarde voor iedereen die er in rond loopt.

Ging de ecosysteemdiscussie dan over het opblazen van een van deze clubs wellicht? Welnee, het zat een aantal mensen niet lekker dat Novamedia Scheltema heeft over genomen, nadat al eerder Uitgeverij Amsterdam, Wereldbibliotheek en ECI aan de parelketting waren geregen. Paagman vond de overname zelfs een misplaatste actie omdat Novamedia door de bestaande verhoudingen heen zou roeien. Wat blijkt, er was nog een andere partij in de race die ook Scheltema wilde hebben en die achter het net viste.

Tja, ik zie hier niets raars in. Scheltema komt vrij, verschillende partijen geven aan geïnteresseerd te zijn. Een van die partijen biedt de beste deal aan de curator, de curator verkoopt de tent aan die partij. Wat roeit hier dan door bestaande verhoudingen heen? Een failliete winkel kenmerkt zich door een volstrekte afwezigheid van bestaande verhoudingen. Volgens een onderschrift van Paagman had de winkel ook naar “een echte boekenondernemer” kunnen gaan. Novamedia is dus blijkbaar geen echte boekonderneming.

Kom op zeg. Ik ken Fabian, tot mijn innige genoegen overigens, als iemand die graag en veel door het o zo uitgebalanceerde ecosysteem van het boekenvak heen roeit. Als er iemand is die durft te zeggen wat er niet zo goed gaat bij bijvoorbeeld CB is het Fabian wel. Bij Paagman is het dwars roeien zo ongeveer tot kunst verheven, hetgeen hem geen windeieren heeft gelegd. Hij doet het goed als boekondernemer. En dan plotsklaps komt de Paagmanboot een boot tegen die net iets sneller roeide dan hij op het beslissende moment en die verwijt hij vals spel. Dat heet jengelen. Kom op Fabian, grote jongen zijn. Tranen wegslikken, rug recht, borst vooruit en hup met die roeiboot.

Visie

Illegaal downloaden

Illegaal downloaden bestaat niet. Dat is alvast misverstand nummer 1. Je mag downloaden zoveel je wilt in Nederland, maakt ook niet uit of je downloadt uit illegale bron. Wat niet mag is uploaden zonder toestemming van de auteursrechthebbende. En met die beperking kun je de gemiddelde downloader vaak toch nog te grazen nemen omdat veel sites waarvan je bestanden kunt downloaden aan de achterkant een vinkje hebben aanstaan waardoor de onschuldige downloader gelijktijdig illegaal uploadt. Wie deze alinea doorleest realiseert zich natuurlijk dat deze Kafkaëske situatie alleen maar kan zijn verzonnen door juristen, waar zouden we zijn zonder?

Het doel van deze column is niet om er eens uitgebreid voor te gaan zitten om de arme lezer uit te leggen waarom juristen met een dergelijke redenering kunnen leven. Nee, ik wil het graag hebben over de onrust die is ontstaan over het schijnbaar ongebreidelde downloaden van digitale boeken. Zowel auteurs als uitgevers klagen steen en been. Betrokkenen uit de muziekindustrie lachen zich inmiddels een bult om alle commotie en vragen mij of het boekenvak de afgelopen 15 jaar heeft liggen slapen.

Volgens een recent onderzoek van GFK zouden negen van de tien boeken die op een ereader staan onbetaald gedownload zijn. Volgens een recent artikel in het AD ontdekte Saskia Noort dat haar boek “ Debet” op één site maar liefst 15.000 keer was gedownload zonder betaling.

De reacties zijn voorspelbaar. Volgens sommigen (de SP gaat er al Kamervragen over stellen) betekent dit regelrechte diefstal van de rechthebbenden. Lopen auteurs en uitgevers daardoor inkomsten mis en zou het zelfs een verklaring zijn voor de geringe penetratiegraad van eboeken in Nederland. Dream on.

Toen 15 jaar geleden de muziekindustrie werd geconfronteerd met onbetaald digitaal kopiëren, leidde dat tot dezelfde reacties. Er werd luidkeels geroepen dat het hier ging om illegaliteit (not), dat het ging om criminaliteit (not) en dat het ging om broodroof (er zijn aanwijzingen dat mensen die veel downloaden ook veel kopen). En dus ging men het onbetaald downloaden te vuur en te zwaard te lijf. Er werd geprocedeerd tegen donwloaders (met name in de VS), de prijzen van digitale downloads werden door de industrie kunstmatig hoog gehouden en er werden miljoenen uitgegeven aan beveiliging.

Het resultaat van dat alles? Pirate Bay bestaat nog steeds. Digitaal downloaden begint haar belang te verliezen ten faveure van streaming muziek luisteren (betaald, ja ja) en niemand gelooft meer in beveiliging. Kortom in de muziekindustrie is het zo langzamerhand niet meer van belang of kopiëren of downloaden juridisch is toegestaan. Het onvermijdelijke is aanvaard. Er wordt gekopieerd als iets digitaal beschikbaar is. En het enige dat je daar tegen kunt doen is niet dezelfde fouten maken als de muziekindustrie. Dus niet de prijzen hooghouden, een prijs van € 15,– voor een eboek is veel te hoog. Beveiligen is zinloos, elke beveiliging is te kraken. Procederen kost veel geld (laatste procedure Brein Pirate Bay alleen al meer dan 3 ton aan advocaatkosten) en levert niets op. Dergelijke vergaande maatregelen zijn te vergelijken met het invoeren van de doodstraf voor het rijden door rood licht. Met dat verschil dat dat waarschijnlijk wel helpt.

En wat moet je dan wel doen? Alternatieven bieden. Zorg dat de toegang tot boeken digitaal of analoog zo laagdrempelig is als maar mogelijk. Verlaag de prijzen als het even kan, of varieer er mee. Stop met beveiliging. Onderzoek of streaming ook waar het gaat om boeken een levensvatbaar businessmodel is. Afgelopen jaar verdiende alleen al de muziekbranche in Nederland 38 Miljoen EURO aan Spotify. Verbieden en beschermen zijn op Internet doodzondes. Faciliteren is het enige dat helpt.

Visie

Boeken en verkopen

Wat een mooie tweedeling liep er weer de afgelopen weken door de wereld. Zagen wij aan de ene kant de jongens van het snelle geld die werkelijk geen stuiver interesse hebben in het boek, dan stuitten wij aan de overkant al snel (als Bassie op Adriaan) op de absolute liefhebber, die met passie voor het vak een vlammend betoog weet te houden om nu juist dit speciale boek bij zijn klant aan te prijzen. De liefhebbers tegen de geldwolven. Voor wie de wereld op die manier indeelt is die ook wel heerlijk overzichtelijk. Door Amerikanen word je afgeluisterd, Marokkanen zijn crimineel en Amsterdammers hebben een grote bek. Langs deze tweedeling zijn de mannen van Polare geldwolven en hebben de vertegenwoordigers van het boekenvak die nog niet failliet zijn het bij het rechte eind, want zij houden van het vak en van het boek.

Nu acht ik de gemiddelde boekenvakker hoog. Ik zie mensen die bovengemiddeld intelligent lijken, ik zie liefhebbers en ik zie mensen met passie. Maar ik zie gelijktijdig oogkleppen, gelijkhebbers en mensen die het onderscheid tussen commercie en hondenpoep niet kunnen maken.

Ik werkte ooit bij Scheltema op het Koningsplein in Amsterdam op de juridische afdeling. Een van de boeken die we daar hadden staan was het “Persian-English Legal dictionary.” Toen ik bij Scheltema kwam werken, in 1989 stond het boek er al acht jaar op de plank. Al acht jaar! Waarom stond het er al zo lang, omdat het beneden de stand was van Scheltema om aan zoiets barbaars als een uitverkoop mee te doen en dus bleef het boek een plaats innemen in de kast. Op enig moment, zo ergens in 1993, zag ik op een zaterdag dat het boek verdomd verkocht was! Blijdschap was mijn deel. Eindelijk…Vier weken later echter zag ik tot mijn stomme verbazing het boek weer op de plank staan. Navraag bij mijn collega’s leverde het navolgende resultaat op: “Ja ik heb het bijbesteld, want ik vind dat dit boek op onze afdeling niet mag ontbreken”. Sic. Bij ons werd de gepassioneerde collega op de afdeling tenminste nog geflankeerd door commerciële bloedhonden als ondergetekende, die hoe gepassioneerd ook, toch ook rekening hielden met omloopsnelheid, terugverdientijd et cetera. Bij sommige andere afdelingen regeerden koningen in hun koninkrijkjes aan het Koningsplein en hun voornaamste criterium bij hun voorraad was of zij vonden dat een boek er moest zijn, niet of het ook werd verkocht.

