Hervorming van de publieke omroep: update 2026

Machteld Robichon & Bente van Kan & Sophie Mostert
11 mrt 2026

Hervormingen binnen het publieke omroepbestel

In het coalitieakkoord ‘Aan de slag’, dat op 30 januari jl. is gepresenteerd, wordt opnieuw stilgestaan bij de toekomst van het publieke omroepbestel. Tegelijkertijd vinden binnen de sector gesprekken plaats over de concrete uitwerking van deze plannen. In deze blog bespreken we de meest recente ontwikkelingen rondom de hervorming van de publieke omroep.

Coalitieakkoord 2026–2030: hoofdlijnen voor het publieke omroepbestel

In hoofdlijnen heeft het kabinet het volgende voorgesteld voor de inrichting en financiering van de publieke omroep:

  • Het kabinet wil dat de dertien publieke omroepen worden samengevoegd tot vier organisaties. Daarnaast moet er een taakomroep komen voor de NOS en NTR.
  • Er moet meer worden ingezet op digitalisering om jongere doelgroepen te bereiken, met meer aandacht voor samenwerking met commerciële partijen en coproducties. Ook zal de NPO een meer transparante en efficiënte rol als coördinator vervullen.
  • De bestuurlijke inrichting zal worden vereenvoudigd door dubbelfuncties uit te sluiten en bestuurstermijnen te maximeren op tweemaal vier jaar.
  • De regionale en lokale omroepen worden versterkt door meer samenwerking met de NPO.
  • Om het gelijke speelveld voor commerciële en publieke omroepen en media te beschermen, compenseert het kabinet de opgave die de NPO heeft voor extra reclame-inkomsten.
  • Het kabinet stelt structureel 50 miljoen euro beschikbaar voor intensiveringen in de media.

Reclameruimte, bezuinigingen en het gelijke speelveld

Met de jaarlijkse investering van 50 miljoen euro lijkt het kabinet het zogeheten amendement-Bontenbal deels terug te draaien. Dit amendement verhoogde de eerder aangekondigde bezuiniging op de NPO van 106 miljoen euro met een extra 50 miljoen euro, die deels zou moeten worden opgevangen door extra reclame-inkomsten van de Ster. Door de investering die het huidige kabinet beschikbaar wil stellen voor de media, is de NPO in mindere mate afhankelijk van inkomsten uit reclame en beoogt het kabinet het gelijke speelveld tussen de publieke omroepen en de commerciëlen, die volledig afhankelijk zijn van reclame-inkomsten, te waarborgen. Helemaal zeker is dit nog niet: het is nog onduidelijk welk gedeelte van het bedrag naar de NPO gaat. Daarnaast moeten de plannen uit het regeerakkoord nog door de Tweede Kamer te worden goedgekeurd.

De demissionaire BBB-minister van OCW, Gouke Moes, kondigde in november 2025 aan dat hij de reclametijd op lineaire televisie wilde verruimen van 8 procent naar 10 procent van de totale zendtijd. Daarmee zou de eerdere beperking van reclametijd, die onder voormalig minister Arie Slob werd ingevoerd, gedeeltelijk worden teruggedraaid. Voor online reclame werd geen structurele uitbreiding voorzien; alleen ideële campagnes, zoals campagnes van goede doelen of overheidscampagnes, blijven mogelijk. Ook riep Moes op om te onderzoeken of binnen de bestaande regelgeving meer reclame-inkomsten kunnen worden gerealiseerd, bijvoorbeeld bij podcasts. Volgens Moes zou dit de Ster ongeveer 11,7 miljoen euro extra inkomsten kunnen opleveren.

In het huidige regeerakkoord en in het wetgevingsoverleg van 26 januari 2026 over de OCW-begroting Media klinkt een ander geluid: houd de publieke omroep publiek. Zo zijn er in het wetgevingsoverleg over de OCW-begroting Media verschillende moties aangenomen die beogen de reclameruimte niet te verhogen omdat dit zowel afbreuk zou doen aan het publieke karakter van de publieke omroep, als tot gevolg zou hebben de balans tussen publieke en commerciële media te verstoren.

Het kabinet lijkt voornemens het gelijke speelveld tussen publieke en commerciële media te willen beschermen. Wat dit concreet zal betekenen, en welke invloed dit zal hebben op de beschikbare reclameruimte, is nog niet duidelijk.

Vooruitblik: wat betekent dit voor mediapartijen?

De NPO heeft aangegeven blij te zijn met de vermindering van de bezuinigingen op de media, maar is ook in afwachting van hoe het bedrag wordt verdeeld.  Een bewogen periode voor de publieke omroep, die voorlopig niet rustiger lijkt te worden. De hervorming naar vier omroephuizen, de discussie over de financiering van de publieke omroep en de balans tussen publieke en commerciële media staan centraal in het gesprek over de toekomst van de publieke omroep.

Of de sector zelf tot een gezamenlijke oplossing komt of dat het kabinet uiteindelijk zelf knopen moet doorhakken, zal afhangen van de uitkomsten van de lopende gesprekken tussen omroepen, NPO en het ministerie van OCW.

Het doel is om in 2029 de hervormingen van de nieuwe omroephuizen door te voeren. Om dit doel te halen moet er vaart worden gemaakt omdat het gehele wetgevingstraject nog moet starten. Volgens de minister zou hiertoe de behandeling van het wetsvoorstel uiterlijk in de zomer van 2027 door het parlement behandeld moeten zijn.

Naar aanleiding hiervan is een motie aangenomen en wel om het wetsvoorstel uiterlijk voor 1 juni 2026 in internetconsultatie te brengen en de Tweede Kamer voor het zomerreces te informeren over het verdere tijdpad van parlementaire behandeling is aangenomen. De internetconsultatie zal dus vermoedelijk binnen afzienbare tijd starten.

We blijven de ontwikkelingen volgen! Heeft u intussen vragen over dit onderwerp, neem gerust contact op met  Machteld RobichonBente van Kan of Sophie Mostert.

Naar
boven