Update recente uitspraken Reclame Code Commissie – februari 2026
In deze blog praten we jullie bij over enkele interessante uitspraken van de Reclame Code Commissie (“RCC”) van de afgelopen maanden. De blog bevat uitspraken waarin de RCC zich uitspreekt over verschillende thema’s, zoals reclame voor cosmetische behandelingen, (misleidende) voedselclaims en (de grenzen van) reclame voor het aanprijzen van denkbeelden.
Anti-abortusreclame overschrijdt niet de grens van het toelaatbare
In een uitspraak van 27 januari 2026 behandelt de RCC een klacht tegen een radioreclame voor de ‘week van het leven’. Deze reclame bevat de volgende uitingen: “Wist je dat bijna één op de zes zwangerschappen eindigt in een abortus? Dat zijn er zevenhonderd per week! Wat vind jij daar eigenlijk van? Sta stil bij de waarde van het ongeboren kind op weekvanhetleven.nl.”
Er werd geklaagd dat de radioreclame onnodig kwetsend en stigmatiserend en in strijd met de goede smaak en/of het fatsoen is, zoals bedoeld in artikel 2 Nederlandse Reclame Code (“NRC”). Voorts zou de reclame nodeloos kwetsend zijn, zoals bedoeld in artikel 4 NRC.
De RCC wijst de klacht af, en oordeelt dat de reclame moet worden aangemerkt als reclame voor een denkbeeld. Dat denkbeeld is in dit geval dat men stil zou moeten staan bij de waarde van het ongeboren kind. Beoordeeld wordt of de wijze van aanprijzen van de denkbeelden van dien aard is dat daardoor, naar de huidige maatschappelijke opvattingen, de grenzen van het toelaatbare worden overschreden.
De RCC concludeert dat dit niet het geval is. Daarbij neemt de RCC in aanmerking dat terughoudendheid is geboden bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting nodeloos kwetsend is of in strijd is met de goede smaak en/of het fatsoen, gelet op het subjectieve karakter van deze criteria. De klacht wordt daarom afgewezen.
Botox stapelkorting
In een uitspraak van 8 januari 2026 spreekt de RCC zich uit over een gesponsord bericht op Instagram, waarin op een afbeelding drie op elkaar gestapelde gele dozen te zien waren met de prijzen voor Botoxbehandelingen per zone (€79, €89 en €99) en een banner met de tekst “FAIRDAY STAPELKORTING”, inclusief een link met “Nu boeken”.
Geklaagd werd dat tijdelijke kortingen of promotionele acties klanten kunnen stimuleren meer behandelingen af te nemen dan nodig, wat financiële druk kan veroorzaken bij een medische beslissing. Dit is in strijd met de Code Medische Cosmetische Behandelingen uitgevoerd door Artsen (“CCBA”). De artikelen 2a en 2b van de CCBA verbieden namelijk expliciet het gebruik van tijdelijke kortingen of acties die klanten stimuleren tot een grotere aankoop van medisch cosmetische behandelingen.
De adverteerder voerde aan dat het om een vaste prijsstructuur gaat die het hele jaar geldt, dat er geen sprake is van een tijdelijke actie of aanzet tot extra behandelingen, en dat er uitgebreide zorgvuldigheidsmaatregelen bestaan, zoals consulten door BIG-geregistreerde artsen, leeftijdscontroles en duidelijke medische informatie.
De RCC oordeelt dat de afbeelding de aandacht volledig richt op de prijs, zonder enige informatie over de aard, werking of risico’s van de behandeling. Hierdoor is de reclame niet primair gericht op goede informatievoorziening en kwaliteit, maar wordt de prijs als enig verkoopargument gebruikt. De RCC komt daarmee tot de conclusie dat dit strijdig is met artikel 2 CCBA. De RCC beveelt adverteerder aan om niet meer in strijd met dit artikel te handelen.
Misleidende before- en afterfoto’s
In een uitspraak van 22 december 2025 behandelt de RCC een klacht over een advertentie op Facebook met before- en afterfoto’s van een buik met de begeleidende teksten dat een cryolipolyse behandeling een snelle, pijnloze en niet-chirurgische oplossing voor vetvermindering zou zijn.
Geklaagd werd dat de gebruikte foto’s nep zijn en afkomstig van andere websites, waaronder websites over plastische chirurgie. De foto’s worden gepresenteerd alsof ze het resultaat zijn van behandelingen van adverteerder. Er is niet weersproken door adverteerder dat de afbeelding die is gebruikt niet een lichaam laat zien dat het resultaat is van een behandeling van adverteerder. De RCC komt daarmee tot het oordeel dat de adverteerder geen juiste informatie verstrekt over de te verwachten resultaten van de door adverteerder aangeprezen dienst, zoals bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder d NRC. Omdat dit belangrijk is voor de beslissing van de consument om de behandeling te ondergaan, is de uiting misleidend en oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. De RCC beveelt de adverteerder daarom aan om niet meer op deze manier reclame te maken.
Vegan truffelmayonaise?
In een uitspraak van 19 december 2025 behandelt de RCC een klacht tegen de aanduiding van truffelmayonaise als vegan product. Geklaagd wordt dat het product echte truffels bevat en dat honden worden ingezet om de truffels te vinden. Volgens klager is een product daardoor niet volledig vegan, omdat veganisme niet alleen ingrediënten maar ook dierlijke arbeid uitsluit. De aanduiding vegan op het product zou de gemiddelde consument, in het bijzonder de veganistische consument, misleiden.