Een dergelijke opstelling is in de boekwinkel van vandaag de dag niet meer voorstelbaar. Elk dubbeltje moet worden omgedraaid en bijbestellingen mogen alleen worden gedaan als de verwachting is dat het boek ook daadwerkelijk binnenkort verkocht gaat worden of als het werkelijk zo uitzonderlijk bijzonder is, dat de enkele aanwezigheid er van, je winkel al een bijzondere aantrekkingskracht oplevert. Diezelfde sfeer hangt er bij de uitgeverij. Slechts een enkele uitgever (in de categorie Van Oorschot) zal nog bewust aan kruissubsidiëring doen, het overgrote deel van de uitgevers maakt per boek een calculatie en past de oplage aan de te verwachten verkopen binnen zes weken na verschijning aan. In die zin is de markt van het boekenvak de afgelopen jaren in een rap tempo noodgedwongen gecommercialiseerd. En terecht. Zonder een gezonde financiële huishouding kom je er niet, hoeveel je ook van boeken houdt.

Kijken we nu naar de mannen van Polare, Paul Dumas voorop. Zij worden door de gelijkhebbers (en dat is iedere boekenvakker die nog niet failliet is) bij voorkeur neergezet als geldwolven die DUS geen passie voor het boek hebben. Nu heb ik mij de laatste tijd ook niet onbetuigd gelaten waar het gaat om mijn kritiek op de Polare-mannen, waaronder uitdrukkelijke commissaris Cor Molenaar. Maar die kritiek betreft dan voornamelijk het hebben van een grote bek, het vervolgens op diezelfde bek gaan, en het geven van de schuld aan anderen. Maar je hoort mij niet zeggen dat men bij Polare geen hart voor boeken zou hebben. Het grootste gedeelte van Polare immers wordt nog steeds bepaald door de boekverkopers die er werken. En wie weet heeft zelfs Paul Dumas thuis een welgevulde boekenkast. Zonder gevoel kun je geen boeken verkopen, zonder verstand evenmin.

Visie

Plasterk gedwongen open kaart te spelen over afluisterpraktijken

Advocaat Christiaan Alberdingk Thijm dwong met een rechtszaak minister Plasterk open kaart te spelen over afluisterpraktijken. Maar dat is slechts een begin, schrijft hij in een opiniestuk voor het Parool.

Sinds woensdag hangt het politieke leven van minister Ronald Plasterk aan een zijden draadje. Plasterk heeft de Kamer verkeerd geïnformeerd over de herkomst van 1,8 miljoen gegevens, metadata, die opdoken in documenten van de Amerikaanse inlichtingendienst NSA, gelekt door Edward Snowden. De gegevens waren door de NSA vergaard in Nederland, zo verklaarde Plasterk in oktober.

Woensdag moest Plasterk zich verdedigen in een zaak aangespannen door een coalitie van burgers en belangenorganisaties. De coalitie ‘burgers tegen Plasterk’ wil dat de rechter de uitwisseling van illegale data verbiedt. Het gaat om informatie die diensten als de NSA op ongeoorloofde wijze in Nederland hebben vergaard en vervolgens aan onze eigen diensten verstrekken. Zo wordt illegale data alsnog witgewassen.

Over de 1,8 miljoen gegevens merkt Plasterk op dat deze ‘door de Staat in het kader van de internationale samenwerking rechtmatig zijn verkregen en rechtmatig aan andere landen zijn verstrekt’. Politiek is Plasterk in de problemen gekomen omdat de diensten de data dus niet van de Amerikanen hebben gekregen. Wij hebben de data zelf vergaard en aan de NSA gegeven.

In zijn antwoord op de eis van de coalitie betwist Plasterk niet dat de diensten data ontvangen en gebruiken van de NSA. Hij is alleen niet van plan te verifiëren of het illegale data betreft. Dat is namelijk niet gebruikelijk: er wordt geen navraag gedaan ‘naar de bronnen en/of gebruikte methoden en technieken’. Plasterk schrijft dat de diensten zich alleen aan de eigen wet hoeven te houden. Omdat die wet in het buitenland niet van toepassing is, kan men daar ongebreideld informatie verzamelen, zo is de gedachte. Ook als daarmee in strijd met de persoonlijke levenssfeer van Nederlandse burgers wordt gehandeld.

Zo ontstaat een beeld van nationale diensten die naar lieve lust data vergaren in het buitenland, zonder zich daarbij iets aan te trekken van de buitenlandse wetgeving. Vervolgens wordt deze data uitgeruild met de buitenlandse inlichtingendienst. De AIVD krijgt zo informatie in handen die de NSA heeft verzameld over Nederlanders en vice versa. In Nederland houdt men zich aan de wet en over een pakketje data uit het buitenland stellen we geen vragen.

Nationale grenzen aan de macht van inlichtingendiensten hebben geen zin als wij accepteren dat ze in het buitenland vrijelijk hun gang kunnen gaan. Nederland is lid van een select gezelschap geheime diensten, de ‘nine eyes’. Deze club landen wisselt op grote schaal informatie met elkaar uit. De informatie die de Nederlandse diensten in eigen land niet mogen vergaren krijgen ze zo alsnog van de Amerikanen toegespeeld.

Dat Plasterk door de rechtszaak gedwongen is openheid van zaken te geven, is een eerste overwinning in deze procedure. Er is weinig bekend over het reilen en zeilen van onze inlichtingendiensten. Democratische controle op de diensten is nauwelijks aanwezig. Een van de redenen om deze zaak te voeren is om de overheid tot meer transparantie te dwingen. De hoofdreden is echter dat de internationale ruilbeurs van illegaal verkregen data een halt toegeroepen moet worden. Wanneer bij het vergaren van informatie grond- en mensenrechten worden geschonden, moet Nederland geen gebruik willen maken van die informatie. Dat geldt voor informatie die door marteling is ontfutseld net zo goed als voor informatie die door privacyschendingen is afgetapt.

In juli trad de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker af. De reden? De geheime dienst van Luxemburg kon jarenlang ongestoord burgers, politici en zelfs de groothertog afluisteren. Juncker, sinds 1995 premier, erkende nooit veel interesse te hebben in de geheime dienst.

Het wordt tijd dat we ons meer gaan interesseren in onze diensten. Het verkeerd informeren van de Kamer mag een politieke doodzonde zijn, het aannemen van informatie die in strijd met grond- en mensenrechten is verzameld is maatschappelijk onaanvaardbaar.

Christiaan Alberdingk Thijm is advocaat bij bureau Brandeis en treedt op namens de coalitie burgers en belangenorganisaties in de zaak tegen Plasterk.

Dit stuk verscheen op 8 februari 2014 in het Parool.

Visie

Gangsta!

Wat is de overeenkomst tussen Polare en Wibi Soerjadi? Zij hebben beiden een verhaal waarin alleen zij zelf geloven.

Wibi kennen we als de pianovirtuoos. Wibi speelt Bach, Wibi is een ragfijne jongen die enorm getalenteerd is. Hij lijkt met speels gemak een concert te geven. Wibi in de media kreeg tot nu dezelfde soort aandacht als ooit Michael Jackson. De wereld keek een beetje meewarig naar hem Wibi woonde in zijn eentje in een kast van een huis. Wibi liet in interviews weten dat hij gek is op Ferrari’s en Disney figuren, hij spaart ze allemaal. Wibi creëerde zijn eigen Neverland. So far Wibi. Maar de laatste weken is Wibi opeens op een heel andere manier in het nieuws. Wibi heeft het uitgaansleven ontdekt, onder invloed van zijn nieuwe vriendin Celine. Hij brengt het alsof iedereen het moet weten, met kreten als: “in een club doet iedereen gek”. Wibi wordt dronken gefotografeerd, Wibi wordt geweigerd in clubs, Wibi gaat inderdaad helemaal los.

Het hoogtepunt van het Wibi-verhaal vond ik een interview met hem in het AD van vorige week, Daarin liet Wibi optekenen dat hij inmiddels in het uitgaansleven bekend stond als Wibi G. Wibi G!! G staat voor Gangsta. Wibi  een gangster. Zelden zo gelachen als toen ik dat las. Denkt Wibi nu echt dat mensen dat menen als ze hem Wibi G. noemen? Denkt Wibi echt dat zijn imago hierdoor opeens het imago wordt van een zuipende mannetjesputter? Gaat er iemand hardlopend van door als Wibi G. er aan komt? Natuurlijk niet. Wibi was een kind en blijft een kind. Maar Wibi vindt zichzelf een gangsta.

