Mededinging en regulering van de energietransitie
In 2050 wil Nederland alleen nog energie uit duurzame bronnen gebruiken. De transitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen neemt daarmee een prominente plek in het politieke debat en beleid. Dit heeft reeds geleid tot verschillende wijzigingen in regelgeving en een toenemende actieve rol van de Autoriteit Consument en Markt (“ACM”) op dit gebied. De ACM heeft, als mededingingsautoriteit en toezichthouder op de energiemarkt, de energietransitie onlangs (weer) als één van de speerpunten op haar agenda voor 2026 geplaatst.
Om de energietransitie in goede banen te leiden en waar mogelijk te versnellen, strekt het toezicht van de ACM zich uit over tal van onderwerpen. Van tariefmethodes tot consumentenbescherming en van algoritmehandel tot warmtenetten. Uit het recente beleidsdocument ‘Focus op Energie 2026’ blijkt dat de ACM aankomende tijd haar pijlen vooral richt op het versnellen van de transitie, het veiligstellen van voorzieningszekerheid (inclusief weerbaarheid) en het waarborgen van betaalbaarheid voor consumenten.
In deze blog bespreken wij een kleine greep uit het bredere energietoezicht van de ACM, en focussen op de kaders voor netwerkcongestie, de ontwikkeling van waterstofinfrastructuur en handhaving van de REMIT-verordening. Tot slot zal kort worden ingegaan op toepassing van het meer traditionele mededingingsrechtelijke kader op duurzaamheidssamenwerkingen tussen (energie)bedrijven.
Nieuwe energiewetgeving
Vanwege de vele ontwikkelingen op nationaal maar ook op Europees niveau op het gebied van duurzame en hernieuwbare energie, is per 1 januari 2026 de nieuwe Energiewet gaan gelden in Nederland. De Energiewet strekt tot implementatie van Richtlijn 2024/1711 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 (wijziging van de Richtlijnen 2018/2001 en 2019/944 inzake de verbetering van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie). De hervorming van de Europese energiemarkt (Electricity Market Design) is onderdeel van de welbekende European Green Deal. De nieuwe Nederlandse wetgeving voegt de oude Gaswet en de Elektriciteitswet 1998 samen en kent als één van de doelstellingen ‘de transitie naar een schonere, betrouwbare, veilige en betaalbare energievoorziening’. Het bevat dan ook nieuwe regels voor onder meer de versterking van consumentenbescherming, verbetering van het recht op energiedeling, efficiënter gebruik van het transportnet, een systeem voor gegevensuitwisseling en bescherming van de groothandelsmarkt voor energie.
Congestiemaatregelen
De voor het bereiken van de doelstellingen benodigde overstap van fossiele brandstoffen naar elektriciteit leidt logischerwijze tot een toename in elektriciteitsverbruik. Tegelijkertijd wordt er steeds meer duurzame (maar minder controleerbare) energie opgewekt. Deze ontwikkelingen zorgen voor een toenemende druk op het elektriciteitsnet (in de nieuwe Energiewet wordt er gesproken over ‘systemen’ voor elektriciteit), wat in gevallen kan leiden tot een capaciteitstekort. Dit tekort wordt aangeduid als ‘congestie’ en heeft gevolgen voor zowel de afname- als de opwekkant van elektriciteit.
Op basis van de (voorheen) Elektriciteitswet en (huidige) Energiewet is de ACM de bevoegdheid om regels op te stellen voor de energiemarkt, zogenaamde codes. De ACM heeft die mogelijkheid onder meer ingezet om de ‘Netcode elektriciteit’ aan te nemen met verschillende congestiemaatregelen om flexibiliteit te bevorderen.
Flexibele contracten
Vanwege de krapte in het systeem is de ACM op zoek gegaan naar mogelijkheden om het net beter te benutten. In haar in juli 2025 geüpdatete overzicht en inzicht congestiemaatregelen bespreekt de ACM verschillende mogelijkheden voor een alternatief transportrecht. Dit houdt in dat een aangeslotene ervoor kan kiezen niet langer te allen tijde recht te hebben op toegang tot het net.
