Geen ontkomen aan de DSA: Europees Gerecht verwerpt alle bezwaren van Amazon tegen aanwijzing als VLOP
Op 19 november 2025 heeft het Gerecht van de Europese Unie een belangrijke uitspraak gedaan over de Digital Services Act (“DSA”). Amazon verzette zich tegen haar aanwijzing als Very Large Online Platform (“VLOP”) en de bijbehorende verplichtingen uit de DSA. Het Gerecht verwerpt alle bezwaren.
Waar ging het om?
Amazon publiceerde in februari 2023 cijfers waaruit bleek dat het Amazon Store-platform meer dan 45 miljoen maandelijks actieve gebruikers in de EU heeft. Op grond van artikel 33 DSA wees de Europese Commissie Amazon daarom aan als VLOP. Dat brengt aanvullende verplichtingen met zich mee (artikelen 34–43 DSA), zoals het uitvoeren van risicobeoordelingen, het bijhouden van een openbaar advertentieregister en het bieden van een niet-gepersonaliseerd aanbevelingssysteem.
Amazon stelde dat deze verplichtingen in strijd zijn met zes fundamentele rechten uit het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (“Handvest”), waaronder de vrijheid van ondernemerschap, het recht op eigendom, gelijke behandeling en privacy.
Het oordeel: grondrechten zijn niet absoluut
Het Gerecht toetst de VLOP-verplichtingen aan artikel 52 lid 1 van het Handvest. Dat artikel bepaalt dat grondrechten mogen worden beperkt, mits de beperking bij wet is gesteld, een erkend algemeen belang dient, de kern van het recht respecteert en evenredig is. De DSA dient consumentenbescherming (een expliciet erkende doelstelling van algemeen belang) en is vastgelegd in een EU-verordening. Daarmee is aan de eerste voorwaarden voldaan.
De kern van het geschil lag bij de evenredigheid. Het Gerecht benadrukt in dit verband dat de EU-wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij complexe sociaaleconomische afwegingen. Een maatregel die door de Uniewetgever is ingesteld is pas onrechtmatig als deze kennelijk ongeschikt is. Dit is pas aan de orde als het voor eenieder duidelijk is dat de wetgever een verkeerde afweging heeft gemaakt of een maatregel heeft gekozen die evident ongeschikt is om het beoogde doel te bereiken.
De belangrijkste conclusies op een rij
Geen onevenredige inmenging vrijheid van ondernemerschap (artikel 16 Handvest)
Amazon betoogde dat de VLOP-verplichtingen een aanzienlijke last voor het bedrijf vormen en daarmee een onevenredige inmenging in de vrijheid van ondernemerschap opleveren.
Amazon betoogde dat er minder belastende alternatieven mogelijk zijn die even effectief zouden zijn om deze doelstellingen te bereiken. Een voorbeeld hiervan is het hanteren van kwalitatieve criteria in plaats van de drempel van 45 miljoen gebruikers voor de kwalificatie als VLOP. De voorgestelde alternatieven worden allen verworpen door het Gerecht omdat zij ongeschikt of minder geschikt zijn om de doelstellingen te bereiken.
Volgens Amazon brengt artikel 33 DSA aanzienlijke kosten voor aanbieders van online marktplaatsen met zich mee. De kosten zijn echter niet kennelijk onevenredig gezien de omvang van de te beschermen groep. Zo worden met de DSA-verplichtingen duidelijke doelstellingen van algemeen belang nagestreefd: beperken van systeemrisico’s en bijdragen aan een hoog niveau van consumentenbescherming, aldus het Gerecht.
Systeemrisico’s bij marktplaatsen
Het argument dat alleen onderling verbonden sectoren systeemrisico’s kunnen veroorzaken, werd verworpen. Onder de DSA gaat het om risico’s die een aanzienlijk deel van de Europese bevolking kunnen treffen en dat kan ook bij een grote marktplaats het geval zijn, bijvoorbeeld door verspreiding van namaak- of onveilige producten.
Geen onevenredige inmenging op recht op eigendom (artikel 17 Handvest)
Amazon betoogde dat de VLOP-verplichtingen een aanzienlijke invloed hebben op haar activiteiten en daarmee een inmenging vormen op het recht op eigendom. De verplichtingen leggen weliswaar administratieve lasten op, maar ontnemen platforms niet het eigendom van hun diensten, aldus het Gerecht. Van een aantasting van de wezenlijke inhoud van het eigendomsrecht is daarom geen sprake.
Gelijke behandeling is niet geschonden (artikel 20 Handvest)
Volgens Amazon wordt het beginsel van gelijke behandeling geschonden door de VLOP-verplichtingen. Het Gerecht concludeert: het onderscheid tussen marktplaatsen en detailhandelaren is gerechtvaardigd; marktplaatsen verspreiden informatie van derden en hebben daar niet altijd kennis van, terwijl websites van detailhandelaren alleen hun eigen informatie verspreiden. Dat verschil rechtvaardigt andere regels.
Geen onevenredige inmenging commerciële vrijheid van meningsuiting (artikel 11 Handvest)
Het Gerecht erkent dat artikel 38 DSA (dat platforms verplicht om naast gepersonaliseerde aanbevelingen ook een niet op profilering gebaseerd aanbevelingssysteem aan te bieden) een inmenging vormt in de commerciële vrijheid van meningsuiting, maar oordeelt dat de wezenlijke inhoud van dit recht niet wordt aangetast. De bepaling verbiedt gepersonaliseerde aanbevelingen namelijk niet; zij vereist enkel dat platforms daarnaast een alternatief zonder profilering aanbieden. De maatregel gaat niet verder dan noodzakelijk en dient een duidelijke doelstelling van algemeen belang: consumentenbescherming.
Bescherming vertrouwelijke gegevens (artikel 7 Handvest) en persoonsgegevens (artikel 8 Handvest)
Het openbare advertentieregister (artikel 39 DSA) maakt slechts beperkte informatie openbaar. Commercieel gevoelige gegevens, zoals het succes van campagnes, hoeven niet te worden gedeeld. Natuurlijke personen die hun privacy willen beschermen, kunnen via een rechtspersoon adverteren. Daarnaast bevat artikel 40 DSA waarborgen: alleen erkende onderzoekers krijgen toegang en zij zijn gebonden aan vertrouwelijkheidsverplichtingen.
Wat betekent dit voor uw bedrijf?
Deze uitspraak bevestigt dat de VLOP-verplichtingen uit de DSA niet in strijd zijn met de fundamentele verplichtingen zoals vastgelegd in het Handvest. Voor bedrijven die een groot online platform exploiteren, is het essentieel om:
- de DSA-classificatie van uw platform te kennen en tijdig te voldoen aan de toepasselijke verplichtingen;
- risicobeoordelingen serieus te nemen;
- advertentie- en transparantieverplichtingen op orde te hebben, inclusief het advertentieregister en datatoegang voor onderzoekers;
- alternatieve aanbevelingssystemen aan te bieden naast gepersonaliseerde opties.
De DSA is geen papieren tijger. Het Europese Gerecht heeft nu bevestigd dat de grondrechtelijke bezwaren van een van de grootste online platforms ter wereld niet slagen. Bedrijven doen er dus goed aan hun compliance op orde te hebben.
Heeft u vragen over de impact van de DSA op uw organisatie? Neem gerust contact op met het DSA-team van bureau Brandeis. We denken graag met u mee.
Met dank aan Mathijs Borchardt