Dan Polare. De mannen van Polare, toch bekend om hun uitgesproken mening  lieten zich gisteravond niet zien op tv. Ze lieten hun directeur de kastanjes uit het vuur halen bij Pauw & Witteman, die dat knap deed. Maar daar had natuurlijk Dumas moeten zitten. Dan had hij kunnen uitleggen wat precies zijn visie was en waar hij het heeft verknald of onderschat, wat ook een vorm van verknallen is. Pro Cures heeft gefaald, zoveel is zeker. Maar Polare ziet dat heel anders. Polare doet een beroep op haar partners. Het kan toch niet zo zijn dat er een boekenketen als Polare in puin valt? Het kan toch niet zo zijn dat CB weigert aan de eisen van Polare tegemoet te komen? Het gaat maar om drie miljoen? Dat moet toch iemand kunnen ophoesten? We hebben toch een case, we kunnen de tent winstgevend maken binnen een paar maanden, als maar iemand die sloot geld er in pompt. Wij geloven in onze business-case. We gaan er voor en we gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet, want zonder ons valt het boekenvak in elkaar.

De wereld om Polare heen weet wel beter. Polare heeft haar hand overspeeld. Polare is hard schreeuwend als een gangsta de boekenbranche binnen gedenderd. Ze zouden dat suffe zooitje wel eens even opschudden. Dat dat suffe zooitje niet op gangsta’s zat te wachten is blijkbaar niet in het hoofd opgekomen. Het is mislukt jongens, het is over. Jullie gaan dus wel naar huis, en wel meteen en wel meteen. Polare G is door de mand gevallen.

Wibi G en Polare. Het lieve jongetje dat zich voordoet als een gangsta en de gangsta’s die zich voordoen als de hoeders van het nationaal erfgoed. Het ga jullie goed, blijf geloof houden in jezelf maar val ons er niet mee lastig.

Visie

Een boek lezen?

Waarom zou ik vandaag de dag een boek lezen? Ik lees de hele dag al alle mogelijke informatie vanaf mijn beeldscherm. Voorop natuurlijk omdat ik de godganse dag mailtjes aan het schrijven en beantwoorden ben. Daarbij werk ik natuurlijk multiscreen, ik beantwoord mail vanaf mijn pc op kantoor, maar ook thuis, vanaf mijn iPad en vanaf mijn mobiel. Ik communiceer voortdurend en lees daarbij niet alleen via outlook, maar ook via Twitter, LinkedIn, WhatsApp en wat dies meer zij. Ik houd via mijn schermen het nieuws in de gaten en ik speel en passant Wordfeud. Terug naar mijn vraag, waarom zou ik dan nog een boek lezen? Ik word toch al overvoerd met tekst?

Ik lees boeken omdat een boek voor mij het enig mogelijke eiland in de woelige baren vormt. Als ik me even niet bezig wil houden met mijn werk, met mijn gezin, met mijn vrienden, met mijn familie, met mijn klanten, dan maak ik graag even tijd voor mezelf. Die tijd die vind ik als ik reis met de trein en in mijn bed. Alleen daar en dan lees ik een boek. En alleen daar en dan is er rust.

Mijn leesdrift stamt al van mijn vroegste jeugd. Als 7-jarig jongetje las ik (Pietje Bell, Wipneus & Pim, Arendsoog en Pinkeltje) staande in mijn bed bij het hoge raam, verlicht door een straatlantaarn en half verstopt achter mijn gordijn. Als ik mijn vader de trap op hoorde komen, dook ik vliegensvlug onder de dekens om te wachten tot het ontdekkingsgevaar geweken was. Toen ik een brilletje moest, was mijn eerste gedachte, dat ik dat brilletje natuurlijk aan mij zelf te wijten had. Ik had mijn ogen “verpest” door met te weinig licht te lezen.

Alles wat mijn veellezende moeder in haar boekenkast had staan las ik, maar dan ook alles. Zo herinner ik me Konsalik, Ina Boudier Bakker, Arthur van Schendel en Hannah Green, maar gelukkig ook Steinbeck. Met die bagage bleek ik op de middelbare school mijn klasgenoten vooruit. Sommigen van hen (jaja zelfs op het Gymnasium) bleken niet verder te zijn gekomen dan Kuifje en Asterix en Obelix (overigens smullen die strips). Mijn boekenlijst samenstellen vond ik een genot. Het was alleen maar moeilijk om te bepalen wat er dan af moest vallen. Mijn leraar Nederlands beschermde mij tegen mezelf toen ik op mijn lijst steeds als één boek wilde opgeven: alles van Louis Paul Boon, alles van Jan Wolkers, alles van W.F. Hermans. Doe dat maar niet jongen, dat is veel te veel.

Direct na de middelbare school werd ik als erkend gewetensbezwaarde (u weet wel, vroeger had je dienstplicht en als je niet in dienst wilde moest je je geweten aan een lakmoesproef onderwerpen) tewerk gesteld op de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken (en Werkgelegenheid, hahaha). Daar had ik ongeveer een half uur werk per dag en de rest van de tijd vulde ik met het lezen van alle toen beschikbare delen van de Russische bibliotheek. Beginnend met deel 2 van Gogol (welke halve gare geeft nu iemand deel 2 cadeau?) heb ik ze allemaal gelezen. Toen hoefde ik nog niet te woekeren met mijn tijd en zo las ik naast de Russische bibliotheek alles wat los en vast zat. Volstrekt neurotisch natuurlijk (maar gelukkig zijn neurotici de fakkeldragers van onze beschaving, citaat volgens mij van Kurt Tucholsky). Had ik eenmaal Hemingway  ontdekt dan leende ik bij de bibliotheek alle beschikbare boeken van hem en las zijn gehele oeuvre in een maand tijd uit (das doorlezen hè, dan zit je al gauw op een boek per dag).

Altijd zijn er schrijvers geweest waarvan ik alles wilde lezen,  vandaag de dag zijn dat bijvoorbeeld A.F. Th. Van der Heiden en Haruki Murakami. Altijd zijn er schrijvers geweest aan wiens verschijning ik instinctief een hekel had en die ik daarom dus niet las. Was dat voorheen Harry Mulisch, vandaag is dat Arnon Grunberg. Het koketteerderige dat ze beiden hebben / hadden, stoot mij af. En dus kan ik hun boeken ook niet als mijn vrienden beschouwen, hoe goed ik ook de per ongeluk gelezen novelle: “Wat gebeurde er met sergeant Massuro?” vond.

Nu vertoef ik al sinds jaar en dag in de boekenbranche. Ik ben boekverkoper geweest, uitgever en nu als advocaat werk ik niet langer in, maar voor het boekenvak; maar toch kent  eigenlijk niemand mijn persoonlijk boekenliefdesverhaal. Zouden dit soort verhalen niet meer bekend moeten zijn? Zou op die manier de liefde voor het lezen van boeken, het zo particuliere en bevrijdende gevoel van het even alleen met je boek zijn, niet een aanzuigende werking kunnen hebben op anderen? Zou het lezen van een boek afgezet tegen het de godganse dag versturen en ontvangen van WhatsApp berichten niet op die manier meer gepromoot kunnen worden? Mag ik alsjeblieft aan iedereen  uitleggen hoe fijn het is om boeken te lezen….

Visie

Commissie Dessens scherp op samenwerking met buitenlandse diensten

Op twee december presenteerde de Commissie Dessens haar rapport ‘Evaluatie Wet op de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002‘ (pdf). Naast een meer algemene evaluatie van de wet behandelt de commissie in het bijzonder de bevoegdheden van en het toezicht op de diensten. Ook in het licht van onze rechtszaak Burgers tegen Plasterk staat er een interessant citaat in dit document. Daar schrijft de commissie over de samenwerking met buitenlandse inlichtingendiensten (zoals omschreven in artikel 59 van de Wiv):

“De evaluatiecommissie vindt dat het wettelijk kader in artikel 59 heroverweging verdient en dat, mede in het licht van de recente discussies over de activiteiten van de NSA, nader onderzocht moet worden of de Wiv voor de samenwerking met buitenlandse diensten voldoende rechtsstatelijke en democratische garanties bevat.”