De ACM heeft verschillende mogelijkheden gecreëerd in het “Codebesluit non-firm aansluit- en transportovereenkomst” (ATO), waaronder een volledig variabel transportrecht, een tijdsduur gebonden transportrecht (85% van het jaar recht op transport) en een tijdblok gebonden transportrecht (toegang tot het net op van tevoren afgesproken dagdelen). Een reeds aangeslotene kan bovendien met de netbeheerder een capaciteitsbeperkingscontract sluiten. In zo’n overeenkomst stemt de aangeslotene ermee in om tijdelijk geen of slechts beperkt gebruik te maken van het gecontracteerde transportvermogen, in ruil voor een vergoeding. Ook op deze manier kan er extra ruimte op het transmissiesysteem beschikbaar komen voor andere gebruikers.
Om ervoor te zorgen dat de inzet van congestiemaatregelen daadwerkelijk toeneemt, heeft de ACM netbeheerders opgedragen verbeterplannen op te stellen die beter inzicht geven in het netgebruik. Ook hebben netbeheerders en (organisaties voor) netgebruikers onlangs een akkoord ondertekend over een nieuwe reguleringsmethode. De ACM meent dat door het wegnemen van juridische geschillen over de methode, er adequater kan worden gefocust op de implementatie van de nodige maatregelen.
Verder gaat de ACM in 2026 naar eigen zeggen besluiten nemen over tijdsafhankelijke nettarieven (op regionale netten) en onderzoekt de ACM nog hoe bedrijven die beschikken over batterijsystemen (die extra stroom kunnen afnemen of juist terugleveren op piekmomenten) of elektrolysers (die een overschot aan stroom omzetten in waterstof) kunnen bijdragen aan een aan efficiënter gebruik van het net, en welke korting/beloning hier tegenover dient te staan.
Vormen van energiedeling
Ook door gezamenlijk gebruik te maken van een netaansluiting kan congestie worden verminderd. In december 2025 heeft de ACM de mogelijkheid geïntroduceerd om als grootverbruiker een groepstransportovereenkomst aan te gaan met andere grootverbruikers. In deze overeenkomst kunnen zij vraag en aanbod van de transportcapaciteit verdelen. Door deze lokale onderlinge afstemming is er voor de groep in totaal minder capaciteit nodig en wordt de druk op het net verlaagd.
Een andere optie die de ACM geschikt acht is ‘cable-pooling’. In dat geval delen twee of meer aangeslotenen die in elkaars onmiddellijke nabijheid liggen, een fysieke aansluiting waardoor deze efficiënter wordt benut. Deze mogelijkheid is vooral ontwikkeld met het oog op een combinatie van een zonnepark en een windpark (als complementaire opwekkers), een batterij en/of een afnemer. Om gebruik te kunnen maken van deze regeling dienen de ‘cable-poolers’ een aanvraag te doen bij de desbetreffende systeembeheerder en een overeenkomst te sluiten. Vervolgens dient de ACM op de hoogte te worden gebracht van de gedeelde aansluiting.
Tot slot publiceerde de ACM vorig jaar een paper met kansen en aandachtspunten voor energiedeling. Energiedelen is het gelijktijdig verbruiken van elektriciteit door een ‘energieontvanger’ op het moment dat een ‘energiegever’ duurzame elektriciteit opwekt (en deze niet zelf verbruikt). Hierover zal een overeenkomst moeten worden gesloten waarbij het tarief onderling wordt bepaald. Energiedeling kan plaatsvinden binnen een energiegemeenschap of andere groep van consumenten (buren). Het delen van energie wordt een recht dat gefaciliteerd moet worden door energieleveranciers en netbeheerders.
Recht op (nieuwe) aansluiting
In beginsel volgt uit artikel 23 van de Elektriciteitswet 1998 dat een systeembeheerder verplicht is om degene die daarom verzoekt op redelijke termijn te voorzien van een aansluiting op het elektriciteitsnet. Voor iedere onroerende zaak (WOZ-object) moet ten minste één aansluiting worden gerealiseerd. In de praktijk is (snelle) toegang tot het systeem echter niet meer vanzelfsprekend. Door de toenemende congestie en een overbelast net heeft de ACM daarom nieuwe regels opgesteld omtrent het vergeven van aansluitingen. Wanneer er sprake is van congestie, heeft de systeembeheerder bijvoorbeeld meer flexibiliteit ten aanzien van de aansluittermijn voor grootgebruikers. De ACM gaat in 2026 ook een besluit nemen over (langere) aansluittermijnen voor kleingebruikers.
Omdat nieuwe aansluitingen niet meer zomaar uitgegeven kunnen worden, belanden nieuwe aanvragen op een wachtrij. Dit vormt een probleem wanneer essentiële bedrijven een nieuwe aansluiting nodig hebben. Daarom heeft de ACM een maatschappelijk prioriteitskader opgesteld op basis waarvan bedrijven voorrang kunnen krijgen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft onlangs uitspraak gedaan over het ‘Codebesluit prioriteitsruimte’. Hierin oordeelt het CBb dat de ACM de bevoegdheid heeft om dit prioriteitskader op te stellen en dat dit ook van belang is met het oog op congestieproblemen, maar dat de ACM beter moet onderzoeken en motiveren welke partij voorrang krijgt.
Waterstof
Naast de klassieke energiesystemen, zal (duurzame) waterstof een belangrijke rol gaan spelen bij het behalen van de klimaatdoelen in 2050 met name als brandstof voor transportmiddelen en de verwarming van gebouwen als vervanging voor aardgas. Vanwege de belangrijke rol die (blauwe en groene) waterstof kan spelen in het behalen van de klimaatdoelen heeft het Europees Parlement en de Raad richtlijnen opgesteld om een goede werking van de interne markten voor aardgas en waterstof te waarborgen. De ‘Richtlijn (EU) 2024/1788 betreffende de gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbare gassen, aardgas en waterstof’ stelt onder meer dat het van belang is dat gebruikers van waterstof dezelfde rechten hebben als aardgasafnemers, en onnodige belemmeringen op de markt moeten worden weggenomen.
Dit idee ligt nu ook verankerd in de Nederlandse wetgeving: de nieuwe Energiewet geldt ook expliciet voor waterstof (hetgeen nog niet het geval was in de oude Gaswet). Een belangrijke wijziging is dat de Energiewet een verplichting kent voor de transmissiesysteembeheerder om waterstof toe te laten tot het gasnetwerk, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
Ondanks de hoge verwachtingen van groene waterstof voor de energietransitie blijven de grote ontwikkelingen achter. De onzekerheden aan zowel de vraag- als aanbodkant van de waterstofmarkt zorgen voor een vertraging van de ontwikkeling van de markt. Door onzekerheden over volumes, prijzen en infrastructuur blijft het doen van grote investeringen risicovol. De ACM onderstreept de noodzaak van duidelijke overheidsregulering om een stimulans te geven aan de waterstofmarkt en heeft hier recent gehoor aan gegeven door beleid op te stellen voor derdentoegang en tariefregulering.
Derdentoegang waterstofterminals
Potentiële gebruikers moeten op basis van Europese regelgeving toegang kunnen krijgen tot de capaciteit van een waterstofterminal op basis van objectieve, transparante, niet-discriminerende voorwaarden. De ACM heeft een systeem voor onderhandelde derdentoegang ontwikkeld. Het is dus aan de waterstofterminalbeheerder en (potentiële) gebruikers zelf om onderling afspraken te maken waarbij gebruikers in beginsel gelijk moeten worden behandeld maar er objectieve rechtvaardigingen kunnen bestaan om gunstigere voorwaarden af te spreken met een launching customer (een eerste afnemer die een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de infrastructuur). Regels voor derdentoegang kunnen bijdragen aan de mogelijkheid tot opschalen van de markt en aan de investeringszekerheid. De ACM zal in 2026 verdere duidelijkheid bieden over derdentoegang in vervolgpublicaties, aldus de toezichthouder.