De adverteerder stelde daartegenover dat truffels zelf plantaardig zijn en dat het product een ICEA vegan-certificaat heeft. Dit certificaat eist geen afwezigheid van dieren in het productieproces, alleen dat geen dierlijke ingrediënten worden gebruikt. Het internationaal erkende V-label hanteert een soortgelijke uitleg.
De RCC gaat uitgebreid in op het feit dat het begrip vegan niet eenduidig is. Zo hanteert de Nederlandse Vereniging voor Veganisme (“NVV”) als definitie voor veganisme: “Veganisme is een levenswijze waarbij wordt afgezien van alle gebruik van en wreedheid naar dieren”. Anderzijds vereisen het Italiaanse keurmerk ICEA, waarover het product beschikt, en het internationaal erkende keurmerk V-label geen van beiden dat er bij het productieproces geen dieren betrokken zijn in de vorm van arbeid.
Nu de bestreden uitingen zijn gericht op de Nederlandse consument, acht de RCC het gebruik van de begrippen ‘vegan’, ‘veganistisch’ en ‘vgn’, zonder toelichting onvoldoende duidelijk. Meer in het bijzonder is onvoldoende duidelijk dat honden zijn gebruikt voor het zoeken naar truffels, ten behoeve van het product. Daarom is de uiting in strijd met artikel 2 van de NRC. De RCC beveelt adverteerder daarom aan om niet meer op deze manier reclame te maken.
Wijn door de brievenbus
In een uitspraak van 3 december 2025 behandelt de RCC een klacht over een door adverteerder meegestuurde attentie: bij een levering van inktpatronen ontving klager een zakje wijn en een kaartje waarop onder meer stond: “Alstublieft, een kleine attentie!” en “Proost en graag tot de volgende keer!”.
Klager maakte bezwaar tegen het ongevraagd versturen van alcohol, die via de brievenbus is bezorgd zonder leeftijdscontrole. Volgens klager had een minderjarige het zakje kunnen openen. Ook wijst klager op de problematiek rond alcoholgebruik. De adverteerder voert aan dat het gaat om een zakelijke bestelling (B2B), waarvan klager de contactpersoon is. De leeftijd van de contactpersoon was zodoende bij adverteerder bekend. De wijn is bedoeld als relatiegeschenk en niet als commerciële promotie van alcohol, aldus adverteerder. Er is verder geen sprake van aanprijzing of aanzet tot consumptie, adverteerder verkoopt namelijk geen wijn. Volgens adverteerder was daarom geen sprake van reclame in de zin van de NRC.
De RCC oordeelt dat de combinatie van het zakje wijn en de begeleidende kaart wél als reclame moet worden aangemerkt. Door de positieve boodschap over klanttevredenheid en de afsluitende uitnodiging “graag tot de volgende keer” heeft de uiting een aanprijzend oogmerk ten aanzien van de diensten en producten van adverteerder. Daarmee is sprake van (indirecte) aanprijzing in de zin van artikel 1 NRC.
Vervolgens toetst de RCC aan artikel 16 van de Code Brievenbus Reclame, Huissampling en Direct Response advertising (“CBR”). Dit artikel bepaalt dat materiaal dat bij gebruik gevaar kan opleveren voor de lichamelijke gezondheid uitsluitend persoonlijk aan volwassenen mag worden overhandigd. Alcohol valt hieronder, omdat consumptie door minderjarigen gezondheidsrisico’s oplevert.
Nu het pakket via de brievenbus is bezorgd en dus niet persoonlijk aan een volwassene is overhandigd, is artikel 16 CBR overtreden. Dat het om een zakelijke bestelling ging en dat de leeftijd van de contactpersoon vooraf was geverifieerd, maakt dit niet anders. De RCC beveelt adverteerder daarom aan om voortaan niet meer op deze wijze reclame te verspreiden.
‘Plantaardige’ rundergehakt met suikerbiet
In een uitspraak van november 2025 behandelt de RCC een klacht over de verpakking van rundergehakt met suikerbietenvezel. De verpakking vermeldt naast de productnaam ook het woord ‘plantaardig’ en het logo van een koe met de woorden ‘rund/plantaardig’.
Geklaagd werd dat de verpakking misleidend is, omdat het gebruik van het woord ‘plantaardig’ de indruk wekt dat het product een volledig plantaardige vleesvervanger betreft, terwijl het in werkelijkheid 76% rundvlees en 21% suikerbietenvezel bevat.
Volgens de adverteerder maken de naam, de ingrediëntenlijst en de visuele aanduidingen op de verpakking duidelijk dat het product geen volledig plantaardig product is, maar een combinatie van rundvlees en een plantaardig bestanddeel.
In de beoordeling wordt door de RCC uitgegaan van de verwachting van de normaal geïnformeerde en redelijk oplettende gemiddelde consument, die eerst de lijst met ingrediënten raadpleegt. Gelet op alle elementen van de verpakking komt de RCC tot het oordeel dat er geen sprake is van misleidende voedselinformatie. De klacht wordt daarom afgewezen.
Vragen over deze onderwerpen? Neem graag contact op met Bente van Kan of Machteld Robichon.
Met dank aan Manar el Amrani