De Commissie Dessens gaat niet verder in op dit onderwerp, maar verwijst naar een rapport van de Commissie Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Deze toezichthouder kondigde in maart van dit jaar aan de samenwerking met buitenlandse diensten te onderzoeken. Het rapport werd in het najaar verwacht. Er zit echter enige vertraging in het feit dat het ministerie van Binnenlandse Zaken het rapport eerst ontvangt en daarna met een begeleidende reactie naar de Tweede Kamer stuurt. Minister Plasterk heeft toegezegd het rapport zo snel mogelijk, en in elk geval binnen de wettelijke termijn van zes weken, aan de Kamer te sturen. Wij verwachten dat dat net voor of net na het Kerstreces (20 december tot en met 13 januari) zal zijn. Hoe het ook zij, zodra het rapport is verschenen publiceren wij er op deze plek over.

Visie

Via de NSA wordt illegale data door Nederland witgewassen

In 1926 werd de Amerikaan Roy Olmstead veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf met zware arbeid vanwege de handel in alcoholhoudende dranken. In de tijd van de drooglegging was dat verboden in de Verenigde Staten. De uitspraak was controversieel omdat de politie het bewijs tegen Olmstead, zelf een voormalig politieman, vergaarde door zijn telefoon illegaal af te luisteren.

Het Amerikaanse Hooggerechtshof bekrachtigde de uitspraak. Maar niet alle rechters van het hof waren het daarmee eens. Rechter Brandeis schreef een ‘dissenting opinion’. Brandeis betoogde dat telefoongesprekken privé waren, net als brieven waren verstuurd met de post, en daarom dezelfde mate van bescherming verdienden. Hij waarschuwde dat door de technologische vooruitgang de overheid steeds meer mogelijkheden kreeg om in de persoonlijke levenssfeer van de burger binnen te dringen.

In 1967 ging het Hooggerechtshof  ‘om’ en oordeelde dat bewijs verkregen door een onrechtmatige telefoontap niet toelaatbaar was.

Onthullingen

Dankzij de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden weten we dat dit de Amerikaanse inlichtingendienst er niet van heeft weerhouden buitenlanders op grote schaal illegaal af te luisteren. De NSA onderschept maandelijks miljoenen telefoontjes in Europa. Alle regeringsleiders spreken er schande van; bondskanselier Angela Merkel, zelf slachtoffer van de NSA, voorop.

Naarmate we meer te weten komen over de omvang van het afluisterschandaal, hoe schrijnender die protesten klinken.

Het blijkt dat nationale inlichtingendiensten zoals de AIVD profiteren van de illegale praktijken van de Amerikaanse collega’s. Ministers Plasterk en Hennis kunnen niet ontkrachten dat de AIVD data uitwisselt met de NSA en op die manier illegale data in handen krijgen. ‘Dat is de wereld van de diensten. Zo werken zij’, is daarop de reactie. De AIVD zegt daarover op de eigen website dat het nu eenmaal de werkwijze tussen bevriende inlichtingendiensten is de herkomst van de data geheim te houden.

De massale afkeuring van de NSA-praktijken wordt navrant wanneer men er kennelijk geen bezwaar tegen heeft informatie die is verkregen in strijd met onze eigen wetten te gebruiken. Inbreuken op onze persoonlijke levenssfeer door de Amerikanen worden zo stilzwijgend door onze eigen overheid gebillijkt. Het resultaat is dat via de sluiproute NSA-AIVD illegale data wordt witgewassen.

Valt daar dan niets tegen te doen? Een coalitie van burgers en organisaties is vandaag een procedure gestart tegen de Nederlandse Staat. Bij de rechtbank Den Haag eisen zij dat de overheid stopt met het gebruiken van data die illegaal is verkregen.

De Nederlandse overheid is verplicht actief maatregelen te treffen om de grondrechten van haar burgers te beschermen, onder meer het recht op privacy en de vrijheid van meningsuiting. Het recht op privacy beschermt strafrechtadvocaten tegen het meeluisteren van de politie bij gesprekken met hun cliënten. De vrijheid van meningsuiting beschermt journalisten tegen een overheid die wil weten wie hun bronnen zijn.

Het Europees Hof van de Rechten voor de Mens (EHRM) heeft zich al meerdere malen uitgesproken over de grenzen van aftapprogramma’s van inlichtingendiensten. Die grenzen moet heel nauwkeurig worden geformuleerd, zodat dit soort programma’s ‘de democratie niet vernietigt onder het mom die te verdedigen’. Misbruik van wettelijke bevoegdheden moet te allen tijde worden voorkomen.

Geen excuus

De achterdeur die de AIVD heeft gecreëerd door via de NSA illegale data te gebruiken voldoet niet aan de waarborgen die het EHRM eist. Onzekerheid over de wijze waarop data is verkregen, is geen excuus om het materiaal te gebruiken.

Wanneer de herkomst van de data niet met zekerheid valt vast te stellen, moet die data ook niet worden gebruikt. Net zoals dat iedereen begrijpt dat bij de verdenking dat iemand je gestolen spullen aanbiedt, je gewoon geen handel met hem moet drijven.

Brandeis noemde de regering in zijn ‘dissenting opinion’ in de Olmstead-zaak de alomaanwezige, sterke leraar. ‘De regering geeft les door het voorbeeld te geven, het goede of het slechte.’ Het is nu tijd dat de Nederlandse overheid het goede voorbeeld geeft en stopt met het gebruik van illegale data.

Dit stuk verscheen op 27 november 2013 bij de Volkskrant.

Visie

Oliemannetje in de boekenbranche

Volgens Jan van de Wouw, een van de bazen bij Polare moet het roer zes maal om in het boekenvak. Hij roept de branche op tot vernieuwing en doet alvast een voorzet in Boekblad, hij roept met name uitgevers op om de winkel (lees Polare) meer tegemoet te komen. Dat kan door het leveren in consignatie, door het geven van grotere korting en / of door het hanteren van een langere factuurtermijn. Willem Donker is er eens goed voor gaan zitten en dient Van de Wouw van repliek en op met name het stuk van Donker wordt door de halve branche gereageerd.

Allereerst is er de ondertoon van wat moet die vreemde snoeshaan zich met onze branche bemoeien? Dat lijkt mij een onzinnig uitgangspunt. Natuurlijk zal iemand die vers een nieuwe branche instapt zijn licht moeten opsteken over hoe tot dan toe de paarden lopen, maar geen wet die hem verbiedt om vervolgens te trachten die paarden allemaal de andere kant op te laten lopen, of te slachten en als paardenbiefstuk te verkopen. Daarbij kan de achtergrond van olieman Van de Wouw (hij heeft tien jaar bij BP gezeten) net zo goed een voor- als een nadeel zijn. Een frisse kijk kan er voor zorgen dat alle onzin waar de boekenbranche rijk aan is, met een machtige armzwaai overboord wordt gegooid. Dezelfde kijk kan ook leiden tot het weggooien van het kind met het badwater of tot het opnieuw uitvinden van het wiel. Het ligt dus aan oliemannetje Van de Wouw zelf of hij voor- of nadeel trekt uit zijn andere achtergrond.

In de andere reacties wordt over elkaar heen gebuiteld met heldere en minder heldere rekensommetjes van wat boekhandel en uitgever nu over houden. Een opvallende reactie is van Joost Nillissen die zich zelf introduceert als “zeurend getalenteerd schrijver”. Hij roept er toe op om de wereld van het boek terug te laten gaan naar haar bron: “een auteur, een uitgever en een winkel”. Met alle respect, maar dat is de bron van de wereld van het boek niet. De wereld van het boek wordt in de kern bepaald door maar twee actoren, de schrijver en de lezer. Alle andere actoren in dit veld spelen een bijrol. Dat geldt dus voor uitgevers, voor winkeliers, voor distributeurs, redacteuren, marketingdeskundigen, etailers, wetten op de vaste boekenprijs, cultuurbeleid, advocaten, chauffeurs en winkelmeisjes.

Het enige wat nodig is om van een boekenbranche te kunnen spreken zijn partijen die het transport van het boek van de schrijver naar de lezer faciliteren. En of ze dat nou doen door een boek te verrijken met commentaar, of in dozen een winkel in te sjouwen is om het even. In een veranderende wereld moet je terug naar je kern. Welke waarde voeg jij toe? En als je waarde toevoegt, dan mag je eisen stellen. Dus een schrijver kiest alleen voor een uitgever als die wat toevoegt, anders is er tegenwoordig zoiets als self publishing. En als je het boek, al dan niet via een uitgever op de markt brengt, dan kun je rechtstreeks aan de lezer verkopen of indirect, via bijvoorbeeld een winkel. Maar verkoop via een winkel doe je alleen als dat iets toevoegt aan je boek. En dus hebben noch de uitgever, noch de boekverkoper een vanzelfsprekende rol in de wereld van het boek. Geen van God gegeven recht.