Tariefregulering
Verder onderzoekt de ACM verschillende reguleringsinstrumenten om hoge waterstofnettarieven te voorkomen. Zo biedt Europese regelgeving de mogelijkheid om het terugverdienen van kosten van waterstoftransportnetten over de tijd te spreiden (intertemporele kostentoerekening), opdat toekomstige gebruikers bijdragen aan de initiële kosten. Ook kan de Nederlandse overheid directe subsidies verstrekken aan Gasunie/Hynetwork, of indirecte steun bieden via garantstellingen. Europese wetgeving biedt eveneens ruimte voor een tijdelijke kruissubsidie waarbij een extra heffing bij gebruikers van gastransportnetten in rekening wordt gebracht om waterstoftarieven te verlagen.
De ACM zal in 2026 een verdiepend paper opstellen met een uitwerking van de tariefregulering waterstof. Mogelijk dat zij hierin specifieke keuzes zal maken over hoe efficiënte kosten over de tijd dient te worden verdeeld (bijvoorbeeld door aanpassing van afschrijvingsmethoden of het WACC-stelsel) en over de tariefstructuur, zoals de verdeling van kosten tussen invoeders en afnemers (bijvoorbeeld 50/50 of 40/60 split), tussen locatieonafhankelijke versus afstandsgebonden tarieven, en tussen capaciteits- of volumetarieven.
Tot slot is de ACM voornemens om in de tweede helft van dit jaar haar visie te geven op regulering van CO2-transport en CCS (het afvangen, transporteren en opslaan van CO2).
Groothandelsmarkten: REMIT
Het toezicht van de ACM op de groothandelsmarkten voor elektriciteit en gas is de afgelopen tijd verscherpt. Dit toezicht vindt plaats op basis van de Verordening betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (REMIT). Gedurende het jaar publiceert de ACM updates over indicatoren van haar toezichtwerk op grond van deze Verordening. Hieruit blijkt dat de ACM in de eerste helft van 2025 17 signalen heeft ontvangen van mogelijke verboden handel (vergelijkbaar met de periode ervoor). De meeste signalen hadden betrekking op mogelijke marktmanipulatie, zoals marking the close, layering/spoofing, off market orders, erroneous orders, capacity hoarding, quote stuffing, en wash trades.
De ACM kan ingrijpen met een waarschuwing of een boete. Een jaar geleden is bijvoorbeeld een internationale marktdeelnemer gewaarschuwd vanwege aanwijzingen op marktmanipulatie. Het ging hierbij om handelsgedrag dat bekend staat als marking the close. Dit houdt in dat een marktdeelnemer de referentieprijs op de markt beïnvloedt door vlak voor het moment dat de slotprijs wordt vastgesteld bewust koopt of verkoopt waardoor de prijs omhoogschiet. Contracten die eerder zijn afgesloten worden dan afgerekend tegen deze kunstmatig verhoogde slotprijs.
De ACM ziet ook voor 2026 een actieve rol voor zichzelf om integere, transparante en toenemende grensoverschrijdende handel op de groothandelsmarkten voor energie in goede banen te blijven leiden. Zo kondigt de ACM aan dat zij zal optreden bij signalen over marktmisbruik, zoals het frustreren van eerlijke prijsvorming of het niet of niet tijdig openbaar maken van voorwetenschap. Bij het prioriteren tussen de verschillende signalen weegt de ACM expliciet mee wat de invloed is van het gedrag op de energietransitie.
Voorts heeft de ACM de bevoegdheid om informatie over algoritmische handel op te vragen bij bedrijven die hier gebruik van maken. Het gebruik van algoritmische handel neemt toe omdat de opwekking van hernieuwbare energiebronnen minder voorspelbaar is voor handelaren. Dit verhoogt risico’s op bijvoorbeeld algoritmische collusie of marktmanipulatie. De ACM onderzocht in 2025 of er adequate systemen worden gebruikt en bedrijven risicocontroles uitvoeren. Volgens de ACM heeft het onderzoek geleid tot meer bewustwording en zichtbare verbetering in de naleving.
Mededingingsrecht in de energietransitie en verduurzaming
Mededingingsrecht speelt ook een rol bij het aangaan van samenwerkingen tussen bedrijven die actief zijn op het gebied van energietransitie in de breedste zin van het woord. Juist in opkomende en nog ontwikkelende markten met relatief hoge toetredings- of groeibarrières zijn er mogelijkheden om samen te werken tussen concurrenten of tussen leveranciers en afnemers indien dit noodzakelijk is of (duidelijke) efficiëntievoordelen met zich brengt. Ook valt er nog veel winst te behalen op het gebied van duurzaamheid door intensievere samenwerking tussen (andere) bedrijven (die actief zijn buiten de energiesector), zo blijkt uit een onderzoek van de ACM. De afgelopen jaren wordt er al steeds meer samengewerkt door grote bedrijven, maar nog minder binnen het midden- en kleinbedrijf. Volgens de ACM zou dit te maken kunnen hebben met een tekort aan kennis over de concurrentieregels.
Het mededingingsrecht biedt verschillende generieke en duurzaamheidgerichte kaders waarbinnen samenwerking is toegestaan. Zo bieden de horizontale groepsvrijstellingen en richtsnoeren opties voor bedrijven die een beperkt marktaandeel vertegenwoordigen om samen op te trekken, bijvoorbeeld door af te spreken gezamenlijk te produceren of duurzame producten te vermarkten. Grofweg is daarbij van belang dat de voordelen opwegen tegen de nadelen, en dat de mededingingsbeperking niet verder gaat dan noodzakelijk om de (duurzaamheids)voordelen te verwezenlijken. Ook in verticale relaties kunnen duurzaamheidsafspraken worden gemaakt. Daarnaast bestaan er specifieke regimes voor duurzaamheidsnormen en (alleen in Nederland ook) voor milieuschadebeperkingen.
Informele beoordelingen
De ACM heeft zich in het verleden positief uitgelaten over verschillende initiatieven waarbij bedrijven samenwerken in de energiesector. Zo stelde de ACM in 2022 dat bedrijven gezamenlijk meerjarige contracten mochten sluiten voor de inkoop van elektriciteit uit een (nog te bouwen) windmolenpark: bedrijven kunnen op die manier hun prijs voor groene stroom voor langere tijd vastleggen, terwijl ontwikkelaars verzekerd zijn van afname. Ook systeembeheerders mochten afspreken bij investeringskeuzes een CO₂-prijs te hanteren, om schonere keuzes aantrekkelijker te maken. De ACM heeft beide initiatieven beoordeeld op basis van haar (destijds concept) Leidraad duurzaamheidsafspraken.
Een ander voorbeeld uit 2022 is de informele beoordeling van een samenwerking tussen Shell en TotalEnergies voor grootschalige CO2-afvang en -opslag (CCS) op de Noordzee. De ACM meende dat de voordelen van deze samenwerking ruimschoots opwegen tegen de mogelijke concurrentiebeperkingen. De samenwerking werd als cruciaal gezien voor de haalbaarheid van het project (dat wil zeggen: het verminderen van de financiële en operationele risico’s voor de betrokken partijen en zekerheid over een minimumafname). Hoewel er in de opstartfase sprake zou zijn van gezamenlijke prijsstelling, blijft er volgens de ACM toch voldoende concurrentie bestaan omdat de samenwerking betrekking heeft op slechts een deel van de totale capaciteit, en derden eerlijke en non-discriminatoire toegang krijgen tot de resterende capaciteit.
Verder heeft de ACM afgelopen jaren zich regelmatig positief uitgesproken over tal van duurzaamheidsafspraken in andere sectoren, waaronder duurzaamheidsnormen (asfalt, e-commerce), ESG-rapportages (bancaire sector), afspraken tussen concurrenten inzake recycling (afval, koffiecapsules) alsmede verduurzaming van de productie(keten) (metaal, natuursteen, kleding en textiel).
Heeft u of wilt u afspraken maken met één of meer andere bedrijven op het gebied van duurzaamheid dan assisteren wij u graag bij de mededingingsrechtelijke beoordeling van de samenwerking. Wij kunnen ook adviseren over de nut of noodzaak om de ‘self-assessment’ informeel voor te leggen aan de ACM via het speciale portaal dat de ACM daartoe heeft ontwikkeld.