En zo zullen ze ieder voor zich moeten bepalen of ze zelf toegevoegde waarde vertegenwoordigen en of een andere partij in de keten dat ook doet. En als het antwoord op beide vragen ja is, dan werk je samen. En als je hebt besloten dat je samen moet werken, dan moet je elkaar het licht in de ogen gunnen. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je niet een lekker robbertje kunt gaan knokken over wie welk gedeelte van de koek krijgt. En natuurlijk denkt een directeur van Polare dat hij meer korting moet krijgen dan een kleinere boekwinkel en natuurlijk denkt Polare dat ze behalve een hoge korting, én een uitgebreide factuurtermijn én een recht van retour kunnen krijgen (recht van retour vind ik echt een van de meest bizarre regels in het boekenvak, je koopt in of je koopt niet in). En natuurlijk moet er iets veranderen in die BGN/Selexyz-keten, de vorige eigenaar was niet in staat er een succes van te maken en dus moet het roer om. En als iemand meent dat Polare de plank mis slaat, dan moet die duidelijk maken waarom men de plank mis slaat. En zo kom ik tot mijn conclusie. Als de opstelling van Van de Wouw betekent dat hij uitgevers het licht in de ogen niet gunt (en of dat zo is, mag u zelf invullen), dan kunnen de uitgevers daar maar één conclusie uit trekken. Van de Wouw heeft de uitgevers niet nodig. Als u denkt dat Van de Wouw u wel nodig heeft, dan speelt u het spelletje blufpoker vrolijk mee.

Visie

Bloedend vak

Er vloeit bloed door de straten van het boekenvak. In Frankfurt merkte ook de niet oplettende voorbijganger op dat de neerwaartse beweging nog sterker is dan in voorgaande jaren. Uitgevers melden (met een slok op) dat ze 30-40-50% aan omzet in een jaar zijn gedaald. Een teruggang van 5% per jaar kunnen gezonde bedrijven nog wel opvangen, maar een plotseling verlies van tientallen procenten? Dat kunnen zelfs de allersterksten niet verwerken. En dus kondigen uitgevers nu al vast maar aan dat ze binnen een paar jaar failliet zijn. En of het allemaal nog niet erg genoeg is, worden er weddenschappen afgesloten op de vraag of Polare over een half jaar nog bestaat en wordt er gesuggereerd dat het komende jaar honderden (honderden!) boekwinkels zullen omvallen. Ik voeg daar nog een persoonlijke noot aan toe. Je zult als advocaat maar zijn gespecialiseerd zijn in het boekenvak en opeens knikkert de hele markt in elkaar. U kunt mij vanaf nu ook bellen over echtscheidingen, ach wat zeg ik, over alles eigenlijk.

De teloorgang van het vak lijkt dan ook nog eens samen te gaan met een van de ergste crises van deze tijd. En die combinatie maakt onzeker. Doe ik het allemaal wel goed eigenlijk? Moet ik wel in het boekenvak blijven? Moet ik overstappen naar ebooks? Moet ik inderdaad dan maar mummyporn gaan verkopen? Hoe verdien ik de komende jaren in godsnaam mijn geld als de markt verdwijnt en de wereldeconomie naar de gallemieze is?

Ik geef u twee invalshoeken.

De boekenmarkt is de boekenmarkt niet. De ontwikkelingen als hierboven beschreven raken het algemene boek, maar bijvoorbeeld niet het wetenschappelijke. Daar groeien de bomen nog steeds tot in de hemel, ook al heeft men daar reeds jaren terug ruimhartig de digitale wereld omarmd.

De muziekindustrie. Wat er nu gebeurt in het boekenvak gebeurde 10 tot 15 jaar geleden in de muziekindustrie. De muziekindustrie is nu een bloeiende bedrijfstak waar geld verdiend wordt in de live events (Mojo), in de dance industrie (succesvolle DJ’s vaak van Nederlandse bodem). Er zijn nieuwe platforms zoals Spotify en last but not least de oude garde heeft zich omgevormd. Mastodonten als Universal en Sony hebben hun bedrijfsmodel zo omgegooid dat ze weer onverminderd winstgevend zijn. Het kan dus wel.

Wat raad ik u aan? Blijf geloven in de kracht van het boek. Die gaat, net als muziek, nooit verdwijnen. In ieder geval zal de komende jaren nog een substantiële verkoop kunnen worden genoten in fysieke boeken. Los daarvan komt er een alternatieve verkoopstroom op gang van digitale producten, download of streaming. Dus uitgevers blijven bestaan. Boekverkopers blijven er ook, maar alleen boekverkopers die waarde toevoegen, door hun assortiment, door hun kennis of door hun locatie. Maar dan moeten ze die wel hebben. Een kleine of grote algemene boekhandel die zich in niets onderscheidt van een andere boekhandel, die gaat het terecht moeilijk krijgen. Een uitgever die er ongeïnspireerd maar wat titeltjes uitkakt, wie gaat die missen?

Kortom, u gaat het de komende jaren nog knap moeilijk krijgen. Maar voor wie blijft geloven in het boek en in eigen kunnen, en bereid is oude waarden en waarheden tegen het licht te houden, voor u ligt de wereld aan uw voeten.

Visie

Blendle werkt niet

Blendle heeft in ieder geval niet te klagen over aandacht en centen. Aandacht kreeg ze onder andere in De Wereld Draait Door, waar medeoprichter Alexander Klöpping vaste gast aan tafel is. Geld kregen ze van het Stimuleringsfonds voor de Pers.

Uitgevers zijn overduidelijk enthousiaster over Blendle dan over bijvoorbeeld eLinea. Ja, dat haalt je de koekoek. Even kort het verschil. Bij Blendle moet je betalen voor alles wat je leest, dus de veellezer betaalt het meest. Per artikel ben je tussen de 20 en 90 cent kwijt, aldus Blendle. Als je tien artikelen leest ben je dus al minimaal 2 euro kwijt en maximaal 9. Bij eLinea gaat men uit van het Spotify model, het all you can read mechanisme. Voor een tientje in de maand (net zo duur als Spotify, net zo duur als Netflix) kun je alles lezen wat je wilt.

Probleem bij eLinea is tijd (en dus geld). Het model van eLinea is volgens mij op den duur het enige model dat gaat werken. Vraag is alleen of de initiatiefnemers er niet te vroeg mee zijn. Met name krantenuitgevers staan niet te springen om in eLinea te stappen. Je ziet dat uitgevers voorlopig en masse kiezen voor Blendle. Met partijen als de Volkskrant, NRC en Vrij Nederland, om er maar eens een paar te noemen, heb je je lezers wel te pakken. En dus zal Blendle op korte termijn succesvoller zijn dan eLinea.

Het argument is dat eLinea zou kannibaliseren op hun eigen omzet. Als eLinea een succes wordt, waarom zou je dan nog een abonnement nemen op een krant zo is de vraag? Dat is inderdaad een hele goede vraag. Ik denk zeker dat eLinea een deel van de abonnees zal wegtrekken. Maar de vraag is of angst voor kannibalisme een eigenlijk argument is. Ik weet zeker van niet. De angst voor kannibalisme heeft ook lang de boventoon gevoerd in de discussie rond de businessmodellen in muziekland. Maar daar is uiteindelijk het besef doorgedrongen dat als er te kannibaliseren valt, het ook zeker gaat gebeuren. En dus kun je maar beter op je eigen businessmodel kannibaliseren dan dat een ander het doet.

Het argument van de uitgevers is dus kortzichtig. Uit angst marktaandeel te verliezen durven ze wel in een veel te duur model als Blendle te stappen en niet in eLinea. Blendle te duur? Ja natuurlijk, ga maar na. Ik ga toch niet bijna een euro betalen voor het lezen van één artikel? Ik kan al zo veel gratis lezen op internet en dus ga ik daar niet apart (zoveel geld) voor betalen. En als je je daarnaast bedenkt dat Blendle de veellezer straft, dan straffen ze dus hun potentieel beste klanten, dat is in de muziekindustrie een slecht idee gebleken. Daar bleken de grootste gratis downloaders ook nog eens degenen te zijn die het meeste kochten. Grootgebruikers moet je te vriend houden.

Maar eLinea kost toch ook geld? Ja, maar toch voelt dat anders. Ik betaal een tientje in de maand aan Spotify, dat wordt automatisch afgeschreven, dus dat merk ik niet. En elke keer dat ik Spotify gebruik heb ik de ervaring van gratis. Zo zal het met eLinea ook gaan. eLinea kost je 120 euro per jaar, ik heb nu net de acceptgiro voor NRC in de bus gekregen, die kost 107 euro per kwartaal. Ik denk dat veel mensen het aantrekkelijk zullen vinden als ze alle kranten en alle tijdschriften kunnen lezen voor maar 120 per jaar. Even los van de vraag of mensen daarnaast toch hun abonnement op hun lijfblad zullen houden.

En dan kom ik weer bij het begin van mijn verhaal. Dan moeten wel alle kranten en tijdschriften beschikbaar zijn. En als de uitgevers besluiten voorlopig niet in eLinea te stappen en wel in Blendle? Dan zal dat op korte termijn het einde betekenen van eLinea en op iets langere termijn alsnog het einde van Blendle. En als we dan iets verder kijken dan onze neus lang is? Dan zal eLinea 3.0, als intrinsiek succesvol model, gaan winnen. Het is te hopen dat de oprichters van eLinea een lange adem hebben, net zo’n lange adem als Spotify nodig had voordat het omarmd werd. En hebben ze die niet, dan is het te hopen dat de oprichters van Blendle, alsnog het model van eLinea zullen omarmen.

 

Visie

Inpakken

Daan verkoopt boeken in Haarlem en ik woon daar vlakbij en koop graag boeken. Ik belde een paar weken geleden met Boekhandel de Vries en kreeg Daan aan de lijn. Ik wist echter niet zeker dat het Daan was, immers wat ken ik hem nou. We zien elkaar wel eens voorbij zeilen op boekenfeestjes, natuurlijk ziet hij mij ook wel eens in zijn winkel, maar ja, de Vries is een winkel met heel veel bezoekers, dus dan mis je er makkelijk een. Aan de stem van Daan hoorde ik ook wel dat hij dacht, hoorde ik het nou goed? Hans Couzy, Hans de Vries, of inderdaad Hans Bousie, die gast die die nare/leuke stukjes schrijft in Boekblad? Zodra ik binnen liep wisten we het allebei zeker. Dag Daan, Dag Hans. Natuurlijk heb ik er boeken gekocht, ik verlaat nooit een boekwinkel zonder een boek. En zo kocht ik deze keer twee deeltjes uit de Russische Bibliotheek, voor een vriendin die daarin nodig ingewijd moet worden, in de aanbieding dat ook nog. Ff gauw gecheckt of de aanbieding wel conform de Wet op de vaste Boekenprijs was, ik ben nu eenmaal jurist, maar dat zag er allemaal goed uit. Alles ging naar wens. Het aanschaffen van de dundrukdeeltjes is al een feest op zich. Met Daan praten die veel weet van het boekenvak, idem dito, de winkel is een pracht winkel. Kruip door, sluip door, geweldig is dat. Dat geeft een boekenpaleis idee. Overal stapels waardoor je natuurlijk met meer boeken de winkel uit gaat dan je plan was. En toch, miste er één ding.

Een paar maanden geleden was ik voor het eerst van mijn leven in de Eerste Bergensche Boekhandel. En daar had ik een soortgelijke ervaring als met Daan. Wat een geweldige boekverkoper staat daar. Staat net zo makkelijk met een Duitse toerist over filosofie te praten als met mij over boeken voor mijn kinderen. En ja hoor, ook die winkel is (weliswaar een heel stuk kleiner, dus je bent sneller klaar) voorzien van hoekjes en gaatjes. Dus ook daar ging alles goed, op één ding na.

Er wordt niet meer ingepakt vandaag de dag. Er zijn maar weinig waarheden op de wereld, over de meeste zaken kun je van mening verschillen, maar er is één waarheid als een koe: boeken moeten bij aanschaf worden ingepakt. Het liefst in dat mooie bruine echte inpakpapier dat je van een rol afscheurt. En als je vijf boeken koopt, dan wil ik ze alle vijf apart ingepakt. Waarom ik dat wil? Omdat mij dat een gevoel van waarde geeft, omdat ik dan thuis ook nog eens de boeken die ik heb gekocht kan uitpakken. Omdat het daarmee nog meer een cadeau wordt om een boek voor mezelf te kopen. En als de boeken een maal zijn ingepakt mogen ze daarna wel in een tasje. Maar boeken met de bon er bij los in een tasje lazeren, dat vind ik absolute armoede.

Als boekverkopers geen gewoon pakpapier hebben en ik weet dat (ja Daan, dat weet ik nu bij jullie), dan zeg ik gewoon dat het cadeautjes zijn. En ja dan worden ze wel ingepakt. Weliswaar in cadeaupapier dat doorgaans behoorlijk lelijk is, maar beter dat dan niets.

Toen ik nog bij Scheltema (sorry Polare) werkte en bij Kooijker, De Kler en Sweris pakten we alles in, altijd. Alle boeken werden apart ingepakt. Als u zich nu bedenkt dat ik in de boekwinkel werkte toen het nog goed ging in het boekenvak, wilt u dan aub als de sodemieter weer gewoon bruin pakpapier in huis halen en al uw medewerkers verplichten de boeken voortaan gewoon weer in te pakken. Dan heb ik lekker elke keer het feestje dat het kopen van een boek moet zijn. U zult zien dat uw omzet opeens een enorme oppepper krijgt. Tegen het bruine pakpapier kan geen Droomboek op. Met het inpakken krijgen alle boekverkopers van papier er nog een voordeel bij. Als alle klanten eenmaal weten dat boeken horen te worden ingepakt, dan zullen ze nooit meer een e-boek kopen en hoeft u zich over uw digitale strategie ook niet meer het hoofd te breken.

Visie

Beste Monique

Gealarmeerd door het deemoedig bericht van Lucy Vermij, de hoofdredactrice van Boekblad, en daarmee mijn baas, werd ik geattendeerd op jouw observaties over de branchevreemde kopers van Droomboek. Je zult het niet geloven, maar ik heb het hele gedoe gemist en werd er pas door de deemoed van Lucy op geattendeerd. Monique Burger je wijst er, mijns inziens volkomen terecht, op dat er een tweedeling in onze samenleving is. Je hebt ons soort mensen, dat zijn mensen die boeken kopen, op een fatsoenlijke partij stemmen, schrikken als er iemand boos op ze wordt, braaf belastingen betalen, een advocaat inhuren als ze een probleem hebben. En je hebt hullie. Hullie zijn de PVV-ers, de ongewassenen, zij die er op slaan als er iets tegen zit, zij die niet lezen, zij die geen computer hebben of internet aansluiting. En normaal gesproken lopen die twee groepen elkaar straal voorbij. Ze hebben zeg maar geen last van elkaar. En nu opeens heeft Eppo bedacht dat we die branchevreemden in groten getale de toonbank over moeten trekken en verdomd het lukt. Tegen elke verwachting in is de oplage van Droomboek sneller uitverkocht dan iedereen kon dromen. En ja dat komt omdat ook de branchevreemden de winkel hebben weten te vinden. Of ze er ooit nog een keer terug durven komen is overigens vraag 2. Er is geen soort winkel ter wereld met een zo hoge drempel als een boekwinkel, nou vooruit een specialist in kinderporno wellicht, daar durf je met goed fatsoen toch eigenlijk ook niet naar binnen.

Wat mij treft is dat je door zoveel kritiek getroffen wordt. Mijn vraag zou zijn, klopt je observatie niet of mag je die niet hardop uiten? Heeft niet iedereen die het goed heeft, een hekel aan ellende. En als je een terechte hekel hebt aan ellende, heb je dan ook niet begrijpelijkerwijs een hekel aan mensen die ellende uitstralen? Is het niet diep menselijk om leedvermaak te hebben, zijn leukere filmpjes denkbaar dan filmpjes van mensen die op hun muil vallen? Zijn mensen niet stiekem voor hele hoge straffen voor misdaden die ze zelf wel zouden willen plegen, maar waar ze te schijterig voor zijn? Ik wil dolgraag een bank beroven, ik zou heel graag een oplichting uitdenken waarmee ik 30 miljoen in 24 uur pin. Ik zou het erg leuk vinden om mijn muziek keihard te zetten, heel veel te drinken in een kroeg. Stomme opmerkingen te maken, te boeren en te winden (en nog wel erger dan dat). Maar ik doe het allemaal niet, omdat ik bedenk dat als ik dat mag, hullie het ook mogen. Ik ben heel blij dat ik in een kakdorp woon waarin ik slechts lees over hard drugs en criminaliteit en straatroven. Bij mij in de straat is een Albert Heijn en daar hangen wel eens jongeren op een kluitje. Als ik daar langs loop en ik nies hard, dan stuiven ze van schrik alle kanten op. Dat is mijn wereld en ik ben er blij mee.

Lieve Lezer

Kortom mijn wereld is, zoals die van Monique en van iedereen die dit stukje leest, overzichtelijk. En dus schrik je je het apelazarus als je opeens met die andere wereld wordt geconfronteerd. En gelooft u mij lieve lezer, dat Monique echt niet iets beschrijft wat ze nog nooit eerder heeft gezien. Ze heeft wel een winkel in Bos en Lommer hè, niet in Bloemendaal of Wassenaar. Bos en Lommer was ooit toen ik er woonde, en is dat wellicht nu nog, een arme buurt. Een buurt waarin je nu juist wel geconfronteerd wordt met ellende. Een buurt waarin veiligheid niet vanzelfsprekend is. En als Monique dan opbiecht dat ze er niet rouwig om is dat ze hullie normaal gesproken niet in haar winkel krijgt, dan is dat toch verschrikkelijk voorstelbaar? Ze mag het van mij vinden. Of ze het dan ook nog mag zeggen, laat ik graag aan u.

Laat ik ook een duit in het zakje doen. Als ik een winkel had dan wilde ik daar niet hebben: de schreeuwers, de onfatsoenlijken, de brutalen, de onaangepasten, samengevat hullie. Ik weet nu, die houd je allemaal buiten met een pin only beleid. Maar ik zou ook en vooral niet in mijn winkel willen hebben de schijnheiligen en de hypocrieten, de ballen, de over het paard getilden, de elitairen, de grachtengordel fetisjisten, zij die denken dat een modaal inkomen ongeveer 100.000 euro is, zullie dus. De vraag is alleen of ik niet zwaarder geschut nodig heb dan pin only om ook zullie buiten te houden. Als ik een winkel had kortom, verkocht ik alleen maar boeken aan mezelf.

Visie

Apple & Amazon

Apple & Amazon houden de gemoederen, zelfs in ons anders zo rustige landje, wel bezig. Al jaren wordt er gewaarschuwd voor de komst van Amazon naar Nederland, alsof dat gelijk zou staan aan Armageddon (leuke naam overigens voor wie nog een webshop wil starten). Nu is er weer reuring omdat Amazon haar prijzen verlaagd heeft, tot wel 60%. Dat zou dan weer gelijk staan aan “een aanval op de boekenbranche”en dus wordt er door uitgevers al weer opgeroepen om de handen ineen te slaan en samen te vechten tegen Amazon.

Wat is er ook weer aan de hand? Amazon bood met name ebooks aan tegen zeer lage prijzen. Zo laag, dat in 2009 Amazon zelfs gemiddeld op elk verkocht ebook een verlies van 3 dollar leed. Leest u dit goed? Ja, dat leest u goed. Uitgevers werden enorm zenuwachtig van die strategie, immers die zou de zogenaamde prijsperceptie van de consument negatief beïnvloeden, waardoor deze niet langer bereid zou zijn tot maar liefst 17, 18 dollar te betalen voor een ebook.

Maar uitgevers durfden geen vuist te maken tegen Amazon en dus keek men knarsetandend toe. Alles veranderde toen Steve Jobs besloot met de iPad te komen (in april 2010). Vooruitlopend op de introductie van de iPad zond hij zijn trouwe medewerker Eddy Cue op pad die prompt in overleg ging met alle CEO’s van grote uitgeefhuizen in de Verenigde Staten. Er werden in een tijdsbestek van een paar weken in januari 2010 met al die grote uitgevers van Random House tot MacMillan, tot Simon & Schuster afspraken gemaakt die Amazon tot staan zouden moeten dwingen.

De vijf grote uitgevers en Apple spraken af dat er voortaan alleen nog maar ebooks geleverd mochten worden via het zogenaamde agentuurmodel. En dat betekent dat het de uitgever was die de prijzen kon bepalen en niet langer de boekverkoper (een soort Wet op de vaste boekenprijs zeg maar, maar dan onderling afgesproken). Om het helemaal dicht te timmeren kwam met ook nog een keer zogenaamde Most Favoured Nation clausules overeen. Apple legde daarmee in contracten vast dat nooit een andere partij in de markt ebooks tegen een lagere prijs zou kunnen verkopen dan zij. Daarmee werd de markt muurvast dicht getimmerd.

Het onmiddellijk effect was dat Amazon woedend ook gedwongen was een agentuurovereenkomst te ondertekenen en dat alle prijzen gemiddeld met een paar dollar stegen. Alle uitgevers blij en Apple kon bij de introductie van de Ipad trots verkondigen dat er ook nog zoiets was als een iBookstore. Waarmee Jobs dezelfde plannen had als met iTunes, het introduceren van HET model dat de markt zou gaan domineren.

Tja, en toen kwam de Department of Justice (DoJ) in de Verenigde Staten en de Europese Commissie (EC) in Europa in actie. Op klacht van Amazon onderzochten DoJ en EC de gang van zaken rond de Appledeal. In Europa ondertekenden alle betrokken partijen een overeenkomst met EC dat ze het nooit meer zo zouden doen, op straffe van een dwangsom van 10% van hun wereldwijde omzet. Ook in de VS schikten de uitgevers en betaalden zo’n 180 miljoen dollar aan dwangsommen. Alleen Apple weigerde en zet nu alleen de procedure voort, die naar aller verwachting zal eindigen in torenhoge boetes voor Apple.

En dus heeft Amazon nu weer de handen vrij om met de prijzen te doen wat ze willen. En dat doet Amazon dus ook, immers haar strategie is gericht op het aanbieden van de laagst mogelijke prijs. Oproepen om de handen ineen te slaan is dus oliedom. In je eentje weigeren te leveren aan Amazon kan natuurlijk wel, en als je dat maar breeduit bekend maakt, dan zou het netto effect zo maar kunnen zijn, dat andere uitgevers volgen. Of het overigens verstandig is om in een markt waarin gratis (al dan niet illegaal) om de hoek ligt de prijzen hoog te houden, is een vraag die elke uitgever voor zich zelf maar moet beantwoorden.

Visie

Boekverkopers, zelf doen!

In een wervende reclamecampagne laat CNV-Dienstenbond weten dat je bij hen moet zijn om “dit soort zaken op te pakken voor onze leden.” En wat bedoelt CNV dan met dit soort zaken? CNV heeft een enquête gehouden onder haar leden. Via Boekblad, doorgeklikt naar CNV en daar lezen we in de samenvatting: “de uitkomsten zijn niet schokkend, maar wel erg leerzaam.” Met een dergelijke kletskoek samenvatting kan de lezer natuurlijk niets. Als de uitkomsten niet schokkend zouden zijn, dan kunnen ze niet leerzaam zijn, immers dan liggen ze voor de hand en had het CNV al lang iets kunnen leren. Met andere woorden, bij het CNV heeft men zitten slapen.

Mijn oog viel op een  van de klachten van medewerkers, namelijk dat “de klanten meer rekening zouden mogen houden met de medewerkers.” Verder klaagt men over te weinig klanten en een te hoge werkdruk. Ik ben zelf boekverkoper geweest, dus ik weet wel een beetje waar ik het over heb, maar de werkdruk in de boekhandel dient volgens mij primair te worden bepaald door de hoeveelheid klanten. Hoe meer klanten, hoe drukker, hoe harder er gewerkt moet worden. Is het rustig, dan is er tijd voor andere zaken (opruimen, bestellingen lopen, voorraad bijwerken, reclamemateriaal ophangen, website bijwerken, babbelen met je collega’s, uitgebreid rondsjouwen met die ene klant die iets bijzonders zoekt, de straat op gaan om folders te flyeren, een tafel naar buiten dragen en daar de hoogtepunten uit je winkel neer te leggen, de plaatselijke krant spellen en bedenken bij welk evenement je met een stapel boeken zou moeten staan, etc. etc. etc.

Een boekverkoper die vindt dat klanten meer rekening zouden mogen houden met medewerkers, heeft het niet begrepen. Die boekverkoper geeft er blijk van onvoldoende rekening te houden met de klant. De klant is de baas en die hoort tevreden gehouden te worden. Wat in mijn ogen overigens niet inhoudt dat je een zich schofterig gedragende klant niet gewoon de winkel mag uittrappen hoor, dat juich ik van harte toe. Mijn ervaring is echter dat het type schofterige klant in een boekwinkel tot de hoogst zeldzame uitzonderingen behoort. Het type horkerige boekverkoper is veel ruimer gezaaid. En dan heb ik het over verkopers die met elkaar in gesprek blijven als er klanten in de winkel zijn. Verkopers die uitgebreid op hun computer zitten te turen als het druk is. Verkopers die pauze nemen op het drukste moment van de dag (daar heb ik toch gewoon recht op). Kortom, ik zie veel medewerkers die wel eens meer rekening zouden mogen houden met hun klanten.

Ik vind de uitkomsten van het onderzoek wel schokkend. Ik vind het schokkend dat het overgrote deel aan kansen die de medewerkers dan nog wel zien, kansen zijn die hun bazen volgens hen laten lopen: “vele, maar daar wordt niet naar geluisterd”, “meer personeel aannemen”, “ik zie geen kansen voor mezelf, maar wel voor de winkel, die is namelijk veel te smal”et cetera.

Gelukkig zal CNV “de uitkomsten ter harte nemen” en met de “werkgevers zal worden gesproken over de zorg van de medewerkers.” Bedankt CNV. Volgens mij kun je beter gaan praten met de medewerkers zelf. Wat kunnen zij doen om hun positie te verbeteren? Geef de mensen hun eigen gereedschap en ga niet als vadertje vakbond het oplossen voor deze mensen. Richt je aandacht op hen die blij zijn en probeer dat aantal uit te bouwen. Van zelfredzaamheid wordt je wijzer dan van wachten op verbetering.

Visie

Veldslagen

Veldslagen naspelen! Er zijn mensen die daar hun hele zondagmiddag mee doorbrengen. Zorgvuldig worden de soldaatjes van Napoleon tegen over de kozakken en de soldaten van Koetoezov in hun slachtpartij van Berezina tegenover elkaar gezet. De honger, koude en doodsangst bijna tastbaar. Sommigen gaan nog verder, zij hijsen zich in oude uniformen, verzamelen zich in de bossen van Waterloo en gaan daar life met elkaar de confrontatie aan.

Mij teveel gedoe, ik let liever op de historische veldslagen die op dit moment plaats vinden en waarvan niemand de afloop kent. Ik noem er drie.

De VS kampen met een torenhoge schuld. Voor augustus moet er overeenstemming zijn over de verhoging van het kredietplafond, anders wordt het Amerikaanse keizerrijk door de Moody´s and Standard & Poors van deze wereld, more or less failliet verklaard. Een massieve wereldwijde crisis zal het gevolg zijn. De wereldwijde autoriteit van de Verenigde Staten wankelt, het einde van een tijdperk? En haar opvolger China staat al te dringen.

Apple heeft een enorme positie veroverd op het gebied van de smartphone. Zij heeft daarbij RIM, de maker van Blackberry, volledig overrompeld. Een vrijwel monopolist ziet er altijd onverslaanbaar uit, maar ja dat dachten we een paar jaar geleden ook van Microsoft. Weliswaar is de Blackberry op dit moment op haar retour, maar de diverse modellen die gebruik maken van het open Android systeem van Google, zoals Samsung springen in het gat en hebben inmiddels net zo veel apps beschikbaar als Apple. Voordeel van de Android-modellen is dan ook nog dat ze op een open platform draaien, waarmee meteen het grootste nadeel van Apple gegeven is. Nog zo’n gesloten systeem is het systeem van Blackberry, ook een Amerikaanse speler. Een gesloten systeem is niet meer van deze tijd, sharing is hot.

Het machtige Sony is met een inhaalslag begonnen. Met de introductie van de tablets (met al weer Apple als absolute koploper) leek er geen behoefte meer te zijn aan ereaders. Niets blijkt minder waar. De ereaders vliegen wereldwijd als zoete broodjes over de toonbank, alleen ze heten vaak niet Sony. Het gaat om de Kindles (Amazon) en de Nooks (Barnes & Nobles), daarmee het Amerikaanse karakter van dit avontuur onderstrepend. Sony komt nog deze maand met twee nieuwe readers uit en heeft wat mij betreft alle papieren om haar slag te slaan. De Kindle en de Nook mogen dan in de VS een belangrijke speler zijn, wereldwijd stellen zij niets voor. En Sony is wel een wereldspeler, met alle slagkracht van dien.

Ik wil de PVV-ers niet in de kaart spelen hoor, maar ziet wat er aanstaande is. De gedoodverfde winnaar van de eerste wedstrijd is China, van de tweede Korea en van de derde Japan. Valt u op dat geen van de spelers in deze veldslagen uit Europa komt? In Europa maken sommigen zich druk om een tsunami van islamisering. Op een wereldwijde schaal is die zorg een lachertje. Ik waarschuw niet langer voor geel haar.

Visie

Volare! Oh Oh

Een vrolijker associatie kun je niet bedenken. Een ieder met wie ik het heb over de naam Polare, de nieuwe naam van Selexyz & De Slegte, begint spontaan “Volare”te zingen. En daar word je vrolijk van. Ik noem het bedrijf dan ook gewoon Volare, tot aan de volgende naamswijziging. Vagelijks associeerde ik de naam Polare met de bitterkoude poolwind die op dit moment door het boekenvak waait, maar dat was tot ik de uitleg van Paul Dumas, Polarebaas hoorde. Paul sprak op een “inspiratiebijeenkomst”van de GAU in het NRC-gebouw in Amsterdam. Afgezien van zijn uitleg dat Polare zou staan voor de naam van de poolster, de ster die sinds mensenheugenis gebruikt wordt om op te navigeren had Dumas nog wel het een en ander te vertellen.

Hij hield de toehoorders voor dat het maar eens afgelopen moest zijn met dat collectieve gedoe in het boekenvak. Hoezo iedereen dezelfde kansen? Volare is toch veel groter dan de rest, dus moeten ze betere condities krijgen. En dus niet meer de uitgever die de condities bepaald, die bepaalt Volare voortaan zelf wel. En die condities die bespreekt hij dan hooguit met de tien grootste uitgevers, de rest kan zijn rug op. En natuurlijk moet Volare ook betere condities krijgen dan Bol (Dumas had het wijselijk over “een internetwinkel”), want die zit toch maar te wachten tot de mensen een bestelling doen. Volare daarentegen levert een echte bijdrage aan het boekenvak en daar moet ze voor worden beloond.

Met een mengeling van kromme tenen en interesse zat ik te luisteren. Interesse omdat het leuk is iemand te horen praten over de verkoop van boeken, die geen bal verstand zegt te hebben van boeken, maar wel van verkoop. Kromme tenen omdat het ergerniswekkend is iemand met veel aplomb open deuren te zien intrappen terwijl hij niet eens weet dat het open deuren zijn. Zo suggereerde Dumas dat het misschien wel een heel goed idee zou zijn om goedlopende boeken in de buurt van de kassa te leggen. Briljant!

Er wordt door Dumas en consorten goed nagedacht over wat de doelgroepen zijn waarop hij zich richt. Als ik het goed begrijp richt hij zich op iedereen, dat noem ik nog eens focus. Maar het indelen in doelgroepen in plaats van in onderwerpen is een verrassend idee. Ik zie dan meteen voor me, bejaarden beneden, waar ze behalve boeken over gerontologie ook meteen plaswekkers en rollators kunnen aanschaffen (want waarom zou je je beperken tot boeken, aldus Dumas). Op de bovenste verdieping de zwevers. Daar komen de boeken over de geneeskrachtige werking van sterren, de poolster in het bijzonder. Een slagvaste etalage met boeken over hooliganisme. Een afdeling erotica, bij aanschaf van de hele serie 50 shades een blowjob gratis (o nee shit, dat is natuurlijk een op geld waardeerbaar voordeel, dat mag niet voor het Commissariaat).

Het werd even stil toen Maarten Asscher van Athenaeum het woord vroeg. Of Dumas dan niet blij was met de zegeningen van de collectiviteit zoals de CPNB en de vaste boekenprijs. Dumas haalde diep adem en barstte toen pas echt los. Over de vaste boekenprijs moest je hem de bek niet open breken blijkbaar. Dankzij die vermaledijde vaste boekenprijs immers is er een recht van retour, anders zou je niet goed lopende boeken gewoon kunnen afprijzen. En zo werkt de markt in België dus en daar hebben ze geen vaste boekenprijs. Kortom de markt in Nederland is hopeloos inefficiënt en dat moet maar eens afgelopen zijn.

De kunst wordt de komende tijd om door de blaaskakerigheid van Dumas heen te kijken. Hij vertelt zijn verhaal als een corpsbal in de kroeg, maar zijn aanpak is in ieder geval nieuw in die zin dat hij geen bal te maken heeft met de mores in het vak. We zien vanzelf of die mores Volare overleven of Volare de mores.

Naar
boven